Verklaring pensioenuitvoerder noodzakelijk bij afwijkende afspraken over bijzonder partnerpensioen

04-06-2020

Op 7 april 2020 oordeelde het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat een verklaring van de pensioenuitvoerder aan het echtscheidingsconvenant gehecht moet worden als er afwijkende afspraken worden gemaakt over het bijzonder partnerpensioen (nabestaandenpensioen).

De man en zijn ex-partner hadden bij scheiding afgesproken dat zij uitdrukkelijk afzien van iedere vorm van pensioenverevening of -verrekening. Er was niet expliciet gesproken over bijzonder partnerpensioen.

De nieuwe echtgenote van de man stelt zich na het overlijden van de man op het standpunt dat zij recht heeft op het nabestaandenpensioen dat haar overleden echtgenoot heeft opgebouwd (dus ook het deel waar de ex-partner van de man aanspraak op maakt). Volgens de vrouw verkeerde haar man in de veronderstelling dat hij het pensioen afdoende had geregeld in het echtscheidingsconvenant met zijn ex-partner en was het de bedoeling dat zij over en weer afstand zouden doen van zowel ouderdomspensioen als bijzonder partnerpensioen.

Voor het overlijden van de man in 2019 kwam hij er achter dat een expliciete vermelding in het echtscheidingsconvenant moest staan over eventuele afspraken over het bijzonder partnerpensioen of de gerechtigde tot dat partnerpensioen (zijn ex-partner) een afstandsverklaring moest ondertekenen. De man had zijn ex-partner voor zijn overlijden nog verzocht een afstandsverklaring te ondertekenen, maar dat weigerde zij. De vrouw stelde in de procedure dat de ex-partner van de man de afspraken in het echtscheidingsconvenant niet nakomt, omdat ze uitdrukkelijk zijn overeengekomen dat ze zouden afzien van enige vorm van pensioenverevening of -verrekening.

Net als de rechtbank oordeelt het hof dat een overeenkomst waarin tussen partijen andere afspraken worden gemaakt over het nabestaandenpensioen volgens het toen geldende artikel 8a van de Pensioen- en Spaarfondsenwet (inmiddels artikel 57 Pensioenwet) alleen geldig is indien de pensioenuitvoerder zich bereid heeft verklaard akkoord te gaan met die afwijkende afspraak en het daaruit voortvloeiende risico wil dekken en de verklaring van de pensioenuitvoerder aan het convenant is gehecht. Een dergelijke verklaring van het pensioenfonds is niet aan het echtscheidingsconvenant gehecht, zodat volgens het hof geen sprake is van een rechtsgeldige overeenkomst.

Uit deze uitspraak blijkt dus dat het belangrijk is om niet alleen stil te staan bij het maken van afspraken over ouderdomspensioen, maar ook over het nabestaandenpensioen en eventuele (afwijkende) afspraken expliciet te benoemen en de pensioenuitvoerder daarvan op de hoogte te stellen. Indien de Pensioen- en Spaarfondsenwet nog op de situatie van toepassing is, moet de verklaring aan het convenant worden gehecht. Deze wet is inmiddels vervangen door de Pensioenwet en die wet kent deze eis van aanhechting aan het convenant niet. Ook de Pensioenwet vereist echter een dergelijke verklaring van de pensioenuitvoerder voor de geldigheid van afwijkende afspraken. Zie erop toe dat dit goed geregeld wordt.  

Dit is een Legal Update van Anke Mulder en Sharon Verhoef.

Download als pdf

Specialist(en)