Spaarrekeningen en PSD(2)

28-06-2018

Momenteel speelt een zaak bij het Europees Hof van Justitie (“HvJ EU”) met betrekking tot de definitie van betaalrekening in de zin van de Payment Service Directive (“PSD”). Op 19 juni 2018 heeft de Advocaat-Generaal (“AG”) zich uitgelaten over de zaak. In deze Legal Update bespreken wij kort de bevindingen van de AG.

Een betaalrekening wordt in PSD (en ook in de herziene richtlijn betaaldiensten (“PSD2”)) gedefinieerd als ‘een op naam van een of meer betalingsdienstgebruikers aangehouden rekening die voor de uitvoering van betalingstransacties wordt gebruikt’. In de markt bestaat bij (voornamelijk) online spaarbanken reeds lange tijd onduidelijkheid over het begrip betaalrekening uit PSD(2). De vraag kan namelijk worden gesteld in hoeverre spaarrekeningen onder de hierboven genoemde definitie vallen. Dit is relevant om te beoordelen in hoeverre bijvoorbeeld een bank gegevens moet verstrekken aan een betaaldienstverlener met betrekking tot een spaarrekening.

Hoewel de onderhavige zaak (nog) betrekking heeft op PSD en niet op PSD2 die sinds 13 januari 2018 van kracht had moeten zijn (Nederland is te laat met het implementeren van deze richtlijn), is de uitspraak zeer relevant voor de praktijk. De definitie van betaalrekening blijft onder PSD2 namelijk hetzelfde. In de zaak die voorligt bij het HvJ EU gaat het om een spaarrekening waarvan de consument zelfstandig geld kan opnemen en storten. Dit moet altijd geschieden via een andere op zijn naam aangehouden rekening, die een tussenrekening wordt genoemd.

De AG heeft geconcludeerd dat bij uitlegging van een bepaling van Unierecht niet alleen rekening moet worden gehouden met de (i) bewoordingen ervan, maar ook met (ii) de context ervan en met (iii) de doelstellingen van de regeling waarvan zij deel uit maakt. Aan de hand van deze uitleg heeft de AG deze zaak dan ook benaderd.

De AG stelt dat de definitie gebaseerd is op termen die op hun beurt weer zijn gedefinieerd in PSD(2). Om die reden moet de definitie van betaalrekening dan ook worden gelezen in het licht van andere definities en de werkingssfeer van de richtlijn. Nadat de AG verschillende definities en het toepassingsbereik van PSD analyseert, komt hij tot de conclusie dat de bewoordingen van PSD(2) geen helderheid geven over de vraag of de in het geding zijnde spaarrekening kan worden aangemerkt als betaalrekening.

In het kader van de bewoordingen kijkt de AG tevens naar de totstandkomingsgeschiedenis van PSD. Kort gezegd is zijn conclusie dat de bepaling waarin werd verwezen naar spaarrekeningen uiteindelijk is geschrapt, omdat spaarrekeningen – volgens de wetgever – niet als betaalrekeningen worden beschouwd en er aldus geen behoefte bestaat aan regulering.

Daarnaast wordt in het kader van de ‘bewoordingen’ beoordeelt in hoeverre richtsnoeren van de Commissie en van de deskundigengroep uitsluitsel geven over de vraag. Hij vindt dat mag worden aangenomen dat de richtsnoeren steun bieden aan de opvatting dat elk type rekening op haar eigen specifieke eigenschappen moet worden beoordeeld. De richtsnoeren geven aan dat een spaarrekening waarop (of waarvan) de houder zonder enige beperking geldmiddelen kan storten en opnemen, moet worden aangemerkt als een betaalrekening.

Ook geven de richtsnoeren aan dat een termijndeposito niet als spaarrekening moet worden aangemerkt, omdat de houder ervan tot het einde van de looptijd geen geldmiddelen van de rekening kan opnemen zonder renteverlies te lijden of boeten verschuldigd te worden. De richtsnoeren zeggen daarentegen niets over de hiervoor genoemde constructie waarbij gebruik moet worden gemaakt van een tussenrekening.

Vervolgens kijkt de AG naar de context van de bepaling. Daarbij kijkt hij naar zowel de gerelateerde bepalingen in PSD als gerelateerde maatregelen die deel uitmaken van het wetgevingskader van de Europese Unie inzake betalingsdiensten. Belangrijkste bevinding in dat kader is de vergelijking met overweging 12 en artikel 1 lid 6 van Richtlijn 2014/92/EU (betreffende de vergelijkbaarheid van de in verband met betaalrekeningen aangerekende vergoedingen, het overstappen naar een andere betaalrekening en de toegang tot betaalrekeningen met basisfuncties). In die overweging is namelijk aangegeven dat de richtlijn van toepassing is op betaalrekeningen waarmee consumenten ten minste: (i) geldmiddelen op een betaalrekening kunnen plaatsen, (ii) contanten van een betaalrekening kunnen opnemen en (iii) betalingstransacties, met inbegrip van overmakingen naar derden, kunnen ontvangen en uitvoeren. Ook wordt in overweging 14 van deze richtlijn aangegeven dat de definities zo veel mogelijk moeten zijn afgestemd op de andere wetgeving van de Unie, met name PSD.

Uit de hiervoor geschetste context leidt de AG af dat de neergelegde vereisten voor het begrip betaalrekening in Richtlijn 2014/92/EU in aanmerking moeten worden genomen bij de beoordeling van het begrip betaalrekening uit PSD(2). In dat licht is de AG van mening dat de online spaarrekening niet binnen de werkingssfeer van PSD(2) zal vallen, omdat deze rekening beperktere functies vervult; de rekening stelt de rekeninghouder namelijk niet in staat betalingstransacties van en naar derden te ontvangen of uit te voeren.

Tot slot besteedt de AG aandacht aan de doelstellingen van PSD(2), namelijk: de totstandbrenging van een interne markt voor betalingsdiensten en bescherming van de consument als ontvanger van betalingsdiensten. Tegen die achtergrond is de AG van mening dat het begrip betaalrekening zich niet uitstrekt tot de online spaarrekening waarover het in onderhavige kwestie gaat. De AG merkt daarover nog op dat een tussenrekening noodzakelijkerwijs als een betaalrekening moet worden aangemerkt en dat om die reden geen behoefte bestaat aan ‘dubbele bescherming’ van consumenten.

Vanwege de bewoordingen, context en bedoelingen van PSD is de AG van mening dat spaarrekeningen waarbij gebruik wordt gemaakt van een tussenrekening niet onder de reikwijdte van het begrip betaalrekening vallen. Of deze redenering ook de juiste is, zullen wij na de uitspraak van het HvJ EU weten.

Dit is een Legal Update van Nellemarie Staal en Danielle Martens.

Download als pdf

Specialist(en)