Blog
Wet versterking regie volkshuisvestiging: wijzigingen regels voorkeursrecht voor overheden
De woningnood is een van de weinige dossiers waarover brede politieke overeenstemming bestaat. Met de Wet versterking regie volkshuisvesting wil de wetgever de regierol van overheden formaliseren en de woningbouw versnellen. Op 3 juli 2025 stemde de Tweede Kamer in met het wetsvoorstel en een reeks amendementen. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2026.
De wet wijzigt onder meer de Omgevingswet, de Huisvestingswet 2014, de Woningwet en de Algemene wet bestuursrecht, en markeert daarmee een ingrijpende wijziging in het juridisch kader voor volkshuisvesting. Wat betekent dat concreet voor de praktijk?
Dit is het vierde deel van onze vierdelige serie over de Wet versterking regie volkshuisvesting. In deze bijdrage bespreken wij het amendement dat de regels rondom het voorkeursrecht voor overheden wijzigt.
Bekijk ook:
➤ Deel 1 – Inleiding tot de Regiewet en de stand van zaken in de Eerste Kamer
➤ Deel 2 – Wijzigingen in de Huisvestingswet 2014
➤ Deel 3 – Versnellingen en procesrecht in de Regiewet
Huidig kader voorkeursrechten
Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn de regels over het voorkeursrecht, voorheen opgenomen in de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg), overgegaan in de Omgevingswet. Op grond van het huidige stelsel kunnen de gemeenteraad, provinciale staten of de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een voorkeursrecht vestigen op onroerende zaken die een nieuwe, niet-agrarische functie krijgen of zijn aangewezen als 'moderniseringslocatie'.
Afhankelijk van de grondslag waarop het voorkeursrecht wordt gebaseerd, geldt een geldigheidsduur van drie of vijf jaar. Een belangrijke beperking is dat – indien een voorkeursrecht vervalt of wordt ingetrokken – er binnen een termijn van twee jaar geen nieuw voorkeursrecht mag worden gevestigd op dezelfde grondslag voor hetzelfde perceel.
Zie ook onze eerdere Legal Update over voorkeursrechten.
De nieuwe situatie na inwerkingtreding Regiewet
Bij de behandeling van de Regiewet is een amendement aangenomen dat gevolgen heeft voor de duur en verlengingsmogelijkheden van voorkeursrechten. Dit amendement, dat met een krappe meerderheid werd goedgekeurd, bepaalt dat een voorkeursrecht voortaan altijd voor de duur van vijf jaar wordt gevestigd, ongeacht de juridische grondslag waarop het rust. Ook de verlengingstermijn wordt, ongeacht de grondslag, uniform vastgesteld op vijf jaar. Daarnaast verdwijnt het bestaande verbod om binnen twee jaar na het intrekken of vervallen van een voorkeursrecht opnieuw een voorkeursrecht op dezelfde grondslag te vestigen. Daarmee wordt het mogelijk om na het beëindigen van een voorkeursrecht direct een nieuw voorkeursrecht te vestigen op dezelfde grondslag. Belangrijk is dat voorkeursrechten die al zijn gevestigd onder het huidige kader, aan dat bestaande (oude) regime gebonden blijven.
De indieners van het amendement motiveren het amendement met de constatering dat hoge grondprijzen het voor overheden bemoeilijken om strategische grondposities te verwerven ten behoeve van de ontwikkeling van betaalbare woningbouw. Vooral gronden die nog niet zijn bestemd in een omgevingsplan hebben relatief lage prijzen, maar zodra herbestemming plaatsvindt, stijgen deze prijzen aanzienlijk en profiteren grondeigenaren van substantiële overwinsten. Door de huidige looptijd van drie jaar en het verbod op hernieuwde vestiging werd het voor grondeigenaren aantrekkelijk om grondposities vast te houden en uiteindelijk aan speculanten te verkopen, wat bijdraagt aan stijgende prijzen. Met dit amendement wordt beoogd de werking van het voorkeursrecht gebruiksvriendelijker te maken voor overheden, zodat de overwaarde van grond die ontstaat door publieke besluiten, zoals herbestemmingen via het omgevingsplan, in grotere mate ten goede kan komen aan de samenleving als geheel.
Conclusies voor de praktijk
Voorkeursrechten kunnen een belangrijk instrument zijn in het kader van gebiedsontwikkeling en specifiek bij de verwerving van strategische grondposities. Met de invoering van de Regiewet zal de regeling ten aanzien van voorkeursrecht in de Omgevingswet voor overheden versterkt worden met het idee om overwaarde van gronden die stijgt door publieke besluiten te goede te laten komen aan de samenleving als geheel. Nu het voorkeursrecht nog altijd een passief grondverwervingsinstrument blijft, is de vraag of dit in de praktijk ook zo zal uitpakken. Het plan past evenwel in een bredere politieke tendens om de waardestijging van gronden meer ten gunste van de samenleving te laten komen.
Wij houden u op de hoogte.
Dit is een blog van Koen Carbaat, Alrik Bijkerk, Merel Holtkamp, Mathilde van Velzen – de Boer en Carmen Corsten.