Aangepast wetsvoorstel inkoop binnen het sociaal domein naar Tweede Kamer

06-05-2021

Ongeveer een jaar geleden informeerden wij u via deze en deze Legal Update over het wetsvoorstel Maatschappelijk verantwoord inkopen Jeugdwet en Wmo 2015. Toen bevond het wetsvoorstel zich nog in de consultatiefase. Inmiddels is het wetsvoorstel op 22 april jl. bij de Tweede Kamer ingediend. In het wetsvoorstel zijn de adviezen van diverse partijen (onder andere brancheorganisaties van zorgaanbieders en gemeenten) verwerkt, zo blijkt uit de memorie van toelichting.

Het wetsvoorstel beoogt een wijziging van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Het doel van de wetswijziging is onder andere om - in afwachting van een eventuele wijziging van de Europese Aanbestedingsrichtlijn voor opdrachten in het sociaal domein - uitvoeringslasten bij inkoop te verlichten. Een manier om dit te bereiken, is door het schrappen van de plicht uit artikel 2.11 van de Jeugdwet en 2.6.4. van de Wmo dat gemeenten bij aanbestedingen voor jeugdzorg en Wmo-zorg moeten gunnen op basis van het Economisch Meest Voordelige Inschrijving (emvi)-criterium. Dat belet gemeenten nu om de vereenvoudigde procedure (artikel 2.39 Aan-bestedingswet) toe te passen. Als dit wetsvoorstel wordt aangenomen, dan wordt het makkelijker de vereenvoudigde procedure daadwerkelijk (vereenvoudigd) toe te passen.

In de reacties op het wetsvoorstel zijn twijfels geuit of het schrappen van het emvi-criterium niet zal leiden tot vriendjespolitiek. De regering is hier niet bang voor, omdat alsnog blijft gelden dat iedere geschikte aanbieder eerlijk mee kan dingen naar een opdracht. Dat lijkt ons terecht, omdat de Aan-bestedingswet voldoende waarborgen kent voor een eerlijke procedure, óók bij de vereenvoudigde procedure. Het ministerie van VWS is van plan een handreiking te publiceren, waarin de aanbestedingsprocedures die ten gevolge van het schrappen van het evmi-criterium onder het verlichte regime kunnen worden ingericht, worden uitgewerkt.

Ook is een doel van het wetsvoorstel om het gebruik door gemeenten van de 'open house'-procedure (waarbij door de gemeente met iedere aanbieder die aan de minimumeisen voldoet een contract wordt afgesloten) te verminderen. In de reacties op het wetsvoorstel hebben meerdere partijen aangegeven dat de open house-procedure niet verboden of ontmoedigd moet worden. De regering geeft aan dat zij niet van plan is de open house-procedure te verbieden. Zij wil slechts het gebruik ervan ontmoedigen voor de complexere vormen van zorg. De nog in de handreiking uit te werken mogelijkheden zullen daarvoor, volgens de regering, tot een beter resultaat leiden. 

Tot slot bevat het wetsvoorstel twee delegatiebepalingen, waarmee nadere regels vastgesteld kunnen worden over wanneer sprake is van een reële prijs en waarmee nadere invulling kan worden gegeven aan zorgvuldigheidseisen bij inkoop of subsidiëring van jeugdzorg. De regering heeft een suggestie van een aantal partijen om de hoogte c.q. een bandbreedte van de vergoeding van zorg voor jeugdigen op nationaal niveau te bepalen niet overgenomen. Dit grijpt volgens de regering te veel in op de beleidsvrijheid van gemeenten. 

Het wetsvoorstel zal de komende tijd in de Tweede Kamer behandeld worden. 

Dit is een Legal Update van Willemijn Oudenaarden, Bastiaan Wallage en Julia Krijbolder.

Download als pdf

Specialist(en)