Wetswijziging inkoop door gemeenten binnen het sociaal domein: een einde van de 'open house'-procedure?

21-04-2020

Zoals wij u in onze eerdere Legal Update informeerden, heeft minister De Jonge van VWS de wens om verbeteringen in de inkoop binnen het sociaal domein door te voeren. Wij hebben beloofd u op de hoogte te houden.

Inmiddels is het wetsvoorstel Maatschappelijk verantwoord inkopen Jeugdwet en Wmo 2015 in consultatie tot 18 mei a.s. Het wetsvoorstel beoogt een wijziging van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Het doel van de wetswijziging is drieledig.

Volgens de memorie van toelichting is het hoofddoel van het wetsvoorstel om – in afwachting van een eventuele wijziging van de Europese Aanbestedingsrichtlijn voor opdrachten in het sociaal domein – de uitvoeringslasten bij inkoop door gemeenten zo veel mogelijk te verlichten en het eenvoudiger te maken om overheidsopdrachten in het sociaal domein te gunnen. Zo wordt de verplichting uit de Jeugdwet (artikel 2.11) en Wmo 2015 (artikel 2.6.4.), dat gegund moet worden op basis van de economisch meest voordelige inschrijving (emvi), geschrapt. Op die manier kunnen gemeenten een eenvoudige procedure toepassen, waarbij niet per definitie via het vergelijken van offertes, de aanbieder met de beste-prijs-kwaliteit-verhouding dient te worden geselecteerd, maar ook kan worden gekozen voor andere criteria.

De minister hoopt tegelijkertijd het gebruik door gemeenten van de 'open house'-procedure (waarbij door de gemeente met iedere aanbieder die aan de minimumeisen voldoet een contract wordt afgesloten) te verminderen. Bij de open house-procedure selecteert de gemeente überhaupt niet – het is daarom ook geen aanbesteden, zo is in jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie bepaald. De 'open house'-procedure is naar het oordeel van de wetgever onwenselijk, aangezien dit leidt tot een groot aantal contractanten, mogelijk problemen bij samenwerking en sturing en onduidelijkheid bij aanbieders over de hoeveelheid aan te leveren zorg.

Daarnaast bevat het wetsvoorstel twee delegatiebepalingen, waarbij de regering bevoegd is om bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) nader invulling te geven aan de volgende onderwerpen. In de huidige Wmo is reeds vastgelegd dat bij AMvB kan worden uitgewerkt onder welke voorwaarden sprake is van een reële prijs. De minister wil dit met het wetsvoorstel ook regelen voor de Jeugdwet. Een tweede delegatiebepaling dient de regering bij AMvB de mogelijkheid te geven om nader invulling te geven aan zorgvuldigheidseisen bij inkoop of subsidiëring van jeugdzorg.

Als het wetsvoorstel wordt aangenomen, is het voornemen om de bepalingen zo snel mogelijk, maar in ieder geval vóór 1 april 2021, in werking te laten treden. Een ieder kan tot 18 mei a.s. reageren op het wetsvoorstel op de website van de internetconsultatie.

Dit is een Legal Update van Willemijn Oudenaarden, Bastiaan Wallage en Julia Krijbolder.

Download als pdf

Specialist(en)