Slapende dienstverbanden: nog deze maand actie vereist?!

17-12-2019

Op 13 december 2019 heeft minister Koolmees duidelijkheid gegeven over slapende dienstverbanden en de Compensatieregeling transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid. Door de wijzigingen in de berekening van de transitievergoeding per 1 januari 2020 was er namelijk onduidelijkheid over de vraag of het UWV bij een beëindiging hooguit de 'nieuwe' transitievergoeding zou vergoeden of dat ook een compensatie ter hoogte van de 'oude' transitievergoeding zou worden betaald (die vaak een stuk hoger uitvalt). Wij schreven hier al over in onze eerdere Legal Update.

De hiervoor genoemde vraag werd met name actueel door de uitspraak van de Hoge Raad van 8 november 2019, waarin is bepaald dat de werknemer met een slapend dienstverband recht heeft op de transitievergoeding en dat die transitievergoeding moet worden berekend per de dag volgend op het vervallen van het opzegverbod (in de regel na twee jaar ziekte).

Beëindigen slapende dienstverbanden in 2019

Op grond van de overgangsregeling dient de werkgever, om in aanmerking te komen voor compensatie ter hoogte van de oude (vaak hogere) transitievergoeding, de ontslagprocedure tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor 1 januari 2020 te starten.

Met betrekking tot een beëindiging met wederzijds goedvinden, bevestigt de minister nu dat de werkgever nog in 2019 met de werknemer tot overeenstemming moet zijn gekomen om in aanmerking te komen voor de 'hoge' compensatie. De minister verduidelijkt dat een beëindigingsovereenkomst gesloten in 2019 met een einddatum in 2020 nog door het UWV zal worden afgewikkeld volgens de oude berekening van de transitievergoeding.

Indien echter pas op of na 1 januari 2020 overeenstemming wordt bereikt over een beëindiging met wederzijds goedvinden, compenseert het UWV slechts conform de rekenmethode van de nieuwe transitievergoeding, ook indien de werkgever de oude (en hogere) vergoeding is verschuldigd op grond van de genoemde uitspraak van de Hoge Raad.

Bij slapende dienstverbanden waarvan de loonbetalingsverplichting is geëindigd voor 2020, is het dus zaak om nog deze maand overeenstemming te bereiken over een beëindiging met wederzijds goedvinden of nog deze maand een ontslagaanvraag in te dienen bij UWV. Alleen op die manier kan compensatie worden verkregen ter hoogte van de huidige 'oude' transitievergoeding.

Uitstel 'tweede maximum' compensatie transitievergoeding

Minister Koolmees heeft in de brief van 13 december 2019 ook duidelijkheid gegeven over het 'tweede maximum' van de Compensatieregeling. De compensatie door het UWV is namelijk, kort gezegd, gemaximeerd tot i) het bedrag aan transitievergoeding dat de werkgever verschuldigd was op de dag na het moment dat de werknemer twee jaar ziek is; óf ii) – als dat bedrag lager is – het bedrag aan brutoloon dat de werkgever tijdens de ziekte van de werknemer gedurende 104 weken heeft doorbetaald.

Deze tweede maximering riep een aantal vragen op, bijvoorbeeld omtrent een vervroegde IVA-uitkering, een no-riskpolis of een loonkostensubsidie. In de wetsgeschiedenis is hieraan geen aandacht besteed. De minister heeft besloten om nader onderzoek te verrichten en het 'tweede maximum' niet in werking te laten treden per 1 april 2020. De compensatie wordt dus voorlopig niet gemaximeerd op het door de werkgever tijdens twee jaar ziekte betaalde loon.

Dit is een Legal Update van Wouter van der Boon en Evelien Brussee.

Download als pdf

Specialist(en)