Legal Update
Artikel 6:19 Awb: de grenzen bij een vergunning van rechtswege
Artikel 6:19 Awb: de grenzen bij een vergunning van rechtswege
De grenzen van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) komen opnieuw aan de orde, in een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 5 augustus 2026 over een datacenter in De Kwakel. Waar onze eerdere Legal Update over de bussluis in Bovenkerk ging over de vraag of een nieuw besluit als vervangingsbesluit in de zin van die bepaling kwalificeert, laat deze uitspraak zien dat de reikwijdte van artikel 6:19 Awb ook beperkingen kent als het gaat om besluiten van rechtswege. Vooral rechtsoverweging 12 verdient aandacht.
Wat speelde er?
BACT B.V. had op 19 augustus 2022 een omgevingsvergunning aangevraagd voor de verbouwing van een bestaand gebouw tot datacenter. BACT vindt dat de vergunning van rechtswege is verleend omdat het college van burgemeester en wethouders van Uithoorn niet tijdig zou hebben beslist op de aanvraag. Omdat zo'n vergunning pas werking krijgt na publicatie, stelt BACT vervolgens beroep in tegen het uitblijven van de bekendmaking van de vergunning, op grond van artikel 8:55f lid 1 Awb. Het college vindt dat de beslistermijn nog niet is verstreken.
De rechtbank Amsterdam geeft BACT gelijk en draagt het college op de van rechtswege gegeven omgevingsvergunning alsnog bekend te maken. Dat doet het college maar zij stelt wel hoger beroep in tegen de rechtbankuitspraak. Vervolgens trekt het college de vergunning in heroverweging in bij besluit van 11 oktober 2023, naar aanleiding van daartegen ingediende bezwaren.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank: de vergunning is van rechtswege ontstaan en moest dus worden gepubliceerd. BACT krijgt daarmee gelijk en het college niet.
De kern: het inhoudelijke besluit over de van rechtswege verleende vergunning kan niet worden behandeld in de procedure over de vraag of er wel een vergunning van rechtswege is ontstaan
Interessant voor de praktijk is een procedureel punt dat de Afdeling in rechtsoverweging 12 behandelt.
BACT is het natuurlijk niet eens met de weigering van de vergunning en stelt zich bij de Afdeling op het standpunt dat het herroepingsbesluit van 11 oktober 2023 onderdeel is geworden van de procedure over de vraag of er van rechtswege een vergunning is ontstaan. BACT beroept zich daarbij op artikel 6:19 Awb en dat is niet onlogisch, zeker gelet op eerdere jurisprudentie. Daarin werd nog aangenomen dat het inhoudelijke (herroepings)besluit binnen de grondslag en reikwijdte van de eerste besluitvorming (de van rechtswege gegeven vergunning) blijft. Zie uitgebreider over artikel 6:19 Awb onze eerdere Legal Update.
In een opmerkelijke overweging verwerpt de Afdeling dat betoog. Het gaat in deze procedure volgens de Afdeling slechts om de vraag of het college had nagelaten een van rechtswege gegeven beschikking bekend te maken. Om die vraag te beantwoorden moet alleen worden vastgesteld dat aan BACT daadwerkelijk van rechtswege een beschikking was gegeven. De (inhoud van de) van rechtswege gegeven beschikking zelf lag in die procedure niet ter beoordeling voor en kan niet worden betrokken in het geschil over de bekendmaking:
"Het gaat hier namelijk niet om een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van een bestreden besluit. Daarom heeft het hoger beroep, anders dan uit eerdere rechtspraak van de Afdeling zou kunnen worden afgeleid, niet op grond van artikel 6:19 in samenhang bezien met artikel 6:24 van de Awb van rechtswege ook betrekking op de besluiten van 11 oktober 2023."
De Afdeling erkent dus expliciet dat deze uitkomst afwijkt van eerdere rechtspraak en trekt hier een duidelijke lijn.
Betekenis voor de praktijk en kritiek
Een procedure over het al dan niet tijdig bekendmaken van een vergunning van rechtswege is volgens de Afdeling iets wezenlijk anders dan een procedure over de inhoud van die vergunning. Een later besluit dat de van rechtswege verleende vergunning intrekt of herroept, kan daarom niet automatisch worden "meegetrokken" in een procedure die alleen over de bekendmakingsverplichting gaat. Die situatie valt volgens de Afdeling niet onder de werking van artikel 6:19 Awb.
De uitspraak laat wel een vreemd gevoel na. De Afdeling stapt er eenvoudig overheen dat zowel bekendmaking als herroeping over dezelfde aanvraag/feitelijke grondslag gaan en dat de heroverweging het gevolg is van de bekendmaking. Ook was het niet gek geweest als de Afdeling nadrukkelijker had aangegeven waarom en welke eerdere rechtspraak dan nu onjuist blijkt te zijn. Misschien komt die verklaring nog in een latere uitspraak…
De zogenoemde lex silencio positivo bestaat niet meer onder de Omgevingswet. Zie over de gevolgen daarvan onze bijdrage.