Legal Update
Artikel 6:19 Awb: wanneer is een nieuw besluit een vervangingsbesluit en wat is de positie van laatkomers?
Op 22 juli 2026 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak gedaan over twee onderwerpen die regelmatig vragen geven in het bestuursprocesrecht: of een besluit kwalificeert als vervangingsbesluit in de zin van artikel 6:19 Awb en wat dit betekent voor de ontvankelijkheid van partijen die voor het eerst opkomen tegen dat nieuwe besluit. Dat maakt de Afdeling in deze uitspraak duidelijk aan de hand van heldere criteria.
Wat speelde er?
De zaak draait om een bussluis in de Amsterdamse wijk Bovenkerk (gemeente Amstelveen), die sluipverkeer zou moeten weren. Het college van burgemeester en wethouders had daarvoor verkeersbesluiten genomen, die tot tweemaal werden vernietigd de rechtbank Amsterdam. Er was onvoldoende onderzoek gedaan naar de verkeerskundige gevolgen.
Gedurende de behandeling van het hoger beroep, heeft het college in november 2025 een derde besluit genomen over de bussluis. Dat besluit is door het college niet aangemerkt als herstel- of wijzigingsbesluit maar als een nieuw primair besluit. Er zijn daartegen bezwaren ingediend, die het college ongegrond heeft verklaard in beslissingen op bezwaar uit maart 2026. De Afdeling is het daar niet mee eens.
Criteria vervangingsbesluit artikel 6:19 Awb
Artikel 6:19 lid 1 Awb bepaalt dat het bezwaar of beroep van rechtswege mede betrekking heeft op een vervangingsbesluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben. Dit is een bepaling van openbare orde, die de Afdeling ambtshalve moet toetsen. In deze procedure is het besluit uit november 2025 een vervangingsbesluit in de zin van die bepaling. De Afdeling komt tot dit oordeel met duidelijke criteria: " het is genomen met herhaalde aanwending van dezelfde bevoegdheid door het zelfde bestuursorgaan en op dezelfde feitelijke grondslag, waarbij is gebleven binnen de grondslag en reikwijdte van de eerste besluitvorming."
Het besluit is dus geen nieuw primair besluit en het college had de bezwaren daarom moeten doorsturen aan de Afdeling. Dat het college dit heeft nagelaten is opmerkelijk, maar in de praktijk niet ongewoon. Omdat het college niet bevoegd was de bezwaren te behandelen en daarop te beslissen, vernietigt de Afdeling de beslissingen op bezwaar.
Beroep van rechtswege: alleen bij voldoende belang
Het vervangingsbesluit heeft voor een paar appellanten de gewenste uitkomst. Zij hebben dus onvoldoende belang bij een beroep van rechtswege en voor hen ontstaat daarom geen beroep van rechtswege (artikel 6:19 lid 1). Dat ligt anders voor de appellanten die het niet eens zijn met het vervangingsbesluit.
Kun je beroep instellen tegen een vervangingsbesluit als je geen partij was in de procedure tegen het eerdere besluit?
Er waren ook omwonenden die geen rechtsmiddelen hadden ingediend tegen de eerste twee besluiten van het college maar wel bezwaar hadden gemaakt tegen het besluit uit november 2025. De Afdeling merkt die bezwaren aan als beroepen, vanwege de ratio van artikel 6:19 Awb: bevordering van de effectieve geschillenbeslechting.
Vervolgens beoordeelt de Afdeling de ontvankelijkheid van deze beroepen. Zij hanteert daarvoor de vaste lijn uit haar rechtspraak: iemand kan vanwege de efficiënte geschilbeslechting en rechtszekerheid van andere partijen, in beginsel niet in beroep opkomen tegen een nieuw besluit als diegene niet eerder al beroep had ingesteld tegen het eerdere/vernietigde besluit. Diegene wordt dan geacht te hebben berust in het eerdere besluit. Dat is slechts anders als iemand door het nieuwe besluit in een nadeliger positie is gekomen ten opzichte van het eerdere/vernietigde besluit, of als aan het nieuwe besluit gewijzigde feiten of omstandigheden ten grondslag liggen waardoor hem redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij zich niet eerder heeft gemeld.
In dit geval was aan geen van deze voorwaarden voldaan voor de betreffende omwonenden. De Afdeling verklaart de beroepen van deze omwonenden daarom niet-ontvankelijk.
Wat betekent dit voor de praktijk?
De uitspraak maakt weer duidelijk dat een bestuursorgaan dat besluiten neemt hangende een (hoger) beroepsprocedure, er niet zomaar vanuit kan gaan dat het een nieuw primair besluit betreft waartegen bezwaar openstaat. Als het gaat om herhaalde aanwending van dezelfde bevoegdheid en op dezelfde feitelijke grondslag waarbij is gebleven binnen de grondslag en reikwijdte van de eerste besluitvorming, gaat het om een 6:19-besluit. De bestuursrechter is dan bevoegd en niet het bestuursorgaan.
Betrokkenen die eerder geen actie hadden ondernomen bij het primaire besluit, moeten zich ervan bewust zijn dat zij zich alleen onder strenge voorwaarden als partij kunnen melden in de procedure tegen het nieuwe besluit. Slechts als hun positie nadeliger is ten opzichte van het vernietigde besluit of als hen niet kan worden verweten dat zij eerder niet waren opgekomen tegen het eerdere/vernietigde besluit, is het beroep ontvankelijk.