Zorgverleners zonder actieve BIG-registratie inzetbaar in strijd tegen het coronavirus

21-03-2020

In Nederland dienen artsen en verpleegkundigen op basis van de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG) in het bezit te zijn van een geldige registratie in het BIG-register om de titel van arts of verpleegkundige te mogen voeren en bepaalde voorbehouden handelingen te mogen verrichten (zoals het inbrengen van een infuus). De registratie dient elke vijf jaar te worden verlengd, waarbij vereist is dat de zorgverlener voldoende werkervaring heeft opgedaan of in plaats daarvan scholing heeft gevolgd.

Vanwege de uitbraak van het coronavirus bestaat er momenteel een tekort aan verpleegkundigen en artsen en de verwachting is dat dit tekort in de komende dagen en weken verder zal toenemen. Om de continuïteit van zorg te waarborgen heeft voormalig minister Bruins besloten dat artsen en verpleegkundigen van wie de registratie in het BIG-register is verlopen na 1 januari 2018 bij uitzondering weer aan de slag mogen in de zorg zonder dat een registratie is vereist. Deze noodmaatregel is sinds 18 maart 2020 van kracht en geldt tot nader order.

Vanuit de artsenfederatie KNMG is het voorstel geuit om deze regeling verder te versoepelen en ook coassistenten met voldoende praktijkervaring en (langdurig) gepensioneerde artsen tijdelijk in te zetten om het zorgsysteem te ontlasten gedurende de corona-pandemie. Ook de Vereniging Buitenlands Gediplomeerde Artsen (VBGA) heeft aangegeven dat er onder haar leden veel artsen zijn zonder registratie in Nederland die graag een bijdrage zouden leveren aan de zorg voor patiënten die zijn besmet met het coronavirus.

In een advies van de KNMG aan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) worden door de artsenfederatie enkele eisen geformuleerd voor de inzet van zorgverleners zonder actieve BIG-registratie. Zo dient volgens de artsenfederatie steeds te worden beoordeeld of de inzet noodzakelijk is en of de kwaliteit van zorg in voldoende mate is geborgd. In algemene zin wordt in het advies de voorkeur gegeven aan inzet van gepensioneerde artsen boven coassistenten, maar volgens de KNMG dient doorslaggevend te zijn welke zorgverlener de meest recente praktijkervaring heeft op het gebied waar hij of zij wordt ingezet. De artsenfederatie formuleert ook enkele harde eisen voor de inzet van zorgverleners zonder BIG-registratie: zo dient de laatste praktijkervaring niet langer dan tien jaar geleden te zijn opgedaan en dient de registratie van de arts niet door de tuchtrechter te zijn doorgehaald. De zorgverleners zijn bij gebreke aan BIG-registratie niet onderworpen aan het medisch tuchtrecht maar zijn uiteraard wel civielrechtelijk of strafrechtelijk aan te spreken op hun handelen.

Op basis van de noodmaatregel van minister Bruins zijn ziekenhuizen bevoegd om gedurende de corona-pandemie over te gaan tot het inzetten van zorgverleners van wie recent de BIG-registratie is verlopen. Op het moment dat die maatregel onvoldoende uitkomst biedt, kunnen ziekenhuisbestuurders overwegen om ook coassistenten, langdurige gepensioneerden of buitenlandse artsen zonder registratie in te zetten. De IGJ heeft al aangegeven de Wet BIG in deze bijzondere situatie niet strikt te zullen handhaven en zorginstellingen de ruimte te bieden om de zorg indien nodig op afwijkende manieren te organiseren, waarbij ook de inzet van studenten geneeskunde, leerling-verpleegkundigen en gepensioneerde zorgverleners wordt genoemd.

Het zal dus aan ziekenhuisbestuurders zijn om te beoordelen of de inzet van zorgverleners zonder BIG-registratie noodzakelijk is om de kwaliteit en continuïteit van zorg te waarborgen in de strijd tegen het coronavirus.

Dit is een Legal Update van Stijn Könning.

Download als pdf

Specialist(en)