Wie vertegenwoordigt de wilsonbekwame patiënt?

18-10-2018

In de zorg komt het regelmatig voor dat hulpverleners een patiënt onder behandeling krijgen die niet in staat is om zijn belangen adequaat te behartigen. Een patiënt kan in dat geval door een arts (gedeeltelijk) wilsonbekwaam worden verklaard. Omdat een wilsonbekwame patiënt informatie niet goed kan begrijpen en geen goede afweging kan maken over de behandelopties, dient een vertegenwoordiger dit voor hem te doen. De vertegenwoordiger treedt namens de wilsonbekwame patiënt op en behartigt diens belangen zo goed mogelijk. Zorgverleners dienen in het geval een patiënt wilsonbekwaam is de rechten en plichten vanuit de geneeskundige behandelingsovereenkomst, zoals het recht op informatie en het toestemmingsvereiste, na te komen jegens de vertegenwoordiger.

Hiërarchie van vertegenwoordigers

In de wet is een volgorde opgenomen van personen die dienen te worden aangemerkt als vertegenwoordiger van de wilsonbekwame patiënt
(art. 7:465 BW).

Als eerste dient de hulpverlener na te gaan of de patiënt onder curatele staat of dat mentorschap is ingesteld. Een curator of mentor wordt door de kantonrechter benoemd. De curator of mentor beslist over alle persoonlijke belangen van de wilsonbekwame patiënt, waaronder de belangen aangaande verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding. Het verschil tussen een curator en een mentor is dat de curator ook de financiële belangen van de wilsonbekwame behartigt, maar dit speelt binnen de geneeskundige behandelingsovereenkomst (in principe vrijwel) geen rol van betekenis. Overigens behartigt de bewindvoerder enkel de financiële belangen en dient hij hierom in dit kader te worden aangemerkt als een willekeurige derde.

Indien de rechter geen vertegenwoordiger heeft aangesteld dient bekeken te worden of de patiënt zelf (voorafgaand aan wilsonbekwaamheid) een ander schriftelijk heeft gemachtigd. Deze schriftelijk gemachtigde treedt dan op als vertegenwoordiger. Bij het ontbreken hiervan treedt de echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel als vertegenwoordiger op. Indien ook deze persoon niet bestaat (of weigert) wordt een familielid aangemerkt als vertegenwoordiger (ouder, kind, broer of zus in willekeurige volgorde). Indien er  kan worden aangewezen dient de hulpverlener te handelen als ‘goed hulpverlener’ of kan de rechter worden verzocht om een mentor te benoemen.

Er bestaan situaties waarin er onduidelijkheid bestaat over wie er dient te worden aangemerkt als vertegenwoordiger, bijvoorbeeld in de situatie dat een echtgenoot en een levensgezel beiden als vertegenwoordiger wensen op te treden. In dat geval dient de voorkeur te worden gegeven aan de levensgezel, omdat hij wordt geacht het beste de wil van de patiënt te kunnen vertegenwoordigen en de band met de echtgenoot nog slechts formeel zal zijn. Ook indien verschillende familieleden zich aandienen dient de hulpverlener te beoordelen wie het meest geschikt is om de wil van de patiënt te vertegenwoordigen (tussen familieleden onderling bestaat geen hiërarchie). Er kan altijd slechts één persoon worden aangemerkt als vertegenwoordiger. In het geval van een conflict tussen familieleden dient de hulpverlener zich dus (enkel) te verhouden tot de vertegenwoordiger.

Goed hulpverlener of goed vertegenwoordiger?

Een vertegenwoordiger dient te allen tijde te handelen in het belang van de wilsonbekwame patiënt. Indien de hulpverlener aanwijzingen heeft dat de vertegenwoordiger niet handelt als ‘goed vertegenwoordiger’ kan hij in uitzonderlijke gevallen de vertegenwoordiger passeren door te handelen als ‘goed hulpverlener’. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan situaties waarin de vertegenwoordiger zich laat leiden door subjectieve waardeoordelen, persoonlijke waarderingen of zelfs financiële overwegingen. Het is dan wel van belang dat de hulpverlener dit goed motiveert en hiervan notitie maakt in het medisch dossier.

Dit is een Legal Update van Stijn Könning.

Download als pdf

Specialist(en)