Legal Update
Werkwijze bij (mogelijk) tegenstrijdig belang
De Hoge Raad heeft op 10 april 2026 de vraag beantwoord hoe het bestuur van een besloten vennootschap moet omgaan met een (mogelijk) tegenstrijdig belang van een bestuurder (ECLI:NL:HR:2026:592). Die bestuurder moet zijn (mogelijke) tegenstrijdige belang melden aan zijn medebestuurders. Het is vervolgens aan die medebestuurders om te beslissen of sprake is van een tegenstrijdig belang.
Wat bepaalt de wettelijke regeling bij (mogelijk) tegenstrijdig belang?
De wet bepaalt dat een bestuurder niet mag deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming wanneer hij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat strijdig is met het belang van de vennootschap en haar onderneming. De wet regelt niets over de melding en vaststelling van een (mogelijk) tegenstrijdig belang. In de statuten of een reglement kan daarover wel een regeling worden opgenomen. Als zo'n regeling ontbreekt, dan geldt de werkwijze die nu door de Hoge Raad is beschreven.
De casus
De uitspraak van de Hoge Raad volgt op een enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer (ECLI:NL:GHAMS:2025:280). Het gaat hier om een besloten vennootschap met een meerkoppig bestuur en zonder raad van commissarissen.
Enkele bestuurders werden door hun medebestuurders uitgesloten van beraadslaging en besluitvorming omdat hun medebestuurders vonden dat zij een tegenstrijdig belang hadden. De aldus uitgesloten bestuurders waren het daar niet mee eens. Zij stelden in cassatie dat het aan de bestuurder met een mogelijk tegenstrijdig belang is om te beslissen of hij aan de besluitvorming kan deelnemen.
Wat oordeelt de Hoge Raad?
De Hoge Raad oordeelt anders.
De bestuurder met een mogelijk tegenstrijdig belang moet openheid van zaken geven en het mogelijke tegenstrijdige belang melden aan zijn medebestuurders. Als er vervolgens discussie ontstaat over de vraag of daadwerkelijk sprake is van een tegenstrijdig belang, is het niet aan die bestuurder zelf om daarover de knoop door te hakken. Die beslissing komt toe aan de overige bestuurders. Dat geldt ook wanneer de bestuurder zijn mogelijke tegenstrijdige belang niet uit eigen beweging heeft gemeld.
Oordelen de medebestuurders dat sprake is van een tegenstrijdig belang, dan moeten zij er bovendien voor zorgen dat de betrokken bestuurder ook daadwerkelijk niet deelneemt aan de beraadslaging en besluitvorming.
Tot slot
Dit oordeel van de Hoge Raad is in lijn met de parlementaire geschiedenis en wat daaruit werd afgeleid in de rechtswetenschappelijke literatuur. Lees er meer over in de conclusie van de Advocaat-Generaal (ECLI:NL:PHR:2025:1334).
In de statuten of een reglement kan de door de Hoge Raad beschreven werkwijze worden vastgelegd. Daarin kunnen ook andere of aanvullende regelingen worden opgenomen. Zo kan bijvoorbeeld worden bepaald dat de goedkeuring van een ander vennootschapsorgaan nodig is voor het aangaan van een rechtshandeling waarbij een bestuurder een tegenstrijdig belang heeft.
Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met één van onze specialisten.