Wat kan een zorgaanbieder doen tegen actieve openbaarmaking door de IGJ?

08-09-2020

De Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) maakt toezichtgegevens en sanctiebesluiten sinds vorig jaar niet langer actief openbaar op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) maar op grond van de Gezondheidswet en Jeugdwet. De rechtsbescherming van zorgaanbieders is hierdoor aanzienlijk verkleind. Twee recente uitspraken maken duidelijk hoe dit precies zit.

Van Wob naar Gezondheidswet en Jeugdwet

De IGJ maakte tot 1 februari 2019 toezichtgegevens en sanctiebesluiten openbaar op grond van artikel 8 van de Wob. Voorbeelden hiervan zijn inspectierapporten, kennisgeving aan zorgaanbieders over intensivering van het toezicht, het instellen van verscherpt toezicht en handhavingsbesluiten. Met de openbaarmaking van deze gegevens beoogt de IGJ de naleving van regelgeving te bevorderen, het publiek inzicht te geven in de wijze waarop het toezicht en de uitvoering daarvan worden verricht en wat de resultaten zijn. De IGJ was hierbij verplicht om voorafgaand aan de openbaarmaking een afweging te maken tussen enerzijds het algemene belang bij openbaarheid en anderzijds het individuele belang van de zorgaanbieder, bijvoorbeeld om geen reputatieschade op te lopen.

De IGJ heeft onder de Gezondheidswet en Jeugdwet geen ruimte meer voor deze belangenafweging.
De wetgever koos hiervoor omdat de individuele belangen van zorgaanbieders niet zouden opwegen tegen het belang van burgers om juist en volledig geïnformeerd te worden. Daarom is gekozen het belang van transparantie alsmede het informeren en beschermen van anderen per definitie te laten prevaleren boven het belang van de zorgaanbieder. Daarmee is de rechtsbescherming van zorgaanbieders aanzienlijk ingeperkt. Twee recente uitspraken laten zien dat zorgaanbieders echter niet geheel machteloos staan.

Eerste uitspraak: jeugdhulpaanbieder komt op tegen openbaarmaking inspectierapport

De eerste uitspraak is van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over een jeugdhulpaanbieder die bij de rechtbank succesvol is opgekomen tegen een voornemen tot openbaarmaking van een inspectierapport. De reden daarvoor was dat de jeugdhulpaanbieder concreet had aangevoerd dat voor de vaststelling in het inspectierapport een onvoldoende feitelijke basis aanwezig was en de IGJ daar volgens de rechter onvoldoende gemotiveerd op was ingegaan.

De IGJ ging tegen deze uitspraak in hoger beroep bij de Afdeling, maar krijgt ook daar ongelijk. Daarbij stelt de hoogste bestuursrechter voorop dat onder de nieuwe openbaarmakingsystematiek geen individuele belangenafweging meer plaatsvindt, waardoor een rechtszaak hierover beperkt is tot de vraag of voldoende feitelijke basis aanwezig is voor de vaststellingen uit de documenten die de IGJ openbaar wil maken. De waardering van feiten en oordelen daarover maken geen deel uit van de door de rechter te verrichten toetsing. Hetzelfde geldt voor de conclusies die op die waarderingen en oordelen zijn gebaseerd.

Tweede uitspraak: producent melatonine-houdende producten komt op tegen openbaarmaking inspectierapport

De tweede uitspraak gaat over een producent van melatonine-houdende producten die werd geconfronteerd met het voornemen van de IGJ om een inspectierapport over haar openbaar te maken. De producent stelde dat het inspectierapport niet openbaar gemaakt mocht worden, omdat de conclusies zouden zijn gebaseerd op achterhaalde wetenschappelijke inzichten over de dagdosering van melatonine en diverse andere feitelijke onjuistheden bevatten.

De rechter gaat mee in deze stellingen van de producent en verbiedt het de IGJ het rapport openbaar te maken zonder nader onderzoek en eventuele aanpassing van het rapport.  De rechter passeert hierbij het verweer dat de gebreken zouden zijn geheeld doordat de producent heeft mogen reageren op het conceptrapport en de IGJ daar in het definitieve rapport weer op heeft gereageerd.

Welke stappen moet een zorgaanbieder zetten als zij zich wil verzetten tegen actieve openbaarmaking?

Een zorgaanbieder die wordt geconfronteerd met een voornemen tot actieve openbaarmaking heeft twee weken de tijd om in actie te komen, tenzij openbaarmaking direct gewenst is in verband met gevaar voor de volksgezondheid. In deze periode is het nodig om bezwaar te maken én een zogeheten voorlopige voorziening te vragen bij de rechtbank. Zodra een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, wordt de openbaarmaking opgeschort totdat de rechter uitspraak doet.

Let op: alleen bezwaar maken is dus onvoldoende, omdat de IGJ tijdens een bezwaarprocedure informatie 'gewoon' openbaar mag maken. Het is daarom noodzakelijk om tegelijkertijd te verzoeken om een voorlopige voorziening. Of zo'n verzoek kansrijk is, hangt met name af van de vraag of de openbaar te maken informatie evidente fouten en/of onjuistheden bevat.

Dit is een Legal Update van Bas van Schelven en Freek Reijmerink.

Download als pdf

Specialist(en)