Vernietiging van aanbestede overeenkomst?

09-12-2016

De Hoge Raad heeft duidelijkheid verschaft over de (on)mogelijkheden om een overeenkomst die na een aanbesteding is gesloten nog aan te tasten (vernietigen). Voorheen waren de Gerechtshoven in Nederland het namelijk niet eens over – kort gezegd – het antwoord op de vraag of de drie vernietigingsgronden van artikel 4.15 lid 1 Aanbestedingswet limitatief zijn of dat ook sprake kan zijn van aantasting van de overeenkomst door de rechter wegens andere schendingen van het aanbestedingsrecht.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad vond het tijd dat deze onenigheid verdween en heeft tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 januari 2015 aangaande een aanbesteding van de Universiteit Utrecht voor multifunctionals en aanverwante dienstverlening, waar onder meer deze rechtsvraag inzet was, cassatie in het belang der wet ingesteld.

De Hoge Raad heeft hierop bij arrest van 18 november 2016 bepaald dat rechterlijk ingrijpen in een na een aanbesteding definitief gegunde overeenkomst wegens strijd met het aanbestedingsrecht slechts mogelijk is op de in artikel 4.15 lid 1 Aanbestedingswet genoemde gronden. Daarnaast kan volgens de Hoge Raad enkel ingegrepen worden in het geval van wilsgebreken (dwaling, bedrog, bedreiging, misbruik van omstandigheden) of in het geval van strijd met de goede zeden of de openbare orde (artikel 3:40 BW). Andere mogelijkheden zijn er niet.

Van toepasselijkheid van artikel 3:40 BW is niet snel sprake. Strijd met de aanbestedingsregels valt buiten het toepassingsbereik van artikel 3:40 BW, zo heeft de Hoge Raad in een arrest uit 1999 reeds bepaald en in het arrest van 18 november 2016 expliciet herhaald.

Eén en ander betekent dat een schending van andere aanbestedingsrechtelijke regels dan welke genoemd worden in artikel 4.15 lid 1 Aanbestedingswet, na definitieve gunning niet meer tot aantasting van de overeenkomst kunnen leiden. Voor een belanghebbende is het middels een kort geding in een eerder stadium aanvechten van de voorlopige gunningbeslissing wegens schending van die ‘andere aanbestedingsrechtelijk regels’ dus de (enige) aangewezen weg. Ook blijft natuurlijk altijd de mogelijkheid bestaan om schadevergoeding te vorderen in een civielrechtelijke bodemprocedure.

Dit is een Legal Update van Willemijn Oudenaarden.

Download als pdf

Specialist(en)