Legal Update
Verleasen van stikstofruimte mag maar nagenoeg onmogelijk
Het verleasen van stikstofruimte kan een oplossing zijn voor projecten die tijdelijk stikstof uitstoten. Er gelden dan wel strenge eisen, net als bij extern salderen. Zo moet worden voorkomen dat stikstofruimte dubbel wordt ingezet. Alleen een civiele overeenkomst is daarvoor niet genoeg. Er is ook publiekrechtelijke borging in vergunningen nodig. Dit volgt uit de Afdelingsuitspraak van 24 juni 2026 over een geitenhouderij in Gelderland. Hierdoor komt verleasen in de praktijk vrijwel zeker ten einde.
In deze Legal Update bespreken we welke vergunningsvoorschriften moeten worden opgenomen en wat het gevolg daarvan is.
Dubbele inzet van stikstofruimte is verboden: alleen civielrechtelijke overeenkomst niet genoeg
De Afdeling stelt voorop dat het leasen van stikstofruimte moet worden beschouwd als een vorm van extern salderen (r.o. 6.1). Voor extern salderen gelden strenge voorwaarden, zoals het additionaliteitsvereiste. Een andere is dat dubbele inzet van het ingezette saldo moet worden voorkomen. Dat betekent:
- Er moet een directe samenhang zijn tussen het nieuwe project en de (gedeeltelijke) beëindiging van het saldogevende bedrijf
- Vast moet staan dat de bedrijfsvoering van het saldogevende bedrijf daadwerkelijk is of wordt beëindigd en niet kan worden hervat
Om te zorgen dat de saldogever feitelijk beëindigt, is volgens de Afdeling alleen een civielrechtelijke overeenkomst over de tijdelijke overdracht van stikstofruimte onvoldoende! De natuurvergunning van de saldogever moet ook publiekrechtelijk worden beperkt. Daarnaast moet in de natuurvergunning van de saldo-ontvanger een voorschrift komen dat het gebruik van de natuurvergunning koppelt aan de publiekrechtelijke beperking van de saldogevende natuurvergunning.
Eisen aan voorschriften saldogever en -ontvanger
De Afdeling geeft een concreet lijstje met vijf aanwijzingen voor wijziging van de voorschriften van de saldogever (ro. 9.5.1) en drie op te nemen voorschriften in de vergunning voor de saldo-ontvanger (ro. 9.5.2 en 9.6). Voor de saldo-ontvanger is ook het additionaliteitsvereiste van toepassing (ro. 9.6).
Wij bevelen aan deze voorwaarden altijd langs te lopen en daarbij aan te sluiten in de vergunningen.
Verleasen praktisch ten einde: onduidelijk of nieuwe natuurvergunning nodig is voor hervatten oorspronkelijk vergunde activiteit
De Afdeling stelt een cruciale vraag maar laat die onbeantwoord omdat de procedure daar niet over gaat. Het is nu nog onduidelijk of de saldogever na afloop van de leaseperiode een nieuwe natuurvergunning nodig heeft voor het hervatten van zijn oorspronkelijk vergunde activiteit. De vergunningplicht geldt namelijk als niet langer sprake is van de voortzetting van één-en-hetzelfde project (HvJ EU 10 november 2022, ECLI:EU:C:2022:854, AquaPri-arrest). Dat zou heel goed aan de orde kunnen zijn na verleasen. Als dat zo is dan is het absoluut geen zekerheid dat de vergunning daadwerkelijk wordt verstrekt, vanwege het huidige stikstofklimaat en de strenge eisen die gelden bij vergunningverlening. De gemiddelde vergunninghouder/saldo-gever zal dit risico begrijpelijkerwijs veelal niet aandurven. Totdat hierover zekerheid bestaat valt in de praktijk het doek voor verleasen van stikstofruimte.
Meer weten over dit onderwerp? Neem dan gerust contact op met één van onze specialisten.