Legal Update
Verkeersongeval maaltijdbezorger: Werkgever aansprakelijk wegens schending zorg- en verzekeringsplicht
De strenge lijn van de Rechtbank Midden-Nederland en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zoals besproken in onze eerdere Legal Update 'Werkgeversaansprakelijkheid bij verkeersongevallen van maaltijdbezorgers' van 18 september 2026, is recent ook door Rechtbank Den Haag gehanteerd (ECLI:NL:RBDHA:2026:27676).
Ook rechtbank Den Haag legt de lat voor werkgevers hoog
Een destijds 16-jarige maaltijdbezorger raakte twee weken na indiensttreding gewond toen hij tijdens het bezorgen met zijn scooter uitgleed en tegen een stilstaande auto kwam. Hij sprak zijn werkgever aan op grond van artikel 7:658 lid 2 BW en artikel 7:611 BW. De werkgever kon geen vast instructieprotocol of daadwerkelijk gegeven verkeersveiligheidsinstructies aantonen, en de laatste onderhoudsfactuur van de scooter – van drie weken vóór het ongeval – zei niets over de staat van het voertuig op de dag van het ongeval. Volgens de rechtbank had het op de weg van de werkgever gelegen om de scooter direct na het ongeval te laten onderzoeken om de deugdelijkheid ervan alsnog aan te tonen. De Rechtbank Den Haag oordeelt dan ook dat de werkgever niet heeft voldaan aan zijn zorgplicht onder artikel 7:658 BW, zonder daarbij in te gaan op de vraag of de maaltijdbezorger wellicht bewust roekeloos had gehandeld.
Hiermee hanteert de Rechtbank Den Haag dezelfde strenge lijn als de Rechtbank Midden-Nederland en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, die ook tot aansprakelijkheid kwamen omdat de werkgever niet kon bewijzen dat veiligheidsinstructies waren gegeven en dat het voertuig deugdelijk was. Opvallend is dat de Rechtbank Den Haag de minderjarigheid van de bezorger, anders dan de Rechtbank Midden-Nederland, niet expliciet als verzwarende omstandigheid noemt. Dat lijkt erop te wijzen dat volgens de Rechtbank Den Haag de lat voor werkgevers van maaltijdbezorgers in het algemeen al zo hoog ligt dat de leeftijd van de bezorger in dit geval geen doorslaggevende rol meer hoefde te spelen.
Geen goed werkgeverschap vanwege schending verzekeringsplicht
Anders dan in de twee eerder besproken uitspraken gaat de Rechtbank Den Haag wel expliciet in op artikel 7:611 BW. De verzekering van de werkgever dekte alleen schade van derden en dus niet de eigen schade van de bezorger als bestuurder, terwijl de werkgever wel de redelijke mogelijkheid had om daarvoor een verzekering af te sluiten. Het verweer dat de scooter werd geleased en aanvullend verzekeren daarom niet mogelijk was, slaagde niet. De werkgever kan zijn verzekeringsverplichting niet afwentelen op de leasemaatschappij. Ook het argument dat een verzekeraar vanwege het rijgedrag van de bezorger (negeren haaientanden, te hard te rijden en onterecht geen voorrang verlenen) toch niets zou hebben uitgekeerd, overtuigde niet bij gebrek aan onderbouwing. Omdat de werkgever geen afdoende verzekering had afgesloten terwijl dat redelijkerwijs wel van hem kon worden verwacht, heeft hij zich niet als goed werkgever gedragen in de zin van artikel 7:611 BW.
Betekenis voor de praktijk
In onze Legal Update van 18 september 2026 adviseerden wij al om verkeersveiligheidsinstructies schriftelijk vast te leggen, de RI&E actueel te houden en het voertuig aantoonbaar te onderhouden. Deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag benadrukt dat dit advies onverkort geldt. Een werkgever is daarnaast gehouden om een deugdelijke verzekering af te sluiten voor zijn werknemers die deelnemen aan het verkeer. Denk dan bijvoorbeeld aan een WEGAM of WEGAS verzekering. Het advies is dan ook om te verifiëren of de verzekeringsportefeuille die dekking ook daadwerkelijk biedt. Ten slotte laat deze recente uitspraak zien dat een werkgever ook bij een leasevoertuig hiervoor zelf verantwoordelijk blijft.
Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met een van onze specialisten van het team Aansprakelijkheid & Verzekering.
Specialist(en)
Petra klein Gunnewiek
Aansprakelijkheid & Verzekering en Zorg & Sociaal domein