Noodgedwongen langer 'gesloten jeugdhulpverlening' door trage gemeentelijke besluitvorming

24-08-2020

Als gevolg van trage gemeentelijke besluitvorming kon een jeugdige met complexe problematiek niet worden overgeplaatst naar een passende vervolgplek waar hij al maanden op wachtte en moet daardoor noodgedwongen langer in een gesloten jeugdhulpinstelling blijven.

De kinderrechter zag in haar uitspraak van 23 juni 2020 geen andere mogelijkheid dan het verblijf van de jeugdige in de gesloten instelling te verlengen. De gemeente verzocht de rechtbank een opvolgende machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van vier maanden. Bij de jeugdige is sprake van complexe problematiek waardoor hij structuur en voortdurende voorspelbaarheid nodig heeft om goed te kunnen functioneren. Tijdens de behandeling van het vorige verzoek om een machtiging voor gesloten jeugdhulp 6 maanden daarvoor was al aan de orde geweest dat het verblijf van de jeugdige in de gesloten jeugdzorg onwenselijk en niet passend is. Hij heeft weliswaar blijvend intensieve begeleiding nodig om heftige escalaties in zijn gedrag te voorkomen, maar niet de geslotenheid van een instelling voor gesloten jeugdzorg.

Eerder waren ter zitting alle betrokken het er al over eens dat er zo spoedig mogelijk duidelijkheid diende te komen over een passende vervolgplek voor de jeugdige. Er was al enige tijd een passende plek voor de jeugdige beschikbaar, alleen de financiering was nog niet rond. De kinderrechter heeft toen een machtiging voor zes maanden verleend, ervan uitgaande dat binnen deze periode de vervolgplek voor de jeugdige geregeld zou zijn, met voldoende tijd voor een rustige overgang. De kinderrechter heeft daarbij, onder verwijzing naar de artikelen 13 en 24 van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind een klemmend beroep gedaan op de verantwoordelijke wethouder om het ertoe te leiden dat de jeugdige zo spoedig mogelijk zou worden overgeplaatst naar de beschikbare en passende vervolgplek. Ter zitting is namens de gemeente naar voren gebracht dat zij, ruim 6 maanden later, nog steeds in gesprek is met een jeugdhulpaanbieder die de intentie heeft om jeugdige op te nemen.

De kinderrechter vindt het dan ook zeer teleurstellend en onacceptabel dat nu blijkt dat de jeugdige als gevolg van trage gemeentelijke besluitvorming nog niet overgeplaatst is en dat de vervolgplek zelfs nog niet vast staat. De adviserend gedragswetenschapper heeft erop gewezen dat langer verblijf in de gesloten jeugdzorginstelling potentieel schadelijk voor de jeugdige is. Verder is de juridische basis voor een verlenging op zijn minst twijfelachtig, omdat de geslotenheid niet noodzakelijk is voor de jeugdige. Een andere plek is er echter niet en duidelijk is ook dat de jeugdige nog slechter af zou zijn als hij op straat komt te staan. Een verblijf bij zijn moeder thuis is gelet op zijn ernstige en complexe problematiek geen realistische optie. De kinderrechter ziet dan ook geen andere mogelijkheid dan het verblijf in de gesloten instelling te verlengen.

Deze uitspraak typeert de problematiek omtrent plaatsing van jeugdigen bij passende gespecialiseerde jeugdhulpvoorzieningen door gemeenten en de tekortkomingen in het stelsel van de Jeugdwet die ook door kinderrechters worden geconstateerd (zie bijvoorbeeld ook de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 24 juli 2018). Deze tekortkomingen worden mede veroorzaakt door de ontstane financiële tekorten die binnen het sociaal domein zijn ontstaan, die gemeenten noodzaken te bezuinigen. Deze financiële tekorten spelen ook een rol bij de zogenoemde 18-/18+ problematiek.

Wilt u meer weten over deze specifieke problematiek? Luister dan naar aflevering 18 van onze podcast 'Licht op Legal' die op 25 augustus 2020 verschijnt.

Dit is een Legal Update van Bastiaan Wallage en Freek Reijmerink.

Download als pdf

 

Specialist(en)