Legal Update
Mondelinge last onder bestuursdwang: toch rechtsbescherming bij de bestuursrechter
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 5 augustus 2026 een opvallende uitspraak gedaan over de rechtsbescherming tegen een mondeling opgelegde last onder bestuursdwang. In deze uitspraak bepaalt de Afdeling dat een mondelinge last gelijk te stellen is met een besluit, waartegen rechtsbescherming openstaat bij de bestuursrechter. Het is niet nodig dat de last op schrift wordt gesteld. Dat lijkt een wijziging van eerdere rechtspraak, waaronder de Afdelingsuitspraak van 2 april 2025.
Geen last op schrift, geen rechtsbescherming?
In deze zaak liet een bewoner van Groningen een steiger langer staan dan zijn vergunning toestond. Toezichthouders hebben hem daarom op 22 december 2024 verteld dat hij de steiger twee dagen later verwijderd moest hebben. Op 24 december 2021 vond controle plaats en werd hem mondeling medegedeeld dat hij nog een uur had om de steiger te verwijderen. Daarbij is gezegd dat een steigerbouwer (die ook was meegenomen door de gemeente) het anders zou doen op kosten van de bewoner. De bewoner heeft de steiger toen tijdig, zelf laten verwijderen. Toen hij vervolgens vroeg om de last op schrift te stellen, weigerde het college dat.
Op de zitting bleek dat het college dit bewust zo aanpakt: als een overtreder aan de last voldoet en de overtreding zelf tijdig beëindigt, wordt er nooit een schriftelijk stuk opgemaakt. Dat is problematisch, want zonder schriftelijke vastlegging is niet voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste van artikel 1:3, lid 1 Awb. Omdat een belanghebbende alleen tegen een besluit beroep kan instellen bij de bestuursrechter, kan hij dat dus niet zomaar doen tegen zo'n mondelinge last.
De oplossing: gelijkstelling met een besluit
In dit geval heeft de bewoner een beroepsmogelijkheid bij de bestuursrechter gecreëerd door bezwaar te maken tegen de weigering om de last op schrift te stellen. Dat is behoorlijk omslachtig. De Afdeling constateert dat de handelswijze van het college alle kenmerken heeft van een gewone last onder bestuursdwang. Zij kiest er dan ook voor om dit geval de mondeling opgelegde last, "uit oogpunt van efficiënte rechtsbescherming", rechtstreeks gelijk te stellen met een besluit. De bestuursrechter is immers, anders dan de civiele rechter, bij uitstek aangewezen om over dit soort bestuursrechtelijke geschillen te oordelen. Gevolg in deze zaak: het college moet de inhoudelijke bezwaren tegen de last alsnog behandelen en daarover een besluit op bezwaar nemen.
Hoe zat dit in eerdere rechtspraak?
Deze uitspraak wijkt af van jurisprudentie tot nu toe. Zo heeft in de zaak over rijksmonument Ivicke in Wassenaar, een gemeentelijke bouwinspecteur een mondelinge bouwstop opgelegd (23 september) en die pas de volgende dag (24 september) op schrift gesteld. De Afdeling overwoog toen uitdrukkelijk dat het feitelijk stilleggen van de werkzaamheden doorgaans mondeling gebeurt en dat er op dat moment nog géén sprake is van een besluit in de zin van artikel 1:3 lid 1 Awb. Immers: om van een besluit te kunnen spreken, moet er een schriftelijke beslissing zijn. De Afdeling neemt in die procedure dan ook aan dat er pas sprake is van een besluit nadat de last op schrift is gesteld (24 september).
Wat betekent dit voor de praktijk?
Hoewel het de vraag is of de Afdeling de hier gehanteerde lijn bedoelt door te trekken naar alle lasten onder bestuursdwang (waarin de overtreder aan de last voldoet voordat deze op schrift wordt gesteld), maakt de uitspraak in elk geval duidelijk dat bestuursorganen zich niet langer kunnen onttrekken aan rechterlijke toetsing door simpelweg nooit een schriftelijk stuk op te maken na het geven van een mondelinge last onder bestuursdwang. Het is een correctie op een praktijk die anders buiten het bereik van de bestuursrechter zou kunnen blijven.
Meer weten over dit onderwerp? Neem dan gerust contact op met één van onze specialisten.