KNMG vernieuwt richtlijn niet-aangaan of beëindigen van geneeskundige behandelingsovereenkomst

16-02-2021

De KNMG publiceerde recent de vernieuwde richtlijn Niet-aangaan of beëindigen van de geneeskundige behandelingsovereenkomst. De vernieuwde richtlijn vervangt de voorgaande versie uit 2005. Alhoewel de WGBO onveranderd is gebleven, is door een praktische uitwerking van de recente rechterlijke uitspraken over dit thema de richtlijn beter toepasbaar geworden.

Geneeskundige behandelingsovereenkomst

De vernieuwde richtlijn van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) is opgesteld rondom de geneeskundige behandelingsovereenkomst tussen arts/zorginstelling en patiënt. Een geneeskundige behandelingsovereenkomst is volgens de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) een overeenkomst waarbij de hulpverlener zich tegenover de patiënt verplicht om geneeskundige handelingen te verrichten die rechtstreeks betrekking hebben op de patiënt. De richtlijn is daarbij een handelingsinstructie voor zorgvuldig en professioneel handelen voor artsen en een uitdrukking van de medisch-professionele standaard. De richtlijn wordt als zodanig ook door de rechter gehanteerd.

Niet aangaan van een behandelingsovereenkomst

Uit de rechtspraak over de WGBO vloeit voort dat artsen slechts bij hoge uitzondering kunnen weigeren om een behandelingsovereenkomst aan te gaan. De vernieuwde richtlijn maakt duidelijk dat de drie belangrijkste 'gewichtige redenen' nog steeds de volgende zijn:

  1. De aard of omvang van de hulpvraag gaat de expertise of mogelijkheden van de arts te buiten
  2. Door eerdere ervaringen met de patiënt ontbreekt bij voorbaat een vertrouwensbasis voor de behandelingsovereenkomst
  3. De arts heeft een aanzienlijk belang – meestal organisatorisch – om de behandelingsovereenkomst niet aan te gaan

Als de arts op grond van een of meer van deze redenen besluit om geen behandelingsovereenkomst aan te gaan, mag dit alleen als hij voldoet aan de volgende zorgvuldigheidseisen:

  • de arts bespreekt zijn besluit met de patiënt
  • de arts verleent noodzakelijke hulp aan de patiënt, totdat deze een nieuwe behandelaar heeft
  • de arts verstrekt met toestemming van de patiënt de eventuele gegevens aan de nieuwe behandelaar

Beëindiging van een behandelovereenkomst

Behandelingsovereenkomsten eindigen meestal met wederzijds goedvinden als de behandeling is afgerond. Als de arts de behandelingsovereenkomst echter tussentijds eenzijdig wil beëindigen, is dat gecompliceerd. De WGBO stelt dat dit alleen mogelijk is als daar gewichtige redenen voor zijn. Voorbeelden hiervan die in de vorige versie van de richtlijn ook al werden vermeld, zijn:

  • de patiënt vertoont zeer onheus of agressief gedrag
  • de arts heeft een ernstig conflict met de patiënt en/of de patiënt wil niet meewerken aan de   behandeling
  • de patiënt weigert voortdurend de rekening te betalen, of
  • de arts heeft een aanzienlijk belang bij het beëindigen van de behandelingsovereenkomst

Een nieuwe gewichtige reden voor het eenzijdig kunnen beëindigen van de behandelingsovereenkomst is wanneer de aard en/of omvang van de hulpvraag wezenlijk wijzigt en de expertise of de mogelijkheden van de arts te buiten gaan. Ter illustratie verwijst de vernieuwde richtlijn hierbij naar een uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam uit oktober 2020 waarin een psychiater die de behandelingsovereenkomst met een patiënt had beëindigd in het gelijk werd gesteld, omdat behandeling binnen de specialistische GGZ niet meer de juiste was en de basis GGZ een passend alternatief kon bieden.

Als de arts op grond van een of meer van deze redenen besluit om de behandelingsovereenkomst te beëindigen, moeten de volgende reeds eerder genoemde zorgvuldigheidseisen in acht worden genomen:

  • de patiënt herhaaldelijk waarschuwen en onderzoeken of herstel van de relatie mogelijk is
  • tijdig mondeling informeren over het besluit tot beëindiging en dit schriftelijk bevestigen
  • een redelijke termijn aanhouden voordat de overeenkomst daadwerkelijk wordt beëindigd
  • noodzakelijke hulp blijven verlenen of laten verlenen, tot de patiënt een andere behandelaar heeft gevonden
  • medewerking verlenen om na de beëindiging elders zorg te ontvangen

Voorwaarden voor een zorginstelling

Als een patiënt in een instelling verblijft, komt tussen de patiënt en de instelling (ook) een behandelingsovereenkomst tot stand. De gewichtige redenen voor het niet aangaan van een behandelingsovereenkomst of het eenzijdig opzeggen daarvan en de verplichte zorgvuldigheidseisen gelden in de regel daarom ook voor zorginstellingen. Daarbij vermeldt de vernieuwde richtlijn net als de vorige versie een aantal extra aandachtspunten voor zorginstellingen:

  1. Niet naleven van essentiële behandelvoorwaarden of regels van de zorginstelling
    Wanneer een patiënt essentiële regels van een zorginstelling niet naleeft, kan dat een gewichtige reden zijn om de behandelingsovereenkomst te beëindigen.
  2. Extra voorzichtigheid bij beëindiging vanwege gedrag van familieleden en vertegenwoordigers
    Wanneer een zorginstelling een behandelingsovereenkomst wil beëindigen omdat de naasten van een patiënt de zorg bemoeilijken, is van belang dat de naasten voldoende duidelijk en herhaaldelijk gewaarschuwd zijn. Daarnaast moet de zorginstelling extra aandacht besteden aan de opzegtermijn.
  3. Aanzienlijk belang van de zorginstelling
    Een zorginstelling kan een aanzienlijk belang hebben bij beëindiging van de behandelingsovereenkomst vanuit praktische overwegingen, zoals budgettaire of personele redenen.
  4. Wijzigen of vervallen van indicatie
    Wanneer de indicatie of opname van een patiënt wijzigt of komt te vervallen, kan dit een reden voor de zorginstelling zijn om de behandelingsovereenkomst te beëindigen en de patiënt naar een andere zorginstelling of -voorziening over te plaatsen.

Naast het bestaan van een gewichtige reden kan ook een zorginstelling alleen een behandelingsovereenkomst beëindigen met inachtneming van de zorgvuldigheidseisen. Deze zorgvuldigheidseisen zijn hetzelfde als voor de individuele arts met de volgende aanvullende aandachtspunten:

  • Aanhouden van een redelijke termijn voordat de overeenkomst daadwerkelijk wordt beëindigd
  • verlenen van medewerking bij het zoeken naar passende zorg elders, en
  • noodzakelijke hulp blijven verlenen tot de daadwerkelijke beëindiging

Beëindiging door de patiënt

Tot slot kan een patiënt altijd een behandelingsovereenkomst zelf eenzijdig beëindigen. Maar let op, ook dan zal de arts/zorginstelling een aantal specifieke zorgvuldigheidseisen in acht moeten nemen:

  1. Communicatie en documentatie
    Om de behandelingsovereenkomst op een goede manier af te sluiten, is het belangrijk dat de arts duidelijk communiceert en documenteert wat de redenen zijn van de patiënt voor de beëindiging.
  2. Noodzakelijke zorg blijven verlenen
    De arts moet altijd bereid blijven om de patiënt noodzakelijke hulp te bieden, ook wanneer de patiënt de behandelingsovereenkomst heeft opgezegd. Dit geldt totdat de patiënt een nieuwe behandelaar heeft gevonden.
  3. Verlenen van medewerking
    De arts moet zich inspannen om ervoor te zorgen dat de lopende behandeling op een zorgvuldige wijze wordt afgebouwd en overgenomen wordt door een andere hulpverlener, indien de patiënt dit wil. Als de patiënt een nieuwe behandelaar heeft gevonden, moet de arts de eventuele behandeling en relevante patiëntgegevens met toestemming van de patiënt overdragen aan de nieuwe behandelaar. Desgewenst moet ook nazorg geboden worden.

Conclusie

De vernieuwde KNMG-richtlijn is voor artsen en zorginstellingen beter toepasbaar is geworden dan zijn voorganger. Tegelijkertijd blijft het voor de vraag of een behandelingsovereenkomst niet hoeft te worden aangegaan of eenzijdig kan worden beëindigd van groot belang alle omstandigheden van het geval zorgvuldig af te wegen.

Dit is een Legal Update van Freek Reijmerink en Bas van Schelven.

Download als pdf

Specialist(en)