Legal Update
Interne bestuurdersaansprakelijkheid en de reikwijdte van decharge: Een historisch arrest onder de loep
Op 10 januari 1997 wees de Hoge Raad het bekende Staleman/Van de Ven-arrest (ECLI:NL:HR:1997:ZC2243). In dit arrest heeft de Hoge Raad belangrijke uitgangspunten geformuleerd over interne bestuurdersaansprakelijkheid en de reikwijdte van decharge. Deze uitgangspunten zijn nog altijd relevant voor bestuurders, commissarissen en aandeelhouders. In deze Legal Update nemen we deze uitgangspunten onder de loep.
Interne bestuurdersaansprakelijkheid: Wanneer is sprake van een ernstig verwijt?
Op grond van artikel 2:9 BW is een bestuurder verplicht om zijn of haar taak tegenover de rechtspersoon behoorlijk te vervullen. Schiet een bestuurder daarin tekort, dan leidt dat niet automatisch tot persoonlijke aansprakelijkheid. Daarvoor is vereist dat hem of haar een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Deze 'ernstig verwijt'-maatstaf heeft de Hoge Raad voor het eerst geformuleerd in het Staleman/Van de Ven-arrest. Sinds 1 januari 2013 is deze maatstaf ook opgenomen in de wet (artikel 2:9 lid 2 BW).
Of van een ernstig verwijt sprake is, hangt af van alle omstandigheden van het geval. Volgens de Hoge Raad spelen daarbij onder meer de volgende factoren een rol:
- De aard van de door de rechtspersoon uitgeoefende activiteiten
- De risico’s die met die activiteiten samenhangen
- De taakverdeling binnen het bestuur
- Eventuele interne richtlijnen of afspraken
- Informatie waarover de bestuurder beschikte of behoorde te beschikken ten tijde van de aan hem verweten beslissingen of gedragingen
- Het inzicht en de zorgvuldigheid die mogen worden verwacht van een bestuurder die voor zijn taak berekend is en deze nauwgezet vervult
Decharge als beperking van interne aansprakelijkheid: Waar moet je rekening mee houden bij decharge?
Decharge neemt een prominente plek in bij de beoordeling van interne bestuurdersaansprakelijkheid en ziet op de vraag in hoeverre de vennootschap afstand doet van haar recht om een bestuurder of commissaris aan te spreken. Decharge is een besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders, waarmee bestuurders voor het gevoerde beleid en commissarissen voor het gehouden toezicht worden ontslagen van aansprakelijkheid tegenover de vennootschap. Het gaat daarbij om de interne verhouding tussen de vennootschap en haar bestuurders of commissarissen: de vennootschap doet met een dergelijk besluit afstand van haar recht om hen op die grond aan te spreken. In geval van faillissement van de rechtspersoon geldt dat de curator geen vordering op grond van artikel 2:9 BW kan instellen.
Voor een uitgebreidere bespreking van decharge en de beperkingen daarvan, verwijzen we naar onze eerdere Legal Update: 'Decharge: geen onbeperkte vrijwaring voor bestuurders en commissarissen'.
In het Staleman/Van de Ven-arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een decharge zich slechts uitstrekt over gegevens die uit de jaarrekening en verslaglegging kenbaar zijn of anderszins aan de algemene vergadering van aandeelhouders bekend zijn gemaakt. Bestuurders of commissarissen kunnen zich dus niet beroepen op verleende decharge als achteraf blijkt dat bepaalde informatie niet met de aandeelhouders is gedeeld, zelfs als de aandeelhouders wel van die informatie op de hoogte hadden kunnen zijn. Dit geldt ook voor informatie waarover een individuele aandeelhouder buiten de algemene vergadering om (bijvoorbeeld via andere kanalen) kennis heeft genomen. Aldus komt doorslaggevende betekenis toe aan de vraag welke informatie blijkens de stukken (zoals jaarverslagen) ter beschikking van de algemene vergadering was ten tijde van het nemen van het dechargebesluit.
Ons team Corporate Litigation & Investigations heeft ruime ervaring met procedures op het gebied van bestuurdersaansprakelijkheid en kan hierover adviseren. Meer weten over dit onderwerp? Neem dan gerust contact op met één van onze specialisten.
Specialist(en)
Steef van den Boogert
Herstructurering & Insolventie en Corporate Litigation & Investigations