Legal Update
Hof Den Haag schiet zorgaanbieders met te lage tarieven van de zorgverzekeraar te hulp
Zorgaanbieders worden regelmatig geconfronteerd met een zorgverzekeraar die te lage tarieven biedt om op een duurzame wijze goede zorg te kunnen verlenen. De afgelopen 1,5 jaar is er rechtspraak ontwikkeld die behulpzaam is voor deze aanbieders. Hoe dit precies zit, leggen we in deze Legal Update uit.
Inleiding
Het Gerechtshof Den Haag deed op 14 oktober 2025 uitspraak in een geschil tussen zorgverzekeraar Zilveren Kruis en een aantal voetzorgaanbieders over tarieven die voor 2025 zijn gecontracteerd (ECLI:NL:GHDHA:2025:2096). De voetzorgaanbieders vonden deze tarieven te laag, omdat de tarieven sinds 2019 nagenoeg niet zijn geïndexeerd terwijl de aanbieders in die periode wel aanzienlijke kostenstijgingen hadden. De aanbieders vroegen het Hof daarom Zilveren Kruis te verplichten de tarieven voldoende te indexeren. Het Hof gaat daarin mee en verplicht de zorgverzekeraar om de tarieven te verhogen met maar liefst 29,9%.
Het arrest past in een reeks uitspraken waarin de vrijheid die een zorgverzekeraar heeft bij het bepalen van het tarief, wordt ingeperkt als een zorgaanbieder bij wie hij zorg inkoopt afhankelijk is van die zorgverzekeraar. Het arrest markeert daarmee een vaste trend in de rechtspraak, die van groot voordeel is voor zorgaanbieders die vinden dat ze te lage tarieven krijgen.
Welke grenzen stelt het Hof aan de contractsvrijheid van zorgverzekeraars?
Een zorgverzekeraar mag in beginsel zelf bepalen bij welke zorgaanbieder hij bepaalde zorg wil inkopen en tegen welke voorwaarden. Dit heet contractsvrijheid.
Deze contractsvrijheid is niet onbegrensd. In het zogenoemde 'STAR-arrest' (ECLI:NL:GHDHA:2024:1101) overwoog ditzelfde Hof dat deze contractsvrijheid wordt beperkt door het feit dat de zorgverzekeraar met de zorgaanbieder een gedeelde verantwoordelijkheid heeft om te zorgen dat de verzekerde aanspraak kan maken op toegankelijke, kwalitatief goede en betaalbare zorg uit het basispakket van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Om deze verantwoordelijkheid waar te maken, moet de zorgverzekeraar die zorg adequaat inkopen en de zorgaanbieder moet deze zorg adequaat aanbieden. En als een zorgaanbieder van een zorgverzekeraar afhankelijk is, kan hij die zorg alleen aan patiënten bieden als de zorgverzekeraar hem daartoe in staat stelt. Als de zorgaanbieder afhankelijk is van een zorgverzekeraar, moet de zorgverzekeraar volgens het Hof bij zijn inkoopgedrag daarom voldoende rekening houden met de gerechtvaardigde belangen van de zorgaanbieder.
Waarom oordeelt het Hof dat voetzorgaanbieders afhankelijk zijn van Zilveren Kruis?
In deze zaak oordeelt het Hof dat de voetzorgaanbieders afhankelijk zijn van Zilveren Kruis, aangezien Zilveren Kruis – kort gezegd – als grootste verzekeraar van Nederland een aanzienlijk onderdeel vormt van de door hen verleende voetzorg, zij voor een substantieel deel hun omzet halen uit zorgverlening aan Zilveren Kruis-verzekerden en ongecontracteerd werken geen reële optie is.
Het Hof oordeelt vervolgens dat Zilveren Kruis niet mocht weigeren om de tarieven voor 2025 correct te indexeren, aangezien de zorgverzekeraar niet zomaar kan weigeren om tarieven correct te indexeren als bekend is dat de betrokken zorgaanbieders in die periode zijn geconfronteerd (en nog geconfronteerd zullen worden) met onontkoombare prijsstijgingen. Bovendien was bekend dat de tarieven die Zilveren Kruis voorstelde te laag waren om die kosten te dekken. Ook krijgt Zilveren Kruis vanuit de overheid 'geïndexeerde macrokaders Zvw' ter beschikking gesteld, juist om deze prijsstijgingen op te vangen.
Welke vaste rechtspraak versterkt de positie van zorgaanbieders bij tariefgeschillen?
Doordat het Hof Den Haag expliciet verwijst naar zijn eerdere STAR-arrest, kan inmiddels van een bestendige lijn in de rechtspraak worden gesproken, die het fundament vormt onder het reële tarieven-leerstuk in de Zvw. Dezelfde afhankelijkheidsoverweging kwam sinds het STAR-arrest namelijk ook (impliciet) in zekere mate terug in iedere gepubliceerde uitspraak over dit soort tariefgeschillen tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars.
Zorgaanbieders die zich willen beroepen op deze rechtspraak doen er goed aan voor zichzelf twee vragen te beantwoorden.
Ten eerste: ben ik afhankelijk van de zorgverzekeraar? Of dat zo is, hangt af van de in onderlinge samenhang te beschouwen omstandigheden van het geval. Voorbeelden uit deze jurisprudentielijn zijn de lengte van de contractuele relatie, de grote van het marktaandeel van de zorgverzekeraar en het feitelijk gebrek aan bedrijfseconomische ruimte om zonder contract te kunnen werken.
Ten tweede: in hoeverre sluit het geboden tarief voldoende aan op de gerechtvaardigde belangen van de zorgaanbieder? In de meeste uitspraken gaat het dan om een zogeheten ‘reëel tarief’: een tarief waarmee een gemiddeld efficiënte zorgaanbieder in staat is kostendekkend te werken, oftewel voldoende kwalitatieve zorg kan aanbieden vanuit een financieel gezonde onderneming. Of een tarief hieraan voldoet, is wederom afhankelijk van de in samenhang te beschouwen omstandigheden van het geval.
Wat kunnen zorgaanbieder doen als zij te lage tarieven krijgen van zorgverzekeraars?
Deze jurisprudentielijn verstevigt de positie van zorgaanbieders in hun relatie met zorgverzekeraars. Zorgverzekeraars kunnen namelijk niet zomaar te lage tarieven (blijven) hanteren als de zorgaanbieder kan aantonen afhankelijk te zijn van de zorgverzekeraar én dat geen sprake is van een reëel tarief. Zorgaanbieders die dit kunnen aantonen, doen er goed aan dit schriftelijk en gemotiveerd onder de aandacht van de zorgverzekeraar te brengen. Bij het uitblijven van een voldoende antwoord kan worden overwogen de rechter te vragen om corrigerend op te treden.
Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met een van onze specialisten.