Legal Update
Gerechtshof Amsterdam: Uber-chauffeurs zijn ondernemers
Het hof Amsterdam heeft op 27 januari 2026 uitspraak gedaan in de (inmiddels al enkele jaren lopende) discussie tussen FNV en Uber over de kwalificatie van de overeenkomsten tussen Uber en de Uber-chauffeurs (ECLI:NL:GHAMS:2026:163). In deze zaak stelde FNV, kort gezegd, dat de Uber-chauffeurs werknemers zijn van Uber en daarom op hen de Taxi CAO toegepast moet worden. Uber (en enkele chauffeurs die meededen aan de procedure) waren van mening dat de chauffeurs geen werknemers zijn, maar zelfstandige ondernemers.
Hoe verliep de procedure tot aan het arrest van het hof?
In eerste aanleg werd geoordeeld dat de Uber-chauffeurs werknemers waren, waarna Uber in hoger beroep ging. Het hof in Amsterdam paste in het tussenarrest vervolgens de eerder door de Hoge Raad geformuleerde Deliveroo-criteria toe, maar zag zich daarbij (onder andere) voor de vraag gesteld hoe één van die gezichtspunten, het ondernemerschap, toegepast moest worden. Daarover stelde het hof enkele prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft op 21 februari 2025 (onder andere) geoordeeld dat er geen rangorde is tussen de verschillende gezichtspunten en dus ook het gezichtspunt ondernemerschap volledig meeweegt in de beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst. Lees hierover ook onze Legal Update 'Hoge Raad: Ondernemerschap weegt volledig mee in kwalificatie (arbeids)overeenkomst'.
De zaak werd na deze uitspraak van de Hoge Raad voortgezet bij het hof.
Tot welk oordeel kwam het hof Amsterdam over de positie van Uber-chauffeurs?
Het hof heeft geoordeeld dat de chauffeurs in deze zaak een sterke mate van ondernemerschap hadden. Uiteindelijk kwam de weging van alle omstandigheden van het geval er daarom op neer dat de Uber-chauffeurs niet werkzaam waren op basis van een arbeidsovereenkomst. Het hof heeft daarbij gekeken naar verschillende factoren:
- De hoogte van de investeringen, waaronder de investering in een zelfgekozen auto
- De vrijheid in het bepalen van de tijdstippen waarop gewerkt wordt
- De vrijheid (en strategie) bij het accepteren van ritten
- Het risico op aansprakelijkheid en arbeidsongeschiktheid
Daarnaast bleek dat Uber-chauffeurs veel uren per week werken, maar dat die uren ook gewerkt werden met gebruik van andere apps dan de Uber-app. Chauffeurs gaven daarbij aan dat ze op verschillende apps tegelijkertijd waren ingelogd. Volgens het hof wijst ook dit op ondernemerschap.
Het hof overwoog nog wel dat het mogelijk is dat op grond van specifieke omstandigheden van een individuele chauffeur de conclusie anders uitvalt; namelijk dat de chauffeur wel op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam is.
Conclusie
De uitspraak bevestigt dat de kwalificatie van een arbeidsrelatie maatwerk is en telkens moet worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval.
Meer weten over de kwalificatie van (arbeids/opdracht)overeenkomsten? Neem dan contact op met één van onze specialisten van het team Arbeid & Pensioen.