Geen zeis maar deugdelijk onderzoek: zorgkantoren moeten zorginkoopbeleid 2021 aanpassen

07-10-2020

Zorgaanbieders in de langdurige zorg hebben een opmerkelijk succes behaald in een kort geding tegen vijf zorgkantoren over het zorginkoopbeleid 2021. Hun voornaamste bezwaar was dat de zorgkantoren standaard een korting van 6% toepasten op de NZa maximumtarieven (94% i.p.v. 100%). Door aan extra voorwaarden te voldoen konden zorgaanbieders 2% 'terugverdienen' in de vorm van een opslag. Volgens de zorgaanbieders was deze tariefstelling niet reëel en onvoldoende onderbouwd. In zijn uitspraak van 1 oktober 2020 heeft de rechtbank de zorgaanbieders daarin – vooralsnog – gelijk gegeven.

Verbod

De rechtbank verbiedt de zorgkantoren om de inkoopprocedures voort te zetten dan wel overeenkomsten te sluiten op basis van de inkoopprocedures. Het verbod zal niet gelden als alsnog met deugdelijk onderzoek wordt aangetoond dat met de gehanteerde tarieven in alle gevallen wordt voldaan aan de eisen die aan reële tarieven kunnen worden gesteld. Zolang daarvan geen sprake is, zal minimaal het basistariefpercentage moeten gelden zoals dat in 2020 is gehanteerd.

Financiering van de langdurige zorg

De langdurige zorg wordt gefinancierd door inkomensafhankelijke premies die worden opgebracht door de ingezetenen van Nederland. De Nederlandse zorgautoriteit (NZa) stelt op aanwijzing van de minister vast hoe de collectieve middelen (het budgettair kader) wordt verdeeld over de regio's. Per regio is er één zorgkantoor om de Wlz uit te voeren. Het zorgkantoor gebruikt dat budget om de zorg waar verzekerden behoefte aan hebben in te kopen bij zorgaanbieders. Daarbij gelden de maximumtarieven voor Wlz-zorgprestaties die de NZa vaststelt op basis van kostprijsonderzoek. Er zijn geen minimumtarieven, maar dat betekent niet dat zorgkantoren vrij spel hebben.

Aanbestedingsbeginselen

De rechter oordeelt namelijk dat de zorgkantoren bij de Wlz-zorginkoop gebonden zijn aan de aanbestedingsbeginselen van proportionaliteit, transparantie en gelijkheid. De inkoopprocedures vertonen namelijk grote gelijkenissen met gereguleerde aanbestedingsprocedures. Daarnaast handelen de zorgkantoren niet onder normale marktvoorwaarden. Er is geen sprake van concurrentie tussen de zorgkantoren (er is maar één zorgkantoor per regio) en zorgkantoren beschikken bij de inkoop van zorg over aanmerkelijke marktmacht (niet contracteren is voor een zorgaanbieder geen optie). De zorgkantoren moeten zich daarom ook de gerechtvaardigde belangen aantrekken van de zorgaanbieders.

Reële tarieven

Dit kader is inmiddels bekend uit recente uitspraken over de tarieven in de forensische zorg en in de jeugdhulp waarnaar uitdrukkelijk wordt verwezen. Ook daar benadrukte de rechter dat de beginselen van proportionaliteit en transparantie inhouden dat er sprake moet zijn van reële tarieven. Daarbij gelden onder meer de volgende randvoorwaarden:

  • Er moet rekening worden gehouden met organisatie-specifieke aspecten die een significante impact kunnen hebben op de kostenopbouw.
  • Er moet rekening worden gehouden met regionale of anderszins goed onderbouwde kostenverschillen.
  • Geen tarieven hoeven te worden vergoed die voor elke aanbieder kostendekkend zijn, omdat dan de duurste aanbieder de maatstaf zou worden en elke prikkel om efficiënt te werken zou verdwijnen.
  • De prijs mag niet zodanig laag zijn dat het ten koste gaat van de tijdige beschikbaarheid van voldoende, juiste en kwalitatief toereikende zorg.

In de uitspraak over tarieven in de forensische zorg bleek ook al dat de uitvoerder zich niet altijd kan beroepen op een te krap macrobudget. Bij een tekort aan middelen moet hij zich zo nodig wenden tot de Minister.

Doelmatigheid

Het hanteren van 'de zeis' voor de hele langdurige zorg vindt de rechtbank niet acceptabel. Het argument van de zorgkantoren dat zij daarmee een doelmatigheidsprikkel wilden inbouwen vindt geen gehoor. De zorgkantoren hadden ten behoeve van het nieuwe inkoopbeleid per sector moeten bekijken "wat haalbaar is qua tarifering, in welk opzicht en in welke mate een grotere doelmatigheid kan worden bereikt en in hoeverre het vastgestelde maximumtarief zich leent om daarop een korting toe te passen. Tot een maatregel als deze kan echt niet anders worden gekomen dan op basis van een deugdelijk onderzoek. Dat hebben de vijf zorgkantoren nagelaten." Aldus de rechtbank.

Directe gevolgen

De impact van deze uitspraak is aanzienlijk. Het voorgenomen beleid mag van de rechter immers alleen worden voortgezet na 'deugdelijk onderzoek'. Het is onwaarschijnlijk dat de zorgkantoren dat de komende maanden rond krijgen. Dat zou dus betekenen dat het basistarief uit 2020 blijft gelden. Voor de zorgaanbieders die dit jaar met Corona, de Wzd en de verantwoording van hun Kwaliteitsbudget al genoeg aan hun hoofd hebben is dat winst.

De lange termijn

In een reactie schrijft Zorgverzekeraars Nederland (ZN) namens de zorgkantoren de uitspraak te bestuderen en te onderzoeken wat de uitspraak betekent voor de zorginkoop 2021. Zij willen de sector in coronatijd zekerheid kunnen bieden en de cliënten niet de dupe laten worden van het proces. Dat suggereert ook dat de zorgkantoren niet de juridische weg van een hoger beroep of een bodemprocedure zullen kiezen. ZN spreekt in haar reactie verder van een grote opgave voor de toekomst van de langdurige zorg. Dat gaat ongetwijfeld ook over beheersing van kosten. Nu de rechter de zorgkantoren heeft teruggefloten, rolt die bal weer richting het Binnenhof.

Dit is een Legal Update van Sebastiaan Garvelink en Freek Reijmerink. 

Download als pdf

Specialist(en)