Alcateltermijn en vervaltermijn, kan vervaltermijn eerder verstrijken dan Alcateltermijn?

07-05-2021

Het is gebruikelijk en ook logisch dat een aanbestedende dienst een vervaltermijn koppelt aan de opschortende termijn (ook wel de standstill- of Alcateltermijn). Maar kan dan de vervaltermijn eerder verstrijken dan de opschortende termijn? Dit speelde in een recente zaak (20 april jl.) bij het Gerechtshof Den Haag. 

Het Beschrijvend Document van de aanbesteding in deze zaak bevatte de volgende, gebruikelijke, zin:

"Belanghebbende dient dit te vragen uiterlijk 20 kalenderdagen na elektronische verzending van de gunningsbeslissing. Deze opschortende termijn is tevens een vervaltermijn."

De opschortende termijn die wordt genoemd, is de termijn gedurende welke een aanbestedende dienst, nadat zij het voornemen tot gunning bekend heeft gemaakt, moet wachten met het overgaan tot definitieve gunning. De vervaltermijn die wordt genoemd, ziet op de tijd die de inschrijver heeft om een rechtsvordering in te stellen. Na het verstrijken van de vervaltermijn, kan dat niet meer.

In de zaak die speelde bij het hof, eindigde de opschortende termijn op een zondag. Op basis van de Algemene Termijnenwet, wordt de opschortingstermijn – als die eindigt op een weekend- of erkende feestdag – verlengd tot het laatste uur van de daaropvolgende werkdag, de maandag in dit geval. Op de contractuele vervaltermijn is het regime van de Algemene Termijnenwet niet van toepassing, dus die eindigde in principe wel op zondag. Toen een inschrijver een kort geding aanhangig maakte op die maandag, speelde de vraag of de inschrijver ontvankelijk was. De vervaltermijn was immers al verstreken, maar de daaraan gekoppelde opschortingstermijn nog niet. De voorzieningenrechter verklaarde de inschrijver niet-ontvankelijk. Het hof ging daar niet in mee. 

Volgens het hof moest de bepaling uit het Beschrijvend Document zo worden uitgelegd, dat de vervaltermijn qua lengte volledig gelijk is aan de opschortende termijn. Omdat de opschortende termijn volgens de Algemene termijnenwet werd verlengd tot de op een zondag volgende dag, gold dat ook voor de vervaltermijn. Daarmee is overigens niet gezegd dat de Algemene Termijnenwet op een contractuele vervaltermijn van toepassing is, maar is slechts geoordeeld dat in dit geval de contractuele vervaltermijn even lang is als de opschortende termijn waarop de Algemene Termijnenwet wél van toepassing is.

De inschrijver in deze zaak had uiteindelijk dus wel op tijd een kort geding aanhangig gemaakt en het hof kwam daarom toe tot een inhoudelijke beoordeling van haar klachten.

Goed om te onthouden is dus: hoewel de Alcateltermijn en de opschortende termijn twee verschillende termijnen zijn met aparte regimes, zullen zij bij gelijkschakeling van de lengte ook écht even lang (moeten) zijn. Een terechte conclusie volgens ons. De aanbestedingswet heeft de aanbestedende dienst willen verplichten een minimale standstill in acht te nemen alvorens de opdracht definitief te gunnen. Zo krijgt de inschrijver de gelegenheid en heeft het voor haar ook nog zin om desgewenst een voorliggende uitslag van de aanbestedingsprocedure aan te vechten. Dat laatste is niet het geval als de opdracht definitief is gegund en de overeenkomst tussen de aanbestedende dienst en de winnende inschrijver een feit is. Het kan dan niet de bedoeling zijn dat de periode van handelen voor de teleurgestelde inschrijver feitelijk wordt verkort doordat de aanbestedende dient zijn standstill-verplichting contractueel als vervaltermijn heeft gekwalificeerd.

Dit is een Legal Update van Walter Engelhart en Julia Krijbolder.

Download als pdf

Specialist(en)