Actualiteiten Verzekeringsrecht

18-02-2019

De eerste uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland betrof een geschil over de diefstal van een bestelauto en de toepassing van een uitsluitingsclausule onder de polisvoorwaarden van de bestelautoverzekering. De bestelauto in kwestie was gestolen terwijl twee medewerkers in het ‘werkgat’ ernaast werkzaamheden verrichtten en het voertuig niet was afgesloten. De verzekeraar stelde zich op het standpunt dat dekking ontbrak nu in de polisvoorwaarden was opgenomen dat geen dekking werd verleend indien het voertuig onbeheerd en niet afgesloten werd achtergelaten. De kantonrechter oordeelde dat, nu de werknemers zich in de directe nabijheid van het voertuig bevonden, geen sprake was van het onbeheerd achterlaten van het voertuig en dat het niet afsluiten van het voertuig slechts betekenis had in combinatie met het onbeheerd achterlaten ervan. Daarmee was de uitsluitingsclausule niet van toepassing en diende de verzekeraar dekking te verlenen. Op de vraag hoe het heeft kunnen gebeuren dat de bestelauto werd gestolen terwijl de medewerkers zich er direct naast bevonden, geeft het vonnis helaas geen antwoord.

De tweede uitspraak is ook gewezen door de Rechtbank Midden-Nederland en ziet op de vraag wanneer sprake is van een ‘oneerlijk beding’ in de polisvoorwaarden. Verzekerde stelde zich op het standpunt dat een gedeelte van de polisvoorwaarden van haar arbeidsongeschiktheidsverzekering op grond van Europees recht buiten toepassing diende te worden verklaard, omdat het beding oneerlijk zou zijn. Het betrof de passage dat ‘de verzekeraar de arbeidsongeschiktheid vaststelt op basis van door haar aangewezen deskundigen’. Verzekerde meende dat met deze bepaling de onafhankelijkheid van de deskundigen onvoldoende was gewaarborgd. De rechtbank overwoog onder verwijzing naar een recent arrest van de Hoge Raad dat het beding geen ‘aanzienlijke verstoring van het evenwicht’ veroorzaakt, doordat het ook voordelen voor verzekerde met zich brengt (zij draagt niet de kosten van het onderzoek) en het deskundigenrapport slechts dient te gelden als een partijrapportage waar een eigen expertrapport tegenover kan worden gesteld door verzekerde. Daarmee was geen sprake van een oneerlijk beding.

In het laatste hier besproken vonnis behandelde de Rechtbank Rotterdam het leerstuk van verjaring. In 2006 had een arbeidsongeval plaatsgevonden waarbij een werknemer de ongevallenverzekering van zijn werkgever had aangesproken. Nadien was de discussie over de aansprakelijkheid tussen partijen op gang gekomen en werd door de verzekeraar aangegeven dat aanvullende medische informatie werd verlangd. In 2009 berichtte de verzekeraar dat vanwege het uitblijven van een reactie werd overgegaan tot sluiting van het dossier. De rechtbank achtte dit een ondubbelzinnige mededeling dat de aanspraak werd afgewezen, waardoor op dat moment een nieuwe verjaringstermijn van drie jaar is aangevangen (in de zin van artikel 7:942 BW). Nu de werknemer pas in 2017 weer contact met de verzekeraar had opgenomen, is zijn vordering verjaard.

Dit is een Legal Update van Stijn Könning en Lisan Homan.

Download als pdf

Specialist(en)