Legal Update
Aanscherping consumentenbescherming bij financiële diensten op afstand en bij duurzaamheidsinformatie
De Europese wetgever heeft de afgelopen jaren belangrijke stappen gezet om consumenten beter te beschermen in een steeds digitaler wordende (financiële) markt. Richtlijn (EU) 2023/2673 moderniseert het regime voor op afstand aangeboden financiële diensten, terwijl Richtlijn (EU) 2024/825 de algemene consumentenbescherming in digitale markten versterkt bij de transitie naar een duurzamere samenleving (de groene transitie). Beide richtlijnen passen binnen de bredere Europese ambitie om consumenten beter te beschermen tegen misleiding, waaronder misleidende duurzaamheidsclaims, en om de betrouwbaarheid van informatie in de groene transitie te vergroten. Nederland heeft recent ter implementatie van beide richtlijnen wetsvoorstellen gepubliceerd. Het is voor financiële dienstverleners van belang tijdig inzicht te krijgen in de impact van deze nieuwe regelgeving.
Wat verandert er m.b.t. financiële diensten op afstand?
Het Nederlandse wetsvoorstel ter implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2673 stelt wijzigingen voor van de Wft, Boek 6 BW en de Wet handhaving consumentenbescherming. De belangrijkste wijzigingen zijn:
- Informatieverplichtingen ook bij kortlopende kredieten: in de Wft worden de bestaande uitzonderingen voor kortlopende kredieten aangescherpt. Kortlopende kredieten blijven grotendeels buiten de reikwijdte van de Wft, maar de precontractuele informatieverplichtingen voor overeenkomsten op afstand gaan wel gelden.
- Verplichte digitale ontbindingsfunctie: in Boek 6 BW wordt de digitale ontbindingsfunctie verplicht gesteld. Aanbieders van financiële diensten op afstand moeten consumenten via hun online‑omgeving een directe en eenvoudig te gebruiken mogelijkheid bieden om de overeenkomst te ontbinden.
- Langere ontbindingstermijn: in Boek 6 BW wordt opgenomen dat voor bepaalde financiële producten [1] de ontbindingstermijn wordt verlengd naar 30 dagen, met een aanzienlijke verlenging wanneer essentiële informatie ontbreekt.
- Bewijslast bij financiële dienstverlener: in Boek 6 BW wordt opgenomen dat de bewijslast voor de juiste en tijdige informatieverstrekking bij de financiële onderneming ligt.
- Meldplicht toegankelijkheidsvoorschriften: in de Wet handhaving consumentenbescherming wordt opgenomen dat dienstverleners die onder het toegankelijkheidskader vallen direct bij de ACM en de AFM moeten melden wanneer hun digitale dienst niet voldoet aan de toegankelijkheidsvoorschriften.
Wat is de impact voor financiële dienstverleners?
Deze wijzigingen zijn relevant voor alle financiële dienstverleners die diensten op afstand aanbieden aan consumenten. Voor hen betekent deze nieuwe regelgeving dat de digitale klantreis moet worden gereviewd en mogelijk moet worden herzien. De verplichting tot een digitale ontbindingsfunctie raakt namelijk direct aan onboarding‑processen en klantportalen. De aangescherpte informatieverplichtingen en de verschuiving van de bewijslast kunnen daarnaast een herziening van (contracts)documentatie en compliance‑processen vereisen. Ook aanbieders van kortlopende kredieten moeten hun informatievoorziening aanpassen. Bovendien vraagt de nieuwe meldplicht richting toezichthouders om interne monitoring en governance‑structuren die toegankelijkheidsproblemen tijdig signaleren. De Nederlandse wetgever wil de implementatiewet per 19 juni 2026 in werking laten treden.
Wat verandert er m.b.t. duurzaamheidsinformatie?
Het Nederlandse wetsvoorstel ter implementatie van Richtlijn (EU) 2024/825 moderniseert het consumentenrecht door in Boek 6 BW nieuwe definities en regels op te nemen voor milieuclaims, duurzaamheidskeurmerken en digitale producten. Dit zijn de belangrijkste wijzigingen:
- Misleidende duurzaamheidsclaims worden strenger gereguleerd: generieke milieuclaims zonder aantoonbare basis, claims over toekomstige milieuprestaties zonder uitvoeringsplan en klimaatneutraliteitsclaims die uitsluitend op compensatie zijn gebaseerd worden sneller als misleidend aangemerkt.
- Transparantie bij vergelijkingsdiensten: vergelijkingsdiensten moeten transparant zijn over onder meer hun vergelijkingsmethode, welke producten worden vergeleken en de leveranciers van die producten.
- Uitbreiding zwarte lijst: de zwarte lijst met oneerlijke handelspraktijken wordt uitgebreid met diverse vormen van greenwashing en praktijken die de levensduur of repareerbaarheid van producten beperken.
- Meer precontractuele informatieverplichtingen: handelaren moeten consumenten vooraf informeren over commerciële garanties van duurzaamheid, de duur van software‑updates, repareerbaarheid, beschikbaarheid van onderdelen en eventuele reparatiebeperkingen.
Wat is de impact voor financiële dienstverleners?
Hoewel deze nieuwe regelgeving zich niet specifiek richt op financiële dienstverleners[2], worden zij hier weldegelijk door geraakt op het gebied van hun duurzaamheidscommunicatie richting consumenten. Claims over “groene” financiële producten, klimaatneutrale investeringen of duurzame bedrijfsvoering vallen namelijk onder de aangescherpte regels. Financiële dienstverleners doen er in dat kader verstandig aan hun marketing‑ en productdocumentatie te reviewen en mogelijk te herzien om greenwashing‑risico’s te voorkomen. Het is nog onduidelijk op welk moment de implementatiewet in werking treedt.
Vragen?
Meer weten over de implicaties van deze regelgeving? Neem dan gerust contact op met één van onze specialisten van het Banking & Finance team.
[1] Levensverzekering met looptijd van meer dan 6 maanden, natura-uitvaartverzekering, fondsvorming en een fiscaal gefaciliteerd financieel product dat niet voortkomt uit een arbeidsrechtelijke overeenkomst.
[2] Richtlijn 2024/825 raakt vooral online marktplaatsen, webshops, aanbieders van digitale diensten en organisaties die gebruikmaken van gepersonaliseerde prijzen of duurzaamheidsclaims.