Het delegatiebesluit onder de Omgevingswet: de vervanger van het wijzigingsplan en het uitwerkingsplan?

23-06-2022

Deze blog maakt onderdeel uit van het thema 'Omgevingsplan II' in de reeks ‘Aftellen naar de Omgevingswet’.

In een eerdere blog van 2 december 2021 schreven wij dat de instrumenten van het wijzigingsplan en het uitwerkingsplan uit de Wet ruimtelijke ordening (hierna: 'Wro') niet terugkeren in de Omgevingswet. Wel heeft de Omgevingswet een andere verandering in petto die het gemis van het wijzigingsplan en het uitwerkingsplan zou moeten opvangen: de mogelijkheid van de gemeenteraad om de bevoegdheid van het vaststellen van delen van het omgevingsplan te delegeren aan het college van B&W. In deze blog staat deze verandering centraal.

Wat is een delegatiebesluit?

In algemene zin draagt een bestuursorgaan met een delegatiebesluit zijn bevoegdheid tot het nemen van besluiten aan een ander over. Delegatie is alleen toegestaan wanneer dit bij wettelijk voorschrift mogelijk is gemaakt (artikel 10:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: 'Awb')). Een belangrijk gevolg van delegatie is dat het delegerende bestuursorgaan (de delegans) de bevoegdheid niet meer zelf kan uitoefenen, daarvoor moet eerst het delegatiebesluit worden ingetrokken (artt. 10:17 en 10:18 van de Awb).

In artikel 2.8 van de Omgevingswet is opgenomen dat de gemeenteraad de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan aan het college van B&W kan delegeren. De Wro voorziet níet in deze delegatiemogelijkheid en het college van B&W kan dus geen bestemmingsplan vaststellen. De gemeenteraad kan straks onder de Omgevingswet een (afzonderlijk) delegatiebesluit nemen waarin staat dat het college van B&W voor gebied X binnen een gemeente het omgevingsplan kan wijzigen. Dit delegatiebesluit zelf wijzigt het omgevingsplan dus niet: het maakt het alleen mogelijk dat het college van B&W dat kan doen.

Het wijzigingsplan en uitwerkingsplan vs delegatiebesluit

Wij hebben gemerkt dat in de praktijk verwarring kan ontstaan over wat een delegatiebesluit op grond van artikel 2.8 Omgevingswet nu precies voor rechtsgevolg heeft. Dit komt:

  • doordat de delegatiemogelijkheid is gepresenteerd als de opvolger van het wijzigingsplan/uitwerkingsplan
  • door het overgangsrecht dat is opgenomen voor oude wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten, zie hiervoor ook onze blog van 2 december 2021.

Van belang is dat scherp voor ogen wordt gehouden dat een door de gemeenteraad genomen delegatiebesluit 'slechts' de mogelijkheid opent voor het college van B&W om voor een bepaald deel van het grondgebied het omgevingsplan vast te stellen. Met andere woorden: het delegatiebesluit heeft geen onmiddellijk effect op bestaande regels in het (tijdelijk) deel van het omgevingsplan. Het kan dus ook niet het overgangsrecht, dat voor oude wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten geldt, veranderen. Daarvoor moet het college van B&W vervolgens ook een gewijzigd omgevingsplan vaststellen.

Waarom zou de gemeenteraad een delegatiebesluit willen nemen?

Volgens de wetgever biedt artikel 2.8 Omgevingswet ruimte voor toedeling van bevoegdheden op maat, omdat hiermee de uitvoering van het beleid bij het uitvoerende orgaan neergelegd kan worden.

Van belang is om te melden dat met een delegatiebesluit in algemene zin geen tijdwinst wordt geboekt: het college van B&W zal dezelfde procedure moeten doorlopen als de gemeenteraad voor het vaststellen van een omgevingsplan. Dit geldt ook voor de rechtsbeschermingsmogelijkheden, die verschillen ook niet. Mogelijke tijdwinst zal er vooral in bestaan dat besluitvorming door het college van B&W in het algemeen sneller is dan de besluitvorming in de gemeenteraad. Maar ook daarbij moet niet vergeten worden dat de gemeenteraad nog wel een delegatiebesluit moet nemen.

In mijn ogen is een delegatiebesluit dan ook niet een besluit dat er per se moet zijn voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Let op: conclusie van staatsraad advocaat-generaal over delegatie bij bestemmingsplan met verbrede reikwijdte

Relevant voor gemeenten die bezig zijn met nadenken over het delegatiebesluit is dat op 14 april 2022 staatsraad advocaat-generaal Nijmeijer een conclusie wees over delegatie bij een zogenoemd bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Hetgeen in de conclusie staat is (waarschijnlijk) 1-op-1 toepasbaar op delegatiebesluiten op grond van artikel 2.8 van de Omgevingswet. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: 'Afdeling') heeft nog geen uitspraak gedaan in deze zaak, dus het is daarom nog niet bekend hoe de hoogste bestuursrechter tegen de conclusie aankijkt.

Volgens staatsraad advocaat-generaal Nijmeijer moet onder andere in het delegatiebesluit in ‘objectief omschreven termen’ aangegeven worden in welke gevallen en onder welke voorwaarden het college van B&W planregels mag vaststellen. Ook gaat de conclusie in op de juiste wijze van bekendmaking van een delegatiebesluit.

Voor gemeentebesturen die aan de slag willen met delegatiebesluiten is het daarom goed om de conclusie van 14 april 2022 te bestuderen en de uitspraak van de Afdeling in de gaten te houden. Hierin kunnen immers al een aantal puzzelstukjes op hun plaats vallen hoe er gewerkt moet worden met delegatiebesluiten op grond van artikel 2.8 Omgevingswet.

Deze blog is geschreven door Merel Holtkamp en is onderdeel van onze reeks over de Omgevingswet. Heeft u vragen naar aanleiding van een van onze blogs over de Omgevingswet, neemt u dan gerust contact met ons op. Wij zijn u graag van dienst

Download als pdf  

Aanmelden nieuwsbrief

Specialist(en)