De omgevingsvergunning onder de Omgevingswet: Wat zijn de verschillen met de Wabo?

10-03-2022

Deze blog maakt onderdeel uit van het thema 'De omgevingsvergunning' in de reeks ‘Aftellen naar de Omgevingswet’.

In ons blogbericht van 14 oktober 2021 gingen we al kort in op het verdwijnen van de Lex silencio positivo. Met inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt niet langer een vergunning van rechtswege verleend wanneer een bestuursorgaan niet tijdig beslist op een aanvraag voor een omgevingsvergunning op grond van de Omgevingswet. Wat verandert er nog meer?

De omgevingsvergunning onder de huidige Wabo

Onder de huidige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: 'Wabo') kennen we in hoofdlijnen drie soorten omgevingsvergunningen waarmee van het bestemmingsplan kan worden afgeweken:

1. De binnenplanse afwijkingsmogelijkheid (artikel 2.12 lid 1, onder a, Wabo)

Eigenlijk bevat elk bestemmingsplan wel bepalingen waarmee het college van B&W met een omgevingsvergunning kan afwijken van regels uit het bestemmingsplan. De reguliere procedure is van toepassing. De vergunning moet binnen 8 weken worden verleend. Het bevoegd gezag heeft de mogelijkheid om de beslistermijn eenmaal met 6 weken te verlengen.

2. De zogenaamde 'kruimelvergunning' (artikel 2.12 lid ,1 onder b, Wabo)
In de kruimellijst van artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht staan 11 kruimelgevallen. Voor deze situaties is het college van B&W bevoegd om toestemming te verlenen om van het geldende bestemmingsplan af te wijken. De reguliere procedure is van toepassing. De kruimelvergunning is onder huidig recht erg populair. De regeling biedt bouwers en ontwikkelaars de mogelijkheid om een project dat niet past in het bestemmingsplan toch te realiseren, zonder betrokkenheid van de gemeenteraad.

3. De buitenplanse afwijking met goede ruimtelijke onderbouwing (artikel 2.12 lid ,1 onder c, Wabo)

Voor alle situaties waarin de binnenplanse afwijking en de kruimelvergunning geen soelaas bieden. Als een bouwplan niet in overeenstemming is met het vigerende bestemmingsplan, dan kan alleen vergunning worden verleend als het bouwplan niet in strijd is met de goede ruimtelijke ordening én (in de meeste situaties) door de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) is verleend. Doet deze situatie zich voor, dan geldt de uitgebreide procedure. Er moet dan eerst een ontwerpbesluit ter inzage worden gelegd, waarop zienswijzen kunnen worden gegeven. Daarna volgt pas het definitieve besluit. Met deze procedure zijn 26 weken gemoeid.

De omgevingsvergunning onder de Omgevingswet. Wat wijzigt er?

De kruimelregeling komt in de Omgevingswet niet terug. De wetgever wil snoeien in de verschillende mogelijkheden om van het planologisch kader af te wijken. En bovendien is de kruimelvergunning volgens de wetgever niet meer nodig, omdat er onder de Omgevingswet voldoende mogelijkheden zijn om van het geldende omgevingsplan af te wijken. Een andere verandering onder de Omgevingswet is dat het de bedoeling van de wetgever is om de reguliere procedure de standaard te laten zijn, dus ook voor een grote buitenplanse afwijking. Ook om die reden zou het niet meer nodig zijn om een aparte categorie van 'kruimelgevallen' aan te houden.   

De omgevingsvergunning onder de Omgevingswet. Wat wijzigt niet? Of toch weer wel?

Wat blijft is de binnenplanse omgevingsvergunning, in termen van de Omgevingswet: de binnenplanse omgevingsplanactiviteit (artikel 5.1 lid 1 onder a van de Omgevingswet). Wat anders wordt, is dat de ruimtelijke toets aan het omgevingsplan ruimer wordt. Dat heeft er in de eerste plaats mee te maken dat het omgevingsplan een ander instrument is dan het huidige bestemmingsplan. Het omgevingsplan ziet niet alleen op de goede ruimtelijke ordening, maar op de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan bevat dan ook meer regels dan het bestemmingsplan. Veel gemeentelijke verordeningen krijgen een plaats in het omgevingsplan. Te denken valt aan regels voor kappen, cultuurhistorische waarden, ligplaatsen en monumenten, maar ook welstand. Ook rijksregels over bijvoorbeeld horeca-, recreatie- en detailhandelsactiviteiten kunnen deel gaan uitmaken van een omgevingsplan. Dat betekent dat het bevoegd gezag bij toetsing van de vergunningaanvraag een bredere toetsing dient te maken

Wat ook blijft is de buitenplanse omgevingsvergunning; de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (OPA). Een buitenplanse OPA is vereist wanneer de activiteit in strijd is met het omgevingsplan en het verboden is de activiteit zonder omgevingsvergunning te verrichten. Ook als er voor de aangevraagde activiteit geen regels in het omgevingsplan zijn opgenomen, is een buitenplanse OPA verplicht.

De beslistermijnen

In de Omgevingswet is de hoofdregel dat de reguliere voorbereidingsprocedure van 8 weken van toepassing is, met eventueel een verlenging van de beslistermijn met 6 weken. Die hoofdregel geldt óók bij een buitenplanse OPA.

Niettemin kan de uitgebreide procedure van afdeling 3.4 Awb van toepassing zijn, als het bevoegd gezag besluit de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren. Hoewel artikel 16.62, lid 3 van de Omgevingswet bepaalt dat dit niet mag bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, zijn er toch twee gevallen waarin dit wel mag. In de eerste plaats kan het bevoegd gezag op grond van artikel 16.65 lid 4 van de Omgevingswet besluiten tot toepassing van de uitgebreide procedure, als het gaat om een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving en waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. Dit wetsartikel is door een amendement alsnog in de Omgevingswet opgenomen.

In de tweede plaats mag de uitgebreide procedure ook worden toegepast als de aanvrager daarom heeft verzocht of daarmee heeft ingestemd (artikel 16.65, lid 1, onder a, Omgevingswet). 

Ten slotte geldt de uitgebreide procedure in een aantal specifiek- in de wet- genoemde gevallen. Bijvoorbeeld indien sprake is van een aanvraag voor een activiteit die betrekking heeft op een rijksmonument, als sprake is van een Seveso-inrichting of een IPPC-installatie of als het gaat om een Natura 2000-activiteit.

Wordt alles nu 'eenvoudig beter' en sneller?

De systematiek van de Omgevingswet heeft wel zijn charme: ofwel de activiteit is binnenplans, ofwel de activiteit is buitenplans. Meer smaken zijn er niet. Tezamen met de hoofdregel dat de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing is, lijkt alles eenvoudiger en sneller. Door het wegvallen van de Lex silencio positivo verdwijnt echter wel een effectief middel om tijdige besluitvorming af te dwingen.

Verder roept het nieuwe artikel 16.65, lid 4 Omgevingswet de vraag op wanneer sprake is van een 'groot' project en hoe het bevoegd gezag bepaalt dat er naar verwachting belanghebbenden met bedenkingen zullen zijn, zodat kan worden besloten tot toepassing van de uitgebreide procedure. En daarmee is het de vraag of met invoering van dit artikel alsnog is geregeld dat de uitgebreide procedure bij de buitenplanse OPA de standaard wordt. De praktijk zal dit moeten uitwijzen. 

Deze blog is geschreven door Monique Rus en is onderdeel van onze reeks over de Omgevingswet. Heeft u vragen naar aanleiding van een van onze blogs over de Omgevingswet, neemt u dan gerust contact met ons op. Wij zijn u graag van dienst.

Download als pdf

Aanmelden nieuwsbrief 'Aftellen naar de Omgevingswet'

Specialist(en)