Publicatie
De gebrekkigheid van de Tijdelijke Regeling Verhaalsrechten: hoe de zelfrijdende auto een discussie uit de oude doos nieuw leven inblaast
Voor Aansprakelijkheid, Verzekering & Schade 2020/17 (afl. 3, p. 106 - 112) schreef Joris den Hartog een bijdrage over de strijdigheid van de Tijdelijke Regeling Verhaalsrechten (art, 6:197 BW) met de Richtlijn Productaansprakelijkheid. Hij koppelt deze strijdigheid aan de opkomst van de zelfrijdende auto en de daarmee eventueel gepaard gaande first-party verzekering in het verkeer. De zelfrijdende auto roept de rechtspraktijk immers op om na te denken over de werking van verschillende aspecten van het aansprakelijkheidsrecht.
In deze bijdrage wordt geconstateerd dat de intrede van de zelfrijdende auto, en de daarmee eventueel gepaard gaande first-party verzekering, ook een netelig vraagstuk oproept ten aanzien van de (al zo gehekelde) Tijdelijke Regeling Verhaalsrechten. Zodoende wordt, in navolging van een conclusie die Van Maanen 28 jaar geleden al trok, stilgestaan bij de mogelijke strijdigheid van deze regeling met de Richtlijn Productaansprakelijkheid, bezien in het licht van de doelstellingen van de Richtlijn en de intrede van de zelfrijdende auto.