Publicatie
Contractueel proceskostenbeding: is artikel 237 Rv heft hoogst haalbare?
In Bedrijfsjuridische berichten (Bb) 2025/39, schreef Anouk Lankhaar het artikel 'Contractueel proceskostenbeding: is artikel 237 Rv het hoogst haalbare?
Als een verkoper een overeenkomst sluit met een consument, wordt hij geconfronteerd met de beperkingen die het consumentenrecht hem oplegt. Zo heeft de verkoper, anders dan bij een overeenkomst tussen twee zakelijke partijen, minder vrijheid om ten nadele van de consument af te wijken van de rechten en verplichtingen die de consument op grond van het verbintenissenrecht aan een overeenkomst kan ontlenen. Op 23 mei 2025 en 4 juli 2025 oordeelt de Hoge Raad over de vraag welke afspraken een verkoper met een consument kan maken over het vergoeden van gerechtelijke kosten die door de verkoper worden gemaakt als de consument zijn verplichtingen niet nakomt. De Hoge Raad heeft naar aanleiding van twee prejudiciële vragen van de Rechtbank Amsterdam op dit punt meer duidelijkheid verstrekt.
In deze bijdrage gaat Anouk eerst in op de procedure voor de Rechtbank Amsterdam. Vervolgens schetst zij het juridisch kader met betrekking tot het toetsen van oneerlijke bedingen en de gevolgen van een kwalificatie als een oneerlijk beding. Daarna gaat Anouk in op de toepassing van dit juridisch kader door de Hoge Raad op het proceskostenbeding zoals geformuleerd in de prejudiciële vraag van de Rechtbank Amsterdam en de beantwoording van de prejudiciële vragen door de Hoge Raad. Anouk sluit de bijdrage af met een conclusie voor de praktijk.