Legal Update
Wetsvoorstel Vbar ingediend: rechtsvermoeden blijft, ondernemerschap weegt volwaardig mee
Op 7 juli 2025 diende de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het wetsvoorstel Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (“Vbar”) in bij de Tweede Kamer. In eerdere Legal Updates is dit voorstel al meerdere keren besproken. Kort samengevat beoogt de wet meer duidelijkheid te bieden over de criteria voor het onderscheid tussen werknemers en zelfstandigen.
Wat ging vooraf aan dit wetsvoorstel?
In het oorspronkelijke wetsvoorstel was het gezichtspunt 'extern ondernemerschap' (oftewel: het gedrag van de werkende naar buiten toe) pas relevant als de afspraken binnen de werkrelatie daarover geen uitsluitsel geven. Over dat oorspronkelijke wetsvoorstel uitte de Raad van State in november 2024 stevige kritiek: het voorstel zou slechts beperkt bijdragen aan het tegengaan van schijnzelfstandigheid.
Verder oordeelde de Hoge Raad in het Uber-arrest (in februari van dit jaar) dat een rangorde van gezichtspunten bij de beoordeling van de arbeidsrelatie niet bestaat volgens het huidige recht, zie daarover onze Legal Update "Hoge Raad: Ondernemerschap weegt volledig mee in kwalificatie (arbeids)overeenkomst". Aangezien het wetsvoorstel beoogt het huidige recht wettelijk vast te leggen, moest het wetsvoorstel worden aangepast.
Welke rol speelt extern ondernemerschap in het aangepaste wetsvoorstel Vbar?
In het nu ingediende wetsvoorstel verdwijnt de rangorde in de gezichtspunten en wordt extern ondernemerschap dus wel direct bij de beoordeling meegewogen. Bij extern ondernemerschap gaat het om gedragingen buiten de werkrelatie, zoals het actief werven van nieuwe klanten. De minister benadrukt dat het wetsvoorstel de bestaande criteria bij de beoordeling van de arbeidsrelatie niet wijzigt, maar deze slechts verduidelijkt op basis van de huidige rechtspraak.
Blijft het rechtsvermoeden van werknemerschap onderdeel van het wetsvoorstel Vbar?
De introductie van het rechtsvermoeden van werknemerschap voor werkenden die minder dan een vastgelegd uurtarief (in 2025: €36) verdienen, blijft ongewijzigd. Als zij zich op dit vermoeden beroepen, moet de opdrachtgever aantonen dat géén sprake is van een arbeidsovereenkomst. Het uurtarief wordt jaarlijks aangepast en volgt de indexering van het minimumloon.
Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met een van onze specialisten.