Wetsvoorstel uitbreiding bestuurlijk instrumentarium onderwijs aangenomen in de Tweede Kamer

06-07-2022

Op 5 juli 2022 is het Wetsvoorstel uitbreiding bestuurlijk instrumentarium onderwijs aangenomen in de Tweede Kamer. De bedoeling van dit wetsvoorstel is dat het toezichts- en handhavingsinstumentarium van de minister van OCW en de Inspectie van het Onderwijs wordt uitgebreid ten aanzien van scholen en instellingen die (ernstige) overtredingen van de onderwijswetgeving begaan. Aanleiding voor dit wetsvoorstel waren incidenten zoals de examencrisis bij het VMBO Maastricht en zorgen over de uitvoering van de burgerschapsopdracht bij het Cornelius Haga Lyceum. In deze Legal Update gaan wij in op de inhoud van dit wetsvoorstel.

Verruiming van de huidige aanwijzing (alle onderwijssectoren)

In de huidige situatie kan de minister in alle onderwijssectoren een aanwijzing opleggen bij wanbeheer veroorzaakt door de bestuurders of de toezichthouders. In dit wetsvoorstel wordt die adressering verlaten en kan het wanbeheer ook veroorzaakt zijn door andere personen binnen de organisatie.

Ook wordt de definitie van wanbeheer verruimd, waardoor de minister in meer situaties een aanwijzing kan opleggen. In de huidige situatie is een aanwijzing alleen mogelijk als de kwaliteit van het onderwijsstelsel in gevaar komt. In dit wetsvoorstel vervalt die 'stelsel-eis' en kan een aanwijzing worden gegeven in geval van ernstige nalatigheid bij tekortschietende kwaliteit van het onderwijs.

De minister moet bij een aanwijzing motiveren waarom een lichter middel niet volstaat en er moet een inspectierapport zijn waaruit blijkt dat aan de voorwaarden voor inzet van deze aanwijzing is voldaan.

Tot slot wordt verduidelijkt dat een aanwijzing ook kan worden gegeven als de nalatigheid betrekking heeft op de 'deugdelijke afsluiting' van het onderwijs (waaronder ook examinering en diplomering).

Verdere verruiming in het basis- en voortgezet onderwijs

Voor het funderend onderwijs wordt de definitie van wanbeheer nog verder uitgebreid. Nog twee extra omstandigheden kunnen een reden zijn voor een aanwijzing, namelijk: "het handelen in strijd met de zorgplicht voor de veiligheid" en "het handelen in strijd met de burgerschapsopdracht dat leidt of dreigt te leiden tot ernstige aantasting van een of meer basiswaarden van de democratische rechtsstaat". Deze vormen van wanbeheer worden ook toegevoegd aan de gronden voor beëindiging van de bekostiging of opheffing van de school.

Mogelijkheid van een spoedaanwijzing (alle onderwijssectoren)

De minister krijgt in dit voorstel de mogelijkheid om in acute crisissituaties een spoedaanwijzing te geven aan het bevoegd gezag van de onderwijsinstelling. Dit kan in de situatie dat het bevoegd gezag tekortschiet in de naleving van de betreffende onderwijswet en er sprake is van een wezenlijk vermoeden van wanbeheer. Ook voor de spoedaanwijzing geldt de eerdergenoemde motiveringsplicht voor de minister.

Verkorting termijn beëindiging rechten opleiding (middelbaar beroepsonderwijs)

In de huidige wet heeft de minister al de mogelijkheid bepaalde maatregelen te nemen tegen het bevoegd gezag van een mbo-instelling, zoals het ontnemen van bepaalde rechten (bijvoorbeeld de aanspraak op bekostiging) of het intrekken van de erkenning van de opleiding. Dit kan de minister (onder meer) doen wanneer de kwaliteit van een opleiding langer dan één jaar onvoldoende is. Dit wordt met het wetsvoorstel verkort naar "ten minste drie maanden". Voordat de minister zo'n beschikking neemt, dan moet hij (ook in de huidige situatie) aan het bevoegd gezag een waarschuwing geven. Nieuw is dat de termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven ten minste drie maanden bedraagt. 

Mogelijkheid tot schorsing examinering of diplomering bij wezenlijk vermoeden dat de waarde van diploma’s en certificaten in het geding is (middelbaar beroepsonderwijs)

Met dit wetsvoorstel krijgt de minister een geheel nieuwe mogelijkheid om examinering of diplomering te schorsen in het mbo. Dit kan in het geval het onderwijs of de examinering tekortschiet in de naleving van de wet en er daardoor een wezenlijk vermoeden bestaat dat niet aan alle voorwaarden wordt voldaan om te mogen diplomeren of de examens niet voldoen aan de kwalitatieve standaarden. Deze mogelijkheid mag alleen worden ingezet als inzet van andere bevoegdheden te lang zou duren.

Bestuurlijke boete niet-gerechtigd aanduiden beroepsopleiding (middelbaar beroepsonderwijs)

Tot slot is een nieuwe toevoeging voor het mbo dat de minister een bestuurlijke boete kan opleggen aan partijen die – kortgezegd – doen alsof ze een instelling zijn die een beroepsopleiding aanbiedt (met bijbehorende examens, verlening van diploma's et cetera), zonder dat ze daartoe gerechtigd zijn.

Kritiek op het wetsvoorstel

De vraag is of enkele spraakmakende incidenten een sectorbrede verzwaring van het toezichtinstrumentarium rechtvaardigen. Op het wetsvoorstel zijn veel kritische geluiden geuit. Er zijn onder meer zorgen over de vrijheid van onderwijs en de grote discretie die bij het ministerie en de Onderwijsinspectie komt te liggen. Zo heeft hebben profielorganisaties Verus, VBS en VOS/ABB een kritische brief gestuurd aan de Tweede Kamer. De Universiteiten van Nederland noemen het wetsvoorstel "een bom onder de institutionele verhoudingen in het onderwijs". Hun voornaamste bezwaar is dat de minister in de verleiding kan komen om "stoer te doen" en dan "lichtzinnig" zal ingrijpen. Vanwege de vele kritische vragen werd een schriftelijke vragenronde ingelast, die op 28 juni jl. beantwoord zijn en waarbij ook een nota van wijziging naar de Tweede Kamer werd gestuurd.

Het wetsvoorstel zal pas in werking treden als ook de Eerste Kamer ermee heeft ingestemd. Wij blijven dat voor u volgen

Dit is een Legal Update van Sebastiaan Garvelink en Julia Krijbolder. 

Download als pdf

Specialist(en)