Legal Update
Vormt de ingangsdatum van een schaarse vergunning een verplicht onderdeel van de transparante verdelingsprocedure?
Op woensdag 13 mei 2026 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) een interessante uitspraak over het leerstuk van schaarse rechten (ECLI:NL:RVS:2026:2738).
In een eerdere Legal Update stonden we al stil bij een uitspraak van de Afdeling over een exploitatievergunning voor een speelautomatenhal in Duiven.
Ditmaal staat de exploitatievergunning voor een speelautomatenhal in Heerlen centraal. De burgemeester van Heerlen verleende een exploitatievergunning met een daaraan gekoppelde ingangsdatum aan een exploitant. Deze exploitant was het niet eens met de ingangsdatum en kwam daartegen in hoger beroep. En met succes.
Waar ging de zaak over?
Vanwege het schaarse karakter van de exploitatievergunning had de burgemeester een transparante verdelingsprocedure georganiseerd. De exploitant aan wie de (tijdelijke) vergunning voor de duur van tien jaar werd verleend, was het om een tweetal redenen niet eens met de bepaalde ingangsdatum van deze vergunning. Ten eerste zat er maar een periode van vier weken tussen het verlenen van de exploitatievergunning en de ingangsdatum daarvan. Dat was volgens de exploitant te kort om zich voor te bereiden op de start van de exploitatie.
Daarnaast had de burgemeester de voor de exploitatie eveneens vereiste aanwezigheids- en omgevingsvergunning vijf maanden verleend ná de ingangsdatum van de exploitatievergunning. Kortom: de exploitatie was feitelijk de eerste maanden niet mogelijk. Daarmee bestond voor de exploitant feitelijk geen mogelijkheid om de speelautomatenhal daadwerkelijk voor 10 jaar te exploiteren.
De rechtbank Limburg oordeelde dat de burgemeester niet van de ingangsdatum mocht afwijken. De exploitant was namelijk via de 'Aankondiging aanvraagtijdvak exploitatievergunningen van speelautomatenhallen' (hierna: Aankondiging) met de uiterste ingangsdatum bekend. Verder waren er nog andere vergunningen nodig voor de exploitatie. Gelet op de transparantieverplichting bij de verdeling van schaarse vergunningen mocht de burgemeester niet meer van deze ingangsdatum afwijken.
Oordeel Afdeling: ingangsdatum is geen onderdeel van transparantieverplichting
Op grond van vaste rechtspraak van de Afdeling moet een bestuursorgaan een passende mate van openbaarheid verzekeren over de beschikbaarheid van de schaarse vergunning, de verdelingsprocedure, het aanvraagtijdvak en de toe te passen criteria om gelijke kansen te realiseren.
De Afdeling oordeelt dat, hoewel het vooraf bekendmaken van de ingangsdatum kan bijdragen aan een transparante verdelingsprocedure, de burgemeester hiertoe niet verplicht is. De ingangsdatum van de vergunning vormt namelijk geen onderdeel van de transparantieverplichting. Daar komt nog bij dat de Aankondiging spreekt over een streefdatum en daarmee niet op een rechtsgevolg is gericht.
Had de burgemeester moeten afwijken van de ingangsdatum?
Anders dan de rechtbank oordeelde, was de burgemeester in dit geval niet alleen bevoegd maar op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel ook gehouden om bij het verlenen van de schaarse vergunning af te wijken van de ingangsdatum. De burgemeester had de voor de exploitatie eveneens vereiste aanwezigheids- en omgevingsvergunning pas vijf maanden verleend ná (!) de ingangsdatum van de exploitatievergunning. De Afdeling concludeert dat het zorgvuldigheidsbeginsel de burgemeester er in dit geval toe verplichtte om af te wijken van de beoogde ingangsdatum. De speelautomatenhal kon immers niet worden geëxploiteerd zonder de vereiste aanwezigheids- en omgevingsvergunning.
Les voor de praktijk
Het vermelden van de beoogde ingangsdatum van de exploitatievergunning vormt volgens de Afdeling geen onderdeel van de transparantieverplichting. Voor de praktijk is dit een interessant oordeel. Het is wel de vraag in hoeverre deze lijn voor alle gevallen opgaat, bijvoorbeeld in de situatie dat in het beleid een expliciete ingangsdatum van de vergunning is opgenomen (en niet slechts een streefdatum) en ook andere benodigde vergunningen tegelijkertijd worden verleend. Verder is relevant dat de burgemeester in sommige gevallen niet alleen bevoegd, maar op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel ook gehouden is om bij het verlenen van een schaarse vergunning af te wijken van de ingangsdatum. Dat is het geval als een verleende schaarse vergunning nog niet kan worden benut vanwege het ontbreken van andere noodzakelijke toestemmingen.
Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met één van onze specialisten.