Rechtbank Midden-Nederland zet streep door boete van AP aan VoetbalTV

02-12-2020

De rechtbank Midden-Nederland heeft op maandag 23 november 2020 geoordeeld dat de Autoriteit Persoonsgegevens ('AP') op 16 juli 2020 ten onrechte een boete van € 575.000,- aan VoetbalTV B.V. ('VoetbalTV') heeft opgelegd. De rechtbank Midden-Nederland overweegt dat de AP heeft miskend dat het gerechtvaardigd belang in de zin van artikel 6 lid 1 sub f van de Algemene Verordening Gegevensbescherming ('AVG') op een 'open en flexibele manier' uitgelegd dient te worden en komt tot de conclusie dat de AP uitgaat van een verkeerde interpretatie van het begrip 'gerechtvaardigd belang'. Centraal in deze zaak staat de vraag of een commercieel belang kan kwalificeren als een gerechtvaardigd belang. 

VoetbalTV – inmiddels failliet verklaard – maakt in opdracht van voetbalclubs opnames van voetbalwedstrijden in het amateurvoetbal. Deze opnames kunnen gebruikers via het VoetbalTV-platform terugkijken. VoetbalTV stelt dat zij een gerechtvaardigd belang (de f-grond) heeft om de persoonsgegevens te verwerken van de spelers en toeschouwers. De AP stelt dat VoetbalTV geen gerechtvaardigd belang toekomt en er zonder rechtmatige grondslag persoonsgegevens zijn verwerkt door VoetbalTV. 

De relevante vraag die hier voorligt is kort gezegd of een commercieel belang eveneens een gerechtvaardigd belang kan zijn. De AP stelt dat een gerechtvaardigd belang een belang is dat in (algemene) wetgeving of elders in het recht is benoemd als een rechtsbelang. Zuiver commerciële belangen en het belang van winstmaximalisatie zijn volgens de AP niet specifiek genoeg en missen een dringend ‘wettelijk’ karakter, zodat zij niet kunnen worden aangemerkt als gerechtvaardigde belangen. Dit heeft de AP ook betoogd in de door haar gepubliceerde (en sterk bekritiseerde) normuitleg voor de grondslag gerechtvaardigd belang. Deze uitleg wordt ook wel de positieve toets genoemd, doordat sprake zou moeten zijn van een rechtsbelang. Volgens VoetbalTV is die uitleg onjuist en dient aan de hand van de negatieve toets te worden beoordeeld of er sprake is van een gerechtvaardigd belang. De negatieve toets houdt in dat het nagestreefde belang niet in strijd met de wet mag zijn.

De rechtbank Midden-Nederland onderschrijft het standpunt van VoetbalTV en oordeelt dat aan de hand van een negatieve toets (het belang mag niet in strijd met de wet zijn) moet worden beoordeeld of er sprake is van een gerechtvaardigd belang. De rechtbank Midden-Nederland baseert haar oordeel onder meer op eerdere arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie ('HvJ'), waaronder in het bijzonder het Fashion ID-arrest van het HvJ alsook de conclusie daarbij van advocaat-generaal M. Bobek. Volgens Bobek is het begrip gerechtvaardigd belang flexibel en open van aard. Bobek stelt tevens dat er geen type belang is (zoals in dit geval een commercieel belang) dat per se uitgesloten is, hetgeen ook wordt ondersteund door de opinie van de Werkgroep artikel 29 (de voorloper van de European Data Protection Board). 

De rechtbank Midden-Nederland overweegt daarbij dat het HvJ bij herhaling heeft bevestigd dat het lidstaten niet vrijstaat om een beroep op het gerechtvaardigd belang voor bepaalde categorieën verwerkingen (zoals in dit geval een commercieel belang) op voorhand of categorisch uit te sluiten. 

Voorts verwijst de rechtbank Midden-Nederland naar de considerans van de AVG (overweging 47), waaruit voortvloeit dat direct marketing mogelijk als gerechtvaardigd belang kan worden gekwalificeerd. Direct marketing is tenslotte geen rechtsbelang. 

Gelet op het voorgaande is de AP dus ten uitgegaan van een te beperkte opvatting van het begrip gerechtvaardigd belang en heeft de AP bij het boetebesluit niet de zorgvuldigheid betracht die van haar wordt vereist op grond van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. De AP heeft de proportionaliteit en subsidiariteit van de verwerking immers niet onderzocht en is gestopt bij de vaststelling dat VoetbalTV geen gerechtvaardigd belang zou hebben. 

Of VoetbalTV naar aanleiding van deze uitspraak terugkeert als dienst is nog onbekend. Voor de praktijk is in ieder geval van belang dat: 

  1. een commercieel belang volgens de rechtbank Midden-Nederland wel degelijk een gerechtvaardigd belang kan zijn (in de zin van artikel 6 lid 1 sub f AVG);
  2. de negatieve toets toegepast dient te worden (het nagestreefde belang mag niet in strijd met de wet zijn); en; 
  3. er dus niet zonder meer sprake hoeft te zijn van een zogenaamd 'rechtsbelang' voor een beroep op een gerechtvaardigd belang. 

Deze uitspraak biedt mogelijk meer ruimte voor organisaties om een beroep te doen op de f-grond, ook bij commerciële belangen en in afwezig van een 'rechtsbelang'. Met belangstelling zullen wij monitoren of de AP hoger beroep zal instellen. 

Indien u vragen heeft over de verwerking van persoonsgegevens en het gerechtvaardigd belang, dan kunt u altijd contact met ons opnemen. De volledige uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland leest u hier

Dit is een Legal Update van Jan Brölmann, Elze 't Hart en Frank Heijne. 

Download als pdf

 

Specialist(en)