Legal Update
Procedeerverbod art 1.4 Chw niet in strijd met Verdrag van Aarhus
In een uitspraak van 5 augustus 2026 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) geoordeeld dat het procedeerverbod voor decentrale overheden als bedoeld in artikel 1.4 van de Crisis- en herstelwet (hierna: Chw) niet in strijd is met het Verdrag van Aarhus. Ook de 'Varkens in Nood'-rechtspraak staat niet in de weg aan de toepassing van dit procedeerverbod.
In deze Legal Update lichten wij de uitspraak toe.
Het procedeerverbod van artikel 1.4 Chw
Op grond van artikel 1.4 Chw mogen decentrale overheden namelijk geen beroep instellen tegen Chw-besluiten die zijn genomen door bestuursorganen van het Rijk, als die besluiten niet aan hen zijn gericht. Chw-besluiten zijn besluiten die zien op de verwezenlijking van bepaalde categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten (zie bijlage I Chw) of bepaalde concreet aangewezen projecten (bijlage II Chw). Voorbeelden zijn de aanleg van windparken van een zeker omvang, de aanleg van een hoogspanningsverbinding op grond van een Rijksinpassingsplan, de bouw van meer dan 11 woningen of het project Amsterdam Zuidas.
Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de Crisis- en herstelwet vervallen. De wetgever heeft ervoor gekozen om het procedeerverbod van artikel 1.4 Chw niet in de Omgevingswet te laten terugkeren. Dit betekent dat artikel 1.4 Chw alleen nog van toepassing is op besluiten waarop het oude recht van toepassing is.
Het Varkens in Nood-arrest: waar ging dat ook alweer over?
In dit arrest heeft het Europese Hof van Justitie geoordeeld dat artikel 6:13 Awb in strijd is met het Verdrag van Aarhus. Dit verdrag regelt de toegang tot de rechter voor 'Aarhus-besluiten'. Dit zijn besluiten over activiteiten die aanzienlijke effecten kunnen hebben voor het milieu. In artikel 6:13 Awb is voor besluiten die zijn voorbereid met de UOV, bepaald dat belanghebbenden alleen beroep kunnen instellen als zij hebben meegedaan aan de inspraakfase. Dit artikel wordt voor Aarhus-besluiten niet langer houdbaar geacht.
Naar aanleiding van dit arrest heeft de Afdeling in de uitspraak van 14 april 2021 onder meer geoordeeld dat artikel 6:13 Awb niet meer wordt tegengeworpen aan belanghebbenden in omgevingsrechtelijke zaken waarin de UOV is toegepast. De Afdeling heeft daarbij uit het oogpunt van rechtsbescherming gekozen voor een ruimhartige uitleg van het Aarhus-verdrag, in afwachting van een oplossing van de wetgever.
De wetgever is op dit moment bezig met de voorbereiding van wetswijzigingen (genaamd 'de Reparatiewet Varkens in Nood-arrest'). Dit wetgevingsproces loopt nog. Zo lang de wetswijzigingen nog niet in werking zijn getreden, geldt de rechtsregel uit de uitspraak van de Afdeling van 14 april 2021.
Voor meer informatie over het Verdrag van Aarhus, het Varkens in Nood-arrest en de Reparatiewet Varkens in Nood-arrest verwijzen wij u naar onze eerdere Legal Updates van 2 februari 2021, 15 april 2021, 5 mei 2021 en 13 mei 2026.
Waar ging deze zaak over?
In deze zaak heeft de staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei omgevingsvergunningen verleend voor een aardwarmte-installatie in Luttelgeest. Tegen deze omgevingsvergunningen heeft het college van gedeputeerde van staten van Overijssel (hierna: het college) beroep ingesteld. De rechtbank verklaarde in de uitspraak van 25 mei 2022 het beroep van het college gegrond en vernietigde de omgevingsvergunningen. Daarbij overwoog de rechtbank dat artikel 1.4 Chw buiten toepassing moest worden gelaten en dat het college wel bevoegd was om beroep in te stellen tegen de verleende omgevingsvergunningen.
Volgens de rechtbank zou artikel 1.4 Chw in strijd zijn met artikel 9 lid 2 Verdrag van Aarhus. De rechtbank baseerde dit oordeel op basis van het arrest 'Varkens in Nood' en de daaropvolgende uitspraak van de Afdeling van 14 april 2021. De rechtbank acht deze rechtspraak ook relevant voor artikel 1.4 Chw, omdat het uitsluiten van het beroepsrecht voor decentrale overheden op grond van artikel 1.4 Chw volgens de rechtbank nog verder gaat dan het beperken daarvan op grond van artikel 6:13 Awb.
De staatssecretaris en de initiatiefnemer stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Oordeel Afdeling: het procedeerverbod van artikel 1.4 Chw is niet in strijd met het Verdrag van Aarhus
De Afdeling overweegt, anders dan de rechtbank, dat het procedeerverbod van artikel 1.4 Chw niet in strijd is met het Verdrag van Aarhus.
Ten eerste overweegt de Afdeling dat uit artikel 9 lid 2 Verdrag van Aarhus niet volgt dat 'toegang tot de rechter' uitsluitend ziet op toegang tot de bestuursrechter. Het artikel bepaalt weliswaar dat elke partij toegang tot een rechterlijke instantie moet waarborgen, maar laat de invulling daarvan aan de verdragspartij of de lidstaat. Ook uit het unierechtelijke beginsel van effectieve rechtsbescherming volgt niet dat toezicht op de naleving van de verplichtingen die voortvloeien uit het Europese recht, uitsluitend moet plaatsvinden bij de bestuursrechter. Het college kan zich tot de civiele rechter wenden, waarmee effectieve rechtsbescherming naar het oordeel van de Afdeling is gewaarborgd.
Daarnaast overweegt de Afdeling dat de rechtspraak over 'Varkens in Nood' niet tot een ander oordeel leidt. De Afdeling benadrukt daarbij het onderscheid tussen artikel 6:13 Awb en artikel 1.4 Chw. De vraag of aan belanghebbende artikel 6:13 Awb kan worden tegengeworpen, is een andere vraag dan of het beroepsrecht van decentrale overheden tegen bepaalde Chw-besluiten kan worden uitgesloten, aldus de Afdeling. De 'Varkens in Nood'-rechtspraak over artikel 6:13 Awb is naar het oordeel van de Afdeling dan ook niet van toepassing op artikel 1.4 Chw. Verder ziet de Afdeling geen aanleiding op prejudiciële vragen te stellen.
De Afdeling concludeert dat de rechtbank artikel 1.4 Chw ten onrechte buiten toepassing heeft gelaten. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen van het college alsnog niet ontvankelijk.