Legal Update
Parkeernormen van 0 voor bewoners van nieuwe woningbouw? Onder voorwaarden is dit mogelijk
In haar uitspraak van 3 juni 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:3171) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) zich uitgelaten over de vraag of, en zo ja onder welke omstandigheden, een gemeente bij woningbouwontwikkeling een parkeernorm van 0 voor bewoners mag hanteren. De uitspraak is relevant voor gemeenten en ontwikkelaars die inzetten op autoluwe gebiedsontwikkeling.
De Afdeling maakt duidelijk dat een parkeernorm van 0 niet op voorhand in strijd is met een goede ruimtelijke ordening (onder de Omgevingswet: een evenwichtige toedeling van functies aan locaties), mits voldoende wordt gemotiveerd dat (verdere) parkeerhinder in de omgeving wordt voorkomen.
Achtergrond van de uitspraak
Deze uitspraak gaat over een project in Leiden, waarbij 420 woningen worden gerealiseerd in een bestaand kantoorgebouw met in de plint ruimte voor ondersteunende commerciële en maatschappelijke voorzieningen. In dat kader heeft de raad van de gemeente Leiden een bestemmingsplan vastgesteld en heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor de (ver)bouwactiviteiten.
De parkeerbehoefte van de toekomstige bewoners van de appartementen is op nul vastgesteld. In de parkeerbehoefte van de commerciële functies en van de bezoekers van de toekomstige bewoners wordt voorzien met de bestaande ondergrondse parkeergarage, die voorziet in 168 parkeerplaatsen De belangenvereniging die opkomt tegen het plan vreest dat het plan zal leiden tot onevenredige parkeerhinder voor de huidige bewoners van de wijk.
Vaststelling parkeerbehoefte toekomstige bewoners appartementen
Het bestemmingsplan bepaalt dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen voldoende ruimte voor parkeergelegenheid moet worden gerealiseerd. Dit wordt getoetst aan gemeentelijk parkeerbeleid. De parkeernorm voor bewoners is in afwijking van dit beleid op nul vastgesteld, waarbij gebruik is gemaakt van de afwijkingsmogelijkheid in het bestemmingsplan in samenhang met de afwijkingsregeling uit de beleidsregels.
Interessant is dat er bij dit project vraagsturend parkeerbeleid wordt gehanteerd. Dat houdt in dat het beleid als doel heeft om autogebruik te beperken. Er wordt daarom afgeweken van de zogenoemde CROW-kentallen, landelijke richtlijnen voor parkeernormen. Maar is deze afwijking ook in lijn met de goede ruimtelijke ordening? De Afdeling toetst of het bestuursorgaan voldoende onderzoek heeft gedaan naar de vraag of de lagere parkeernormen zullen leiden tot onaanvaardbare parkeeroverlast in de directe omgeving. Daarbij moet worden gemotiveerd welk belang gediend is met het vraagsturend parkeerbeleid en welke factoren maken dat een goede ruimtelijke ordening is gegarandeerd, ondanks dat een parkeernorm van 0 voor bewoners wordt gehanteerd.
Wat oordeelt de Afdeling over de nulnorm?
Naar het oordeel van de Afdeling is het standpunt van de raad niet onredelijk dat het plan ondanks de gehanteerde lagere parkeernormering in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij betrekt de Afdeling de volgende aspecten.
Aanvullende sturing op parkeren mogelijk
Er bestaan meerdere mogelijkheden om aanvullend te sturen op de parkeerdruk: het parkeertarief kan worden aangepast (bijvoorbeeld een hoger tarief voor langparkeren) en de parkeerperiode waarvoor betaald parkeren geldt kan worden uitgebreid. De raad heeft toegezegd dat deze aanvullende maatregelen niet ten koste zullen gaan van de parkeermogelijkheden van de huidige bewoners. De Afdeling ziet daarom geen aanleiding voor het oordeel dat in geval van hoge parkeerdruk er geen mogelijkheden voor handen zijn om hierop te sturen.
Bereikbaarheid openbaar vervoer
Verder acht de Afdeling van belang dat het plangebied op 10 minuten fietsafstand ligt van hoogwaardig openbaar vervoer, namelijk Station Leiden Centraal, en dat het direct is gelegen bij de bushalte Bio Science Park-Oost. De Afdeling kan ook het standpunt volgen dat het plan voorziet in hoogwaardige fietsroutes.
Parkeervergunningen kunnen maar zeer beperkt worden verleend
De toekomstige bewoners komen niet in aanmerking voor een reguliere parkeervergunning (bewoners- of bezoekersvergunning). De parkeerverordening kent echter ook nog andere soorten vergunningen. Die speciale vergunningen leiden niet tot een verhoogde parkeerdruk omdat dit een zeer beperkt aantal betreft. De Afdeling acht daarbij van belang dat nog 74 extra parkeerplaatsen beschikbaar zijn in de parkeergarage, nadat al is voorzien in de parkeerbehoefte van de commerciële en maatschappelijke functies van het plan.
Gemeente zal parkeerdruk monitoren
Na ingebruikname van de woningen zal de gemeente de parkeerdruk monitoren en in de gaten houden of sprake is van onevenredige parkeerdruk. Uit de toelichting op het parkeerbeleid volgt wanneer daar sprake van is. De gemeente zal minstens één keer per jaar meten, en daarnaast kan worden gemonitord op basis van eventuele klachten van bewoners.
Conclusie
Gelet op het bovenstaande kon volgens de Afdeling het standpunt worden ingenomen dat de huidige bewoners van Bockhorst geen onevenredige parkeerhinder zullen ondervinden als gevolg van de keuze om de parkeerbehoefte van de toekomstige bewoners van de appartementen op 0 te stellen.
Les voor de praktijk
Deze uitspraak laat zien dat de Afdeling ruimte biedt voor het sturen op beperkt autogebruik bij woningbouw.
Een parkeernorm van 0 voor bewoners kan ruimtelijk aanvaardbaar zijn wanneer:
- De norm zijn grondslag vindt in (afwijkingsmogelijkheden van) geldend parkeerbeleid
- Sprake is van volwaardige alternatieven voor de auto, zoals hoogwaardige OV-verbindingen
- Bewoners geen aanspraak kunnen maken op reguliere parkeervergunningen
- De gemeente inzichtelijk maakt hoe de parkeerdruk wordt gemonitord en bijgestuurd
- Zodat geen onevenredige parkeerdruk ontstaat
De uitspraak bevestigt daarmee dat gemeenten niet uitsluitend hoeven uit te gaan van traditionele parkeernormen gebaseerd CROW-kentallen, maar binnen de grenzen van het criterium van de 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties' en het eigen parkeerbeleid actief kunnen sturen op duurzame mobiliteit en autoluwe gebiedsontwikkeling.