Legal Update
Ontwikkelingen rondom vakantieopbouw bij slapende dienstverbanden
In zowel juni 2024 als augustus 2025 heeft de rechtbank Gelderland uitspraak gedaan over de vraag of een werknemer vakantiedagen blijft opbouwen gedurende een slapend dienstverband. Naar aanleiding van de uitspraak van 12 augustus 2025 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) enkele Kamervragen beantwoord.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
In 2024 vorderde een langdurige zieke werknemer uitbetaling van vakantiedagen over de periode dat zij na het einde van de wachttijd tijdens ziekte nog in dienst was. Tijdens dit derde ziektejaar had de werknemer geen werkzaamheden verricht en ook geen loon ontvangen. De kantonrechter oordeelde dat artikel 7:634 lid 1 BW, waarin is bepaald dat de werknemer vakantiedagen opbouwt over iedere periode waarin hij recht op loon heeft gehad, niet in overeenstemming is met Europese regelgeving en rechtspraak. De vordering van de werknemer werd desondanks afgewezen, omdat er volgens de kantonrechter geen ruimte is voor een richtlijnconforme uitleg van artikel 7:634 BW. De kantonrechter overwoog dat het aan de wetgever is om de wet te wijzigen.
In de uitspraak van augustus 2025 komt de kantonrechter tot een andere conclusie en wijst hij een vergelijkbare vordering van een werknemer toe. De kantonrechter overweegt ook in deze uitspraak dat artikel 7:634 lid 1 BW niet in overeenstemming is met Europese regelgeving en rechtspraak. Ditmaal oordeelt de kantonrechter – in lijn met een breed gedragen standpunt uit de juridische literatuur – dat het wél binnen zijn bevoegdheid valt om de nationale bepaling buiten toepassing te laten. Uit de uitspraak volgt dat, volgens de kantonrechter, (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte werknemers gedurende hun dienstverband volledig vakantiedagen blijven opbouwen, ongeacht of zij arbeid verrichten of (volledig) aanspraak maken op loon. Dit geldt ook indien het re-integratietraject wordt voortgezet na twee jaar ziekte zonder wijziging van de bedongen arbeid en bij een slapend dienstverband.
Wat is de reactie van de minister van SZW?
Kamervragen naar aanleiding van deze uitspraken hebben ertoe geleid dat de minister van SZW een standpunt heeft ingenomen over de opbouw van vakantiedagen na het einde van de wachttijd die geldt tijdens ziekte. De minister stelt dat artikel 7:634 lid 1 BW – in tegenstelling tot wat de rechtbank Gelderland twee keer heeft geoordeeld – niet in strijd is met Europese regelgeving en rechtspraak en er dus geen aanleiding is om tot een wetswijziging over te gaan.
Wat is het gevolg van deze ontwikkelingen?
Ondanks het standpunt van de minister van SZW moeten werkgevers er rekening mee houden dat (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte werknemers mogelijk (volledig) vakantiedagen blijven opbouwen als zij na twee jaar ziekte, of drie jaar in geval van een loonsanctie van het UWV, nog (enige tijd) in dienst blijven zonder de bedongen arbeid (geheel) te verrichten. Dit heeft impact op de keuzes die gemaakt moeten worden zodra een arbeidsongeschikte werknemer het einde van de wachttijd nadert en op onderhandelingen over een vaststellingsovereenkomst.
Het onderwerp is nog niet uitgekristalliseerd. De verwachting is dat er snel nieuwe rechtszaken zullen volgen. Wij houden de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten.
Wilt u meer weten over de ontwikkelingen rondom vakantiedagen? Luister dan ook naar aflevering 130 van onze tweewekelijkse podcast "Licht op Legal: Vakantiedagen: Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen van de afgelopen jaren?" of neem contact op met een van onze specialisten.