Legal Update
Nieuwe overzichtsuitspraak artikel 13b Opiumwet: de tijd tikt voor burgemeesters bij woningsluitingen na drugsvondst
Op 16 juli 2025 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een overzichtsuitspraak gedaan over woningsluitingen op grond van artikel 13b Opiumwet. Deze overzichtsuitspraak past in eerdere overzichtsuitspraken van de Afdeling van 28 augustus 2019 en 2 februari 2022.
Beperkte toepassing overzichtsuitspraak
Belangrijk om op te merken is dat de overzichtsuitspraak zich beperkt tot de toepassing van het artikel bij woningen en dus niét bij lokalen (bijvoorbeeld een kantoor- en bedrijfsruimte). Dat is voor de praktijk een belangrijk onderscheid.
Daarnaast wordt in de overzichtsuitspraak wel ingegaan op "drugshandel", maar niet op "voorbereidingshandelingen" (waarbij er nog geen drugs voorhanden zijn). Dat is opvallend, omdat de Afdeling de aanwezigheid van een handelshoeveelheid wel als uitgangspunt neemt wanneer de noodzakelijkheid van een woningsluiting wordt beoordeeld.
Nieuw: het tijdsverloop en motivering eigen gebruik
De uitgangspunten waar bij de beoordeling van een woningsluiting op grond van artikel 13b Opiumwet van wordt uitgegaan, komen grotendeels overeen met eerdere uitspraken. Toch is er één koerswijziging uit de uitspraak op te maken. Dit betreft het aspect van tijdsverloop tussen de drugsvondst en het besluit tot sluiting van de woning.
Burgemeesters zullen het actuele nut van de sluiting van de woning op het moment van de besluitvorming moeten aantonen. In de praktijk komt het nog wel eens voor dat er enige tijd is verstreken tussen de drugsvondst en de daadwerkelijke woningsluiting, bijvoorbeeld omdat er (met spoed) nog een bestuurlijke rapportage wordt opgesteld. De Afdeling acht echter niet relevant aan wie het tijdsverloop te wijten is.
Uit deze uitspraak volgt concreet dat in het geval er tijd zit tussen de vondst en de besluitvorming, door de burgemeester zal moeten worden gemotiveerd of (i) de sluiting op dat tijdstip nog een geschikt middel is en zo ja (ii), of de sluiting noodzakelijk is.
Daarnaast is nieuw aan deze overzichtsuitspraak dat de Afdeling nader uiteenzet op welke wijze betrokkene de bevoegdheid tot sluiting van de woning op grond van artikel 13b Opiumwet zou kunnen bestrijden.
Er moet sprake zijn van:
- Een geringe overschrijding van de grens van 0,5 g harddrugs, 5,0 g softdrugs of vijf (hennep)planten;
- Feiten en omstandigheden op basis waarvan betrokkene kan aantonen dat sprake is van "eigen gebruik";
- Het ontbreken van andere voorwerpen in de woning die wijzen op drugshandel; en
- Het ontbreken van andere relevante feiten en omstandigheden die daarop wijzen.
Les voor de praktijk
Uit deze uitspraak volgt dat de tijd tikt voor burgemeesters in het geval sprake is van drugsvondst op basis waarvan tot woningsluiting op grond van artikel 13b Opiumwet wordt overgaan. Eventueel tijdsverloop tussen de vondst en het besluit zal moeten worden meegenomen – en gemotiveerd – in het besluit!
Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met een van onze specialisten.