Huwelijksvoorwaarden: Ongelijke aandelen echtgenoten in onderneming werden ‘overruled’ door periodiek verrekenbeding

23-06-2020

Op 9 juni 2020 oordeelde het gerechtshof 's-Hertogenbosch over de afwikkeling van een periodiek verrekenbeding in de huwelijksvoorwaarden van twee echtgenoten die al voor het huwelijk samen een vennootschap onder firma (vof) hadden. Partijen waren overeengekomen dat het winstaandeel van de man in de vof 60% zou bedragen en dat van de vrouw 40%. Tijdens het huwelijk is de vof ingebracht in een B.V. en zijn de aandelen ondergebracht in een stichting administratiekantoor (STAK). Sindsdien houdt de man 60% van de certificaten en de vrouw 40%. Het gerechtshof oordeelt in een procedure over de afwikkeling van de huwelijksvoorwaarden van partijen over het verzoek van de vrouw tot verrekening van de waarde van de certificaten van de aandelen.

De rechtbank oordeelde dat niet is gebleken dat de aandelen, dan wel de certificaten zijn aangeschaft met inkomsten die op grond van het periodiek verrekenbeding verrekend hadden moeten worden en wees de verrekenvordering van de vrouw af. Het gerechtshof komt tot een ander oordeel en wijst de verrekenvordering van de vrouw alsnog toe. De man moet op grond hiervan alsnog 10% van de waarde van de certificaten aan de vrouw vergoeden, waardoor partijen in feite ieder aanspraak kunnen maken op de helft van de waarde van de certificaten. Volgens het gerechtshof staat vast dat partijen tijdens het huwelijk geen uitvoering hebben gegeven aan het periodiek verrekenbeding doordat zij niet jaarlijks hetgeen over was van hun inkomsten hebben verrekend. Omdat geen uitvoering is gegeven aan het verrekenbeding, wordt al het aanwezige vermogen, en dus ook de certificaten, vermoed te zijn gevormd uit de inkomsten die verrekend hadden moeten worden. Het is in dit geval vervolgens aan de man om te stellen en zo nodig te bewijzen dat het aanwezige vermogen niet is gevormd uit te verrekenen inkomen.

De certificaten zijn volgens het hof gefinancierd met de aandelen in de B.V. en de aandelen in de B.V. zijn gefinancierd met het vermogen uit de vof. Voor de beantwoording van de vraag of de aandelen in de B.V. zijn gefinancierd met inkomsten die verrekend hadden moeten worden, is volgens het hof bepalend of de winst van de vof waartoe partijen gerechtigd waren onder het begrip 'inkomen' in de huwelijksvoorwaarden valt. In de huwelijksvoorwaarden is geen specifiek inkomensbegrip opgenomen. Omdat geen inkomensbegrip is opgenomen, kan volgens het hof niet worden toegekomen aan het standpunt van de man dat het inkomensbegrip beperkt zou moeten worden opgevat, in die zin dat alleen zijn arbeidsinkomen op het moment van huwelijksvoltrekking daaronder moet worden begrepen. Het hof gaat vervolgens over tot uitleg van de huwelijksvoorwaarden. Als partijen een beperkte uitleg van het inkomensbegrip hadden beoogd, dan had de notaris dit als zodanig opgenomen in de huwelijksvoorwaarden. De man heeft niet toegelicht waarom de notaris dat niet heeft gedaan.
De algemene term 'inkomen' in de huwelijksvoorwaarden is volgens het hof juist een aanwijzing dat partijen hebben bedoeld niet slechts inkomen uit arbeid, maar ook ondernemingswinsten te verrekenen. Volgens het hof hebben partijen blijkens de huwelijksvoorwaarden dan ook de bedoeling gehad ook ondernemingswinsten te verrekenen, zodat nu dus ook de waarde van de certificaten moet worden verrekend.

Uit deze uitspraak blijkt wederom de noodzaak van het maken van goede afspraken over de gewenste inhoud van de huwelijksvoorwaarden en om voor deze huwelijksvoorwaarden ook goed na te denken over het inkomensbegrip dat eventueel wordt gehanteerd in de huwelijksvoorwaarden.

Dit is een Legal Update van Karlijn Hageraats-Bouwens en Sharon Verhoef.

Download als pdf

Specialist(en)