Legal Update
Heusdense vordering na eigendomsverlies is niet altijd toewijsbaar!
In het arrest Gemeente Heusden/Erven X heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een partij die door verjaring zijn eigendom is verloren, deze onder omstandigheden op grond van onrechtmatige daad kan terugvorderen als schadevergoeding in natura. Een recent arrest van het gerechtshof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2025:1705) illustreert echter dat deze 'Heusdense vordering' niet altijd toewijsbaar is.
Waar ging deze zaak over?
Sinds 1994 zijn geïntimeerden eigenaar van een parkeerplaats (parkeerplaats 33) die zij hebben verkregen samen met hun woning. De parkeerplaats maakt deel uit van een rijtje parkeerplaatsen in een parkeergarage. Op basis van de in de openbare registers ingeschreven splitsingstekening zijn er in de rij waar geïntimeerden parkeren drie parkeerplaatsen, waarvan de eerste aan hen toebehoorde. Geïntimeerden hebben echter altijd op de tweede parkeerplaats geparkeerd (parkeerplaats 29), hetgeen in overeenstemming was met de in omloop zijnde splitsingstekening met handmatige aantekeningen. Deze splitsingstekening was niet ingeschreven in de openbare registers. In 2021 is aan appellante parkeerplaats 29 geleverd, die zij heeft verkregen samen met haar woning. Appellante maakte in de onderhavige procedure aanspraak op het uitsluitend gebruik van parkeerplaats 29 en veroordeling van geïntimeerden om parkeerplaats 29 bij wijze van schadevergoeding in natura aan appellante terug te leveren. Geïntimeerden hebben hiertegen verweer gevoerd en voerden – kort gezegd – aan door (bevrijdende) verjaring de eigendom te hebben verkregen. Zij parkeerden immers al sinds 1994 op parkeerplaats 29!
Bevrijdende verjaring
De rechtbank heeft de vorderingen van appellante afgewezen en heeft geoordeeld dat geïntimeerden de parkeerplaats in 1994 in gebruik hebben genomen waarvan zij dachten dat deze tot hun woning behoorde. Daarmee was sprake van bezit, zodat zij (na verloop van twintig jaren) door bevrijdende verjaring eigenaar zijn geworden van parkeerplaats 29. Het hof heeft deze uitspraak bekrachtigd.
Eigendom terugvorderen als schadevergoeding in natura?
Appellante heeft een Heusdense vordering ingesteld, inhoudende dat geïntimeerden zouden worden veroordeeld om de parkeerplaats aan haar terug te leveren als schadevergoeding in natura. Volgens appellante hebben geïntimeerden onrechtmatig jegens haar gehandeld door de parkeerplaats in bezit te nemen, terwijl zij wisten, althans moesten weten (door raadpleging van de openbare registers) dat deze parkeerplaats niet aan hen toebehoorde. Het hof gaat hier niet in mee.
Het hof gaat ervan uit dat geïntimeerden de parkeerplaats in gebruik hebben genomen waarvan zij dachten dat deze tot hun woning behoorde. Dit omdat het huisnummer van hun woning boven die parkeerplaats was aangebracht en de rechtsvoorgangers van appellante hun auto op de parkeerplaats naast parkeerplaats 29 parkeerden. Geïntimeerden hebben dus geen parkeerplaats in gebruik genomen waarvan zij wisten dat die aan een ander toebehoorde. Onder die omstandigheden is van onrechtmatig handelen geen sprake en kunnen geïntimeerden dus niet worden gedwongen de parkeerplaats terug te leveren.
Het voorgaande illustreert dat een Heusdense vordering niet na alle gevallen van eigendomsverlies van verjaring toewijsbaar is. Daarvoor is namelijk vereist dat de occupant wist dat hij een onroerende zaak in gebruik/bezit nam die aan een ander toebehoorde.
Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met een van onze specialisten.