De "Staat van het Onderwijs 2020" is gepubliceerd!

04-05-2020

Op 22 april jl. is de Staat van het Onderwijs 2020 gepubliceerd. Dit is het jaarlijks rapport, waarin de Inspectie van het onderwijs een beeld schetst over het onderwijs, gebaseerd op onderzoek en inspectiebezoeken in 2019 en de eerste maanden van 2020, zoals bedoeld in artikel 23 lid 8 Grondwet.

Vanwege andere prioriteiten door de coronacrisis geeft de Inspectie dit jaar geen uitleg van de cijfers en statistieken. Ook de ministers van onderwijs, Slob en Van Engelshoven, onthouden zich vanwege de uitzonderlijke omstandigheden waar de coronacrisis het onderwijs voor stelt, dit jaar van de bestuurlijke reactie zoals bedoeld in artikel 8 lid 2 van de Wet op het onderwijstoezicht, zo informeerden zij de Eerste Kamer bij aanbiedingsbrief van 22 april 2020.

Desondanks staat het document van meer dan 200 pagina's vol interessante ontwikkelingen. In hoofdstuk 1 wordt een blik op het stelsel gegeven:

  • Opvallende uitkomsten bij allocatie op de arbeidsmarkt zijn onder andere dat voortijdige schoolverlaters vaker aan het werk zijn en dat mannen betere baankansen hebben dan vrouwen, ondanks minder studiesucces.
  • Het valt op dat de burgerschapsopdracht aandacht en duidelijkheid behoeft.
  • Het onderwijsniveau van leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond stijgt.
  • De laaggeletterdheid groeit daarentegen (een kwart van de 15-jarigen is onvoldoende geletterd).
  • Het lerarentekort is onverminderd hoog in alle sectoren en het zicht op leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte is beperkt.
  • Om vast te houden aan het basisniveau van onderwijs, wordt aanbevolen om te focussen op maatschappelijke opgaven van het onderwijs. Ook maakt onderwijskundig leiderschap het verschil en vraagt het stelsel om betere samenwerking.

In de hoofdstukken 2 tot en met 6 wordt vervolgens ingegaan op de ontwikkelingen per onderwijssector. Zo is voor het primair onderwijs één van de conclusies dat de kwaliteitszorg aandacht vraagt, omdat besturen daar te weinig zicht op hebben en onvoldoende sturen op verbetering. Bij het voortgezet onderwijs is aandacht voor het gehele curriculum nodig en niet slechts de focus op het centraal examen.

Bij het onderwijs speciaal basis- en voortgezet onderwijs valt op dat het aantal leerlingen stijgt. Ook hier is de kwaliteitszorg door onderwijsbesturen vaak onvoldoende. Voor het mbo is de conclusie dat er grote verschillen in kansen bestaan, zowel voor het behalen van een diploma als op de arbeidsmarkt. De eigen beoordeling en interne verantwoording kan beter. Zo wordt aanbevolen dat raden van toezicht een meer externe dialoog voeren om afwegingen van het bestuur op waarde te kunnen schatten en eventueel tegenwicht te bieden. Door de Wet vroegtijdige aanmelddatum en toelatingsrecht in het mbo is de overstap van het vmbo naar het mbo versoepeld. Verder is het bindend studieadvies (bsa) voor eerstejaars ingevoerd.

Voor het hoger onderwijs geldt dat studenten van een wo-bachelor in verhouding sneller hun diploma halen dan van een hbo-bachelor. Ook zijn er flinke instellingsverschillen in rendement en is kennisdeling rond studentenwelzijn nodig. Over de kernbegrippen in wet- en regelgeving voor het hoger onderwijs wordt opgemerkt dat dit steeds minder goed aansluit bij de feitelijke organisatie en invulling. De wetgeving zou geactualiseerd moeten worden. Daarbij is gebleken dat instellingen de wet niet altijd kennen.

Het accreditatieorgaan NVAO is het afgelopen jaar streng geweest en heeft bij de toets van nieuwe opleidingen een kwart van de aanvragen afgewezen. Studentbegeleiding is explicieter onderdeel van accreditaties geworden. Aanbevolen wordt om het accreditatiestelsel verder door te ontwikkelen.

Dit is slechts een greep uit de inhoud van de Staat van het Onderwijs 2020. Wij zijn benieuwd wat de gesignaleerde ontwikkelingen voor vervolg c.q. effect gaan hebben in de onderwijswereld, ook in het licht van (de effecten van) de coronacrisis.

Dit is een Legal Update van Willemijn Oudenaarden en Julia Krijbolder.

Download als pdf

Specialist(en)