De eerste uitspraak op grond van de Wet Franchise!

02-04-2021

Franchisegever 123Wonen zegt de franchiseovereenkomst met één van haar franchisenemers op en vordert vervolgens in kort geding nakoming door deze (voormalig) franchisenemer van het non-concurrentie- en het relatiebeding, zoals opgenomen in de franchiseovereenkomst. Nu de Wet Franchise per 1 januari 2021 in werking is getreden, wordt deze door de voorzieningenrechter van de rechtbank Overijssel (zittingsplaats Almelo) in het vonnis van 24 februari 2021, toegepast. De rechtbank overweegt in rechtsoverweging 4.7 'dat een concurrentiebeding en een relatiebeding in een franchiseovereenkomst (…) er primair toe strekken de franchisegever in staat te stellen zijn knowhow aan de franchisenemer over te dragen en deze de nodige bijstand bij de toepassing van zijn methoden te kunnen verlenen, zonder het risico te lopen dat die knowhow en die bijstand zij het ook maar indirect aan concurrenten ten goede komen. De vraag die derhalve beantwoord dient te worden is of sprake is geweest van overdracht van knowhow' aan de franchisenemer.

Voor de beantwoording van de vraag wat moet worden verstaan onder knowhow zoekt de voorzieningenrechter vervolgens (in r.o. 4.8) aansluiting bij de definitie daarvan in de Wet Franchise. Artikel 7:911 lid 2, onder sub a, onder 2 BW definieert knowhow als volgt:
“zijnde een geheel van niet door een intellectueel eigendomsrecht beschermde praktische informatie, voortvloeiend uit de ervaring van de franchisegever en uit de door hem uitgevoerde onderzoeken, welke informatie geheim, wezenlijk en geïdentificeerd is”.

In de Memorie van Toelichting (p. 23 en 24) wordt daarover nog het volgende opgemerkt:
“Daarnaast omvat het begrip «franchiseformule», zoals blijkt uit onderdeel a, onder 2, ook de kennis van de franchisegever die níet in aanmerking komt voor bescherming door middel van een intellectueel eigendomsrecht: de knowhow. In de onderhavige definitie betekent «geheim» dat de knowhow niet algemeen bekend of gemakkelijk verkrijgbaar is. Verder betekent «wezenlijk» dat de knowhow voor de franchisenemer belangrijk en nuttig is voor de exploitatie van de franchiseonderneming, en betekent «geïdentificeerd» dat de knowhow zodanig volledig beschreven is, dat kan worden nagegaan of deze aan de criteria van geheim-zijn en wezenlijkheid voldoet.”

Vervolgens stelt de voorzieningenrechter (in r.o. 4.9) vast dat de hiervoor geciteerde definitie als vastgelegd in de Wet Franchise een codificatie betreft van de in de praktijk reeds algemeen aanvaarde en gebruikelijke omschrijving van knowhow, zodat deze definitie ook in het onderhavige geschil dient te worden toegepast. De voorzieningenrechter oordeelt dat de franchisegever in dit geval onvoldoende heeft gesteld om tot het oordeel te komen dat sprake is van overdracht van knowhow. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is onvoldoende onderbouwd dat de kennis en informatie die, onder meer in het handboek, is overgedragen, voldoet aan de hiervoor genoemde criteria. Voor de voorzieningenrechter is niet voldoende onderbouwd dat de genoemde informatie moet worden beschouwd als uniek en/of geheim. Veel van de door de franchisegever genoemde informatie is immers voor het publiek algemeen toegankelijk of betreft kennis die eenvoudig kan worden verkregen.

In een overweging ten overvloede voegt de voorzieningenrechter nog toe dat zelfs al zou worden aangenomen dat er sprake zou zijn van overdracht van know how, de franchisegever onvoldoende heeft onderbouwd dat haar belang bij bescherming van die know how tot een toewijzing van haar vorderingen zou moeten leiden. De franchisenemer is immers op basis van een geheimhoudingsbeding in de franchiseovereenkomst hoe dan ook verplicht tot geheimhouding van deze kennis. Zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, kan niet worden aangenomen dat de franchisenemer door het eventuele eigen gebruik van die technische kennis noemenswaardig nadeel toebrengt aan de franchisegever.

Nu de franchisegever, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, geen rechtens te respecteren belang heeft bij haar vordering tot nakoming van de postcontractuele bedingen waarvan zij in deze procedure nakoming heeft gevorderd, verklaart de voorzieningenrechter de franchisegever niet-ontvankelijk in haar vorderingen.

Dit is een Legal Update van Sonja Kruisinga en Mariska Nijenhof-Wolters.

Download als pdf

Specialist(en)