Legal Update
Artikel 68a Fw: Gegevensverwerking door de curator nader geregeld
Sinds 1 september 2026 bevat de Faillissementswet (Fw) een specifieke regeling voor de verwerking van persoonsgegevens door de curator. Het nieuwe artikel 68a Fw, ingevoerd met de Verzamelwet gegevensbescherming, verduidelijkt welke gegevens de curator bij de uitvoering van zijn wettelijke taken mag verwerken. Wat houdt deze regeling in en welke betekenis heeft zij voor de afwikkeling van faillissementen?
Waarom is de regeling voor verwerking van persoonsgegevens door de curator ingevoerd?
Bij de afwikkeling van een faillissement krijgt de curator toegang tot persoonsgegevens van onder meer werknemers, bestuurders, klanten en schuldeisers. Die gegevens zijn bijvoorbeeld nodig om arbeidsovereenkomsten op te zeggen, de administratie te onderzoeken of een doorstart voor te bereiden.
De curator is daarbij verwerkingsverantwoordelijke in de zin van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). De curator moet daarom onder meer kunnen onderbouwen op welke grondslag hij de persoonsgegevens verwerkt. Voor zijn wettelijke werkzaamheden is met name de vervulling van een taak van algemeen belang relevant, zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 onder e AVG.
De wettelijke omschrijving van de taak van de curator sloot echter niet steeds aan op zijn werkzaamheden in de praktijk. Artikel 68a Fw beoogt hierover meer duidelijkheid te bieden door de bevoegdheid tot gegevensverwerking te verbinden aan concrete onderdelen van zijn taak.
Welke werkzaamheden vallen onder de regeling?
Artikel 68a lid 1 Fw bepaalt dat de curator persoonsgegevens kan verwerken voor zover dit bij, of krachtens de wet noodzakelijk is voor het beheer en de vereffening van de boedel. Het tweede lid noemt werkzaamheden waarbij gegevensverwerking in ieder geval aan de orde kan zijn, waaronder:
- Het opzeggen van arbeidsovereenkomsten
- Het onderzoeken van de oorzaken van het faillissement en mogelijke onregelmatigheden
- Het veiligstellen van de administratie
- Het opstellen en openbaar maken van faillissementsverslagen
- Het voortzetten van de onderneming en het voorbereiden van een verkoop
- Het beoordelen van ingediende vorderingen en het opstellen van uitdelingslijsten
De opsomming is niet uitputtend. Als een werkzaamheid niet in het tweede lid staat, kan het eerste lid uitkomst bieden wanneer daarvoor een voldoende specifieke bepaling in de Faillissementswet bestaat. Alleen verwijzen naar de algemene taakomschrijving in artikel 68 Fw is onvoldoende. Ontbreekt een dergelijke bepaling, dan moet worden beoordeeld of een andere AVG-grondslag de verwerking kan dragen.
Mag een klantenbestand worden overgedragen bij een doorstart?
Voor de praktijk is met name artikel 68a lid 2 onder i Fw relevant. Deze bepaling ziet onder meer op de voorbereiding van een bedrijfsverkoop, inclusief het geven van inzage in gegevens aan potentiële kopers. Bij de overdracht van de onderneming kan ook een klantenbestand worden overgedragen, voor zover dat nodig is om de dienstverlening voort te zetten.
Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen een overdracht in het kader van een doorstart en de losse verkoop van een klantenbestand. Die laatste situatie valt volgens de wetsgeschiedenis niet onder deze grondslag. Daarvoor is een afzonderlijke beoordeling nodig of een andere grondslag, zoals toestemming van de betrokkenen, die de overdracht rechtvaardigt.
Ook tijdens het verkoopproces blijft de noodzakelijkheid van de gegevensverwerking bepalend. De curator moet dus beoordelen welke gegevens een geïnteresseerde partij nodig heeft en of bijvoorbeeld kan worden volstaan met geanonimiseerde informatie.
Welke regels gelden volgens artikel 68a lid 3 Fw voor gevoelige gegevens?
Voor bijzondere persoonsgegevens, zoals gezondheidsgegevens, geldt een strenger regime. Artikel 68a lid 3 Fw regelt voor welke specifieke werkzaamheden deze gegevens mogen worden verwerkt. Het bevat daarnaast regels voor strafrechtelijke persoonsgegevens en wettelijk voorgeschreven identificatienummers, zoals het BSN. Steeds moet de verwerking noodzakelijk zijn voor de betreffende werkzaamheid.
De aard van de verwerking is daarbij van belang. Zo kan het bij voortzetting van de onderneming nodig zijn te weten dat een werknemer ziek is, zonder dat de curator daarmee toegang krijgt tot diens medische gegevens. Ook biedt de bevoegdheid om gevoelige gegevens in de administratie te bewaren geen algemene grondslag om deze in een openbaar faillissementsverslag op te nemen.
Daarnaast voorziet het derde lid in de overdracht van bepaalde dossiers wanneer een dringend maatschappelijk belang dat vereist. Denk aan leerlingdossiers bij het faillissement van een onderwijsinstelling. Deze regeling heeft het karakter van een vangnet: voor de overdracht van medische dossiers geldt de specifieke regeling van artikel 30b UAVG.
Waarom is dit relevant voor de praktijk?
Artikel 68a Fw biedt curatoren concretere aanknopingspunten om te bepalen welke gegevens zij bij de afwikkeling van een faillissement mogen verwerken. Ook voor betrokkenen en potentiële overnamepartijen wordt daarmee duidelijker welke gegevensverwerkingen binnen de wettelijke taak van de curator passen.
De overige verplichtingen uit de AVG blijven gelden. De curator moet de verwerking beperken tot de noodzakelijke gegevens, rekening houden met het doel waarvoor deze worden gebruikt en zorgen voor passende beveiliging en transparantie. De nieuwe bepaling neemt de beoordeling per verwerking dus niet weg, maar geeft daarvoor een duidelijker wettelijk kader.
Meer weten over dit onderwerp? Neem dan gerust contact op met één van onze specialisten.