Anders ingerichte zorg vanwege Corona levert geen tuchtrechtelijk verwijt op

16-03-2021

Op 8 maart jl. heeft de tuchtrechter zich voor de eerste keer uitgesproken over een klacht met betrekking tot anders ingerichte zorg ten tijde van Corona. 

De klagende patiënt, geboren in 2002, werd op 9 maart 2020 in het ziekenhuis (locatie Oost) ter observatie opgenomen, vanwege onder andere het niet kunnen binnenhouden van voedsel en gewichtsafname. In verband met de stagnerende intake werd op 12 maart 2020 gestart met sondevoeding. De patiënt en zijn moeder hebben hierbij aangegeven de voorkeur te geven aan een opname in locatie West van het ziekenhuis, nu die locatie dichter bij huis is.

Diezelfde dag werden de landelijke Corona-maatregelen van kracht. In het ziekenhuis gold vanaf de dag erna de instructie dat het ziekenhuis zoveel als mogelijk vrij moest worden gemaakt, vanwege de toestroom van Covid-19 patiënten. Om die reden is er met de patiënt en zijn moeder gesproken over ontslag naar huis met of zonder sondevoeding. De patiënt is vervolgens uit het ziekenhuis ontslagen zonder sonde, met Nutridrink voor thuis. Nadat door de patiënt elders een second en third opinion is aangevraagd, is de behandeling van de patiënt elders voortgezet. 

De klacht van de patiënt ziet onder andere op de niet doorgegane opname op locatie West van het betreffende ziekenhuis. Hij meent dat hem ten onrechte is toegezegd dat hij kon worden overgeplaatst naar die locatie, terwijl daar vervolgens geen plek bleek te zijn vanwege het Coronavirus. Dit terwijl het Coronavirus volgens de patiënt bijna geen kinderen treft en hij zou worden opgenomen op de kinderafdeling. 

Ten aanzien van dit klachtonderdeel voert de verwerende kinderarts aan, dat het klopt dat op 12 maart de wens van patiënt om te worden overgeplaatst naar locatie West is besproken, maar dat deze wens op 13 maart niet meer gehonoreerd kon worden, omdat er vanwege de coronasituatie zoveel mogelijk patiënten met ontslag moesten gaan. Ontslag met een sonde was in het geval van deze patiënt medisch verantwoord. Daarnaast zijn ook alternatieve behandelopties besproken, waaronder een dagbehandeling met een sonde op locatie West of Nutridrink thuis. Er was geen sprake meer van een stricte indicatie tot klinische opname. Bovendien was in het ziekenhuis blijven ook niet in het belang van de patiënt, in verband met het hogere risico op Covid-19 infectie in het ziekenhuis. Er was op dat moment nog zeer weinig bekend over Covid-19 en er kon niet van uit worden gegaan dat dit voor kinderen geen risico opleverde. Bovendien heeft er nog intercollegiaal overleg plaatsgevonden met een kinderarts uit een ander ziekenhuis, en ook daar werd geen opname-indicatie gezien. 

Het tuchtcollege oordeelt dat de kinderarts tuchtrechtelijk geen verwijt kan worden gemaakt van de niet doorgegane overplaatsing. Dat dit niet heeft kunnen doorgaan is een gevolg van omstandigheden die buiten haar macht liggen. Het tuchtcollege volgt met dit oordeel het verweer van de arts. 

Met deze uitspraak wordt weer duidelijk bevestigd dat de norm waaraan een hulpverlener moet voldoen geen statische norm is, maar afhankelijk is van de omstandigheden van het geval. Anders ingerichte of uitgestelde zorg als gevolg van omstandigheden die buiten de macht van de hulpverlener liggen, kan aldus niet leiden tot de conclusie dat er niet is gehandeld als goed hulpverlener. Een redelijk handelend en redelijk bekwaam vakgenoot had onder diezelfde omstandigheden immers dezelfde keuze of afweging gemaakt. Juist in tijden waarin die omstandigheden anders zijn dan gebruikelijk, zoals nu al ruim een jaar het geval is vanwege Corona, is het voor de beoordeling van het handelen van zorgverleners dus nóg belangrijker die (veranderde) omstandigheden goed in kaart te brengen. 

Voor een meer uitgebreide bespreking van medische claims ten tijde van corona, verwijs ik graag naar het artikel dat Stijn Könning en ik schreven voor het meest recente PIV-bulletin.   

Dit is een Legal Update van Jonna de Clerck. 

Download als pdf

Specialist(en)