Thema Coronavirus VBK

Q&A Coronavirus: Faillissementen

Heeft u goederen aan een klant geleverd en heeft uw klant de facturen nog niet betaald? 

Eigendomsvoorbehoud

Wanneer u goederen aan uw klant heeft geleverd en uw klant de facturen onbetaald laat, kunt u mogelijk een eigendomsvoorbehoud inroepen. Dit betekent dat u de geleverde goederen bij uw klant kunt terughalen, omdat u eigenaar van de goederen bent gebleven.

Een eigendomsvoorbehoud dient u voorafgaand aan de levering van de goederen met uw klant overeen te komen. Meestal staat het eigendomsvoorbehoud in de Algemene Leveringsvoorwaarden die op koopovereenkomsten van toepassing worden verklaard. Het is niet mogelijk om een (verlengd) eigendomsvoorbehoud overeen te komen nadat de koopovereenkomst al is gesloten. Wanneer eenmaal een eigendomsvoorbehoud overeen is gekomen, kan dit zowel voor als tijdens een eventueel faillissement van uw klant worden ingeroepen.

Een eigendomsvoorbehoud kan betrekking hebben op één specifieke levering en de daaraan verbonden factuur. Het is ook mogelijk om een verlengd eigendomsvoorbehoud bij uw klant te bedingen. Dit houdt in dat u alle goederen die u in het verleden aan uw klant heeft geleverd mag terugvorderen, ook al worden deze goederen niet genoemd op de factuur die uw klant niet heeft voldaan.

Wanneer uw klant nog niet failliet is, kunt u het eigendomsvoorbehoud tegenover uw klant inroepen en afspraken maken over de retournering. Wanneer uw klant in staat van faillissement verkeert, dient u het eigendomsvoorbehoud te melden bij de curator. De curator zal u dan om bewijsstukken vragen waaruit blijkt dat u daadwerkelijk een (verlengd) eigendomsvoorbehoud met uw klant bent overeengekomen. Daarnaast moet u kunnen aantonen welke goederen van u zijn. Wanneer uw klant de goederen al heeft doorverkocht, kunt u de goederen niet meer terugvorderen. Ook wanneer uw klant de goederen in een ander product heeft verwerkt (denk aan auto-onderdelen of grondstoffen), dan kunt u deze goederen in beginsel niet meer terugvorderen.

Wanneer het eigendomsvoorbehoud is komen vast te staan, stelt de curator u in de regel in de gelegenheid om uw goederen op te halen. De rechtbank kan echter een zogenaamde afkoelingsperiode gelasten bij of na het uitspreken van het faillissement. Gedurende de afkoelingsperiode (maximaal vier maanden) kunt u uw goederen niet terughalen, tenzij u daarvoor toestemming van de rechter-commissaris heeft gekregen. Heeft u geen toestemming van de rechter-commissaris dan kunt u pas na de afkoelingsperiode uw goederen terughalen. De mogelijkheid bestaat dat u een boedelbijdrage aan de curator dient te voldoen voordat u uw goederen terugkrijgt.

Indien u goederen heeft geleverd aan een failliete klant, is het verstandig om op zo kort mogelijke termijn uw eigendomsvoorbehoud schriftelijk (per e-mail) kenbaar te maken aan de curator en afspraken te maken over het ophalen van de goederen. Ook kunnen er afspraken worden gemaakt over het eventuele verbruik van uw goederen door de curator en de betaling daarvoor. De curator mag uw goederen niet verkopen zonder uw toestemming.

Recht van reclame

Wanneer uw klant niet heeft betaald voor geleverde goederen, kunt u onder bepaalde omstandigheden (ook) het recht van reclame inroepen.  Het recht van reclame is een wettelijk recht en hoeft, anders dan een eigendomsvoorbehoud, niet met de klant te zijn overeengekomen.

Een recht van reclame kan binnen 6 weken na het verstrijken van de betaaltermijn door u worden ingeroepen. Daarnaast mogen er maximaal 60 dagen zijn verstreken nadat de goederen zijn afgeleverd. Het recht van reclame kan, net als een eigendomsvoorbehoud, zowel voor als tijdens een faillissement worden ingeroepen. Ook in dit geval moet u tegenover de curator kunnen aantonen welke goederen van u zijn en dat deze goederen niet betaald zijn. Een eventuele afkoelingsperiode zult u ook moeten uitzitten. Omdat voor een recht van reclame bovengenoemde strenge en korte termijnen gelden, is het verstandig om deze optie zo snel mogelijk te onderzoeken, ongeacht of uw klant al in staat van faillissement verkeert.

Retentierecht

Indien u werkzaamheden heeft verricht aan eigendommen van een klant (denk aan reparaties en onderhoud) en u deze goederen nog steeds onder u heeft, dan kunt u een retentierecht uitoefenen. Dit kan vanzelfsprekend alleen wanneer uw klant nog niet heeft betaald voor uw werkzaamheden. Bij een beroep op een retentierecht hoeft u de goederen niet terug te geven zolang uw vordering niet is voldaan. Voor het uitoefenen van een retentierecht is vereist dat er voldoende samenhang bestaat tussen uw vordering en de goederen waarop u het retentierecht uitoefent.

Het retentierecht kunt u ook tegen een curator inroepen. Een curator kan uw retentierecht echter doorbreken en de goederen opeisen en verkopen. U behoudt dan wel een voorrecht op de verkoopopbrengst van deze goederen. Indien de curator de goederen opeist, doet u er verstandig aan de curator te verzoeken u op de hoogte te houden van de opbrengst van de goederen.

Faillissement aanvragen

Indien uw klant u niet betaalt, kunt u overwegen om zijn faillissement aan te vragen. Hiervoor is vereist dat uw klant naast uw rekeningen ook andere schuldeisers onbetaald laat. Voor het aanvragen van een faillissement moet u zich laten bijstaan door een advocaat.

Op grond van de Tijdelijke regeling insolventiezaken rechtbanken vindt de zitting waarop de faillissementsaanvraag wordt behandeld momenteel in beginsel telefonisch plaats. Bij behandeling van verzoeken tot faillietverklaring houdt de rechtbank rekening met de huidige pandemie en de daarmee samenhangende economische situatie. Dat betekent dat de drempel voor het toewijzen van een faillissementsaanvraag momenteel iets hoger ligt dan onder normale omstandigheden het geval zou zijn. Dit is uiteraard iets om rekening mee te houden bij het bepalen van de slagingskans van een faillissementsaanvraag. Uw advocaat kan u hierover nader adviseren.  

Heeft u een overeenkomst met een failliete wederpartij gesloten? 

Indien uw wederpartij als gevolg van de coronacrisis een overeenkomst niet nakomt, kunt u verschillende maatregelen treffen. Voor een uiteenzetting van de mogelijkheden buiten het faillissement, verwijzen wij u naar de pagina Commerciële contracten & Litigation.

Wanneer u een overeenkomst heeft gesloten met een wederpartij die failliet is verklaard en nog niet alle verplichtingen uit deze overeenkomst zijn nagekomen, kunt u de curator vragen om binnen een redelijk termijn mede te delen of hij zijn deel van de overeenkomst alsnog zal nakomen (een zogenaamd art. 37 Fw verzoek). Een dergelijk verzoek kan bijvoorbeeld uitkomst bieden wanneer u een bestelling bij de failliet heeft geplaatst en uw bestelling nog niet is geleverd.

Wanneer de curator niet binnen deze termijn reageert of wanneer de curator mededeelt dat hij de overeenkomst niet zal nakomen, kunt u de overeenkomst ontbinden (en wellicht ook schadevergoeding vorderen). U bent in dat geval ook niet langer verplicht om uw deel van de overeenkomst na te komen (denk aan de betaling van de geplaatste bestelling). Wel kunnen aan de ontbinding van de overeenkomst andere (juridische) gevolgen verbonden zijn. Een ontbinding heeft niet per definitie tot gevolg dat u geen verplichtingen meer tegenover de failliet heeft.

Overigens bestaat de mogelijkheid dat uw overeenkomst met de failliete wederpartij automatisch eindigt in geval van faillissement, dit moet dan vooraf met de wederpartij zijn overeengekomen.

Bent u verhuurder van een onderneming die failliet is verklaard? 

Indien u te maken heeft met een huurder die in staat van faillissement verkeert, heeft u op grond van de faillissementswet het recht om de huurovereenkomst op te zeggen. In het geval van een faillissement bedraagt de opzegtermijn maximaal drie maanden. Ook de curator heeft de bevoegdheid de huurovereenkomst op te zeggen. In beide gevallen maakt het niet uit dat in de huurovereenkomst een langere opzegtermijn is afgesproken.

De huurpenningen die over de opzegtermijn van drie maanden verschuldigd zijn, vormen een boedelschuld. Deze vordering zal met voorrang uit de boedel worden voldaan. Dat betekent overigens niet dat de vordering ook direct of geheel wordt voldaan, dat hangt namelijk van de opbrengsten in het faillissement af. Indien uw huurder een bankgarantie heeft verstrekt, kunt u deze ook gedurende het faillissement bij de betreffende bank inroepen. Ook kunt u de verschuldigde huurtermijnen mogelijk verrekenen met een borgsom die uw huurder heeft betaald.

De huurschulden die voor faillissement zijn ontstaan, vormen een prefaillissementsschuld. Deze vordering heeft geen voorrang boven de andere schuldeisers en zult u bij de curator ter verificatie moeten indienen. Het is niet mogelijk om een vordering uit hoofde van schadevergoeding in te dienen in het faillissement wegens leegstandschade of het tussentijds beëindigen van de overeenkomst.

Het is mogelijk dat de curator de huurruimte na het faillissement wil gebruiken om de activiteiten van de onderneming tijdelijk voort te zetten. Op die manier kunnen mogelijk nog inkomsten voor de boedel worden gegenereerd. De curator is bevoegd om gedurende de opzegtermijn gebruik te blijven maken van de huurruimte. Na de opzegtermijn is de curator verplicht om de huurruimte bezemschoon op te leveren.

Voert u een gerechtelijke procedure tegen een failliete wederpartij? 

Wanneer u al langere tijd in conflict met een van uw zakenrelaties verkeert, kan het wenselijk zijn om een gerechtelijke procedure tegen hem te starten. Indien u echter voorziet dat uw wederpartij op korte termijn zal failleren, dienen de risico’s van de procedure te worden afgewogen, aangezien procedures door een uitgesproken faillissement van rechtswege worden geschorst. Nadat de procedure is geschorst, kunt u uw vordering ter verificatie indienen bij de curator. Het aanhangig maken van een nieuwe procedure tegen de failliet is in beginsel niet mogelijk.

Wanneer u beslag laat leggen op activa van uw wederpartij en uw wederpartij wordt daarna in staat van faillissement verklaard, zullen uw beslagen komen te vervallen. Alle aanhangige procedures worden voorts van rechtswege geschorst.

Bent u betrokken bij een voortzetting van een failliete onderneming? 

Een curator zal aan het begin van het faillissement onderzoeken of de activiteiten van de gefailleerde onderneming voortgezet kunnen worden. De curator kan besluiten om de activiteiten van de onderneming tijdelijk voort te zetten om zo opbrengsten te genereren en een kans op een doorstart te vergroten. Om de activiteiten voort te zetten zal overleg gevoerd worden met de betrokken leveranciers en verhuurders. Het is voor de betrokken partijen belangrijk om duidelijke afspraken te maken omtrent de doorlevering van goederen en diensten en de betaling daarvan.

Bent u betrokken bij een doorstart van een failliete onderneming? 

Het is mogelijk dat vanuit het faillissement een doorstart plaats zal vinden. Indien u als contractspartij van de failliet betrokken wordt bij een doorstart, is het verstandig om juridisch advies in te winnen omtrent uw rechten en plichten.

Indien u interesse heeft in het overnemen van de failliete onderneming, kunt u zich melden bij de curator. Ook in dat geval is het vooraf inwinnen van juridisch advies verstandig.

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:

Alice van der Schee
+31 30 25 95 567
alicevanderschee@vbk.nl

Frank Nowee
+31 30 25 95 546
franknowee@vbk.nl