Wordt terecht beroep gedaan op het vertrouwensbeginsel wanneer een schenking kort voor onderbewindstelling heeft plaatsgevonden onder invloed van een geestelijke stoornis?

10-06-2021

Voor het Tijdschrift Rechtspraak Familierecht (RFR), jaargang 2021, nummer 68, schreef Karlijn Hageraats- Bouwens een artikel over een uitspraak van het Hof Amsterdam, waarin werd bepaald dat de nieuwe partner van de man de aan haar geschonken auto en het aan haar overgemaakte geldbedrag moet terugbetalen. Uit de inhoud van het medisch dossier bleek dat de man leed aan een geestelijke stoornis.

De geestvermogens van de man waren ook al verstoord op het moment van de overboeking en de schenking van zijn auto aan zijn nieuwe partner. Soms kan art 3:35 BW dan nog een uitweg bieden.
Dit artikel biedt namelijk bescherming tegen een beroep op het ontbreken van de wil, indien er bij de wederpartij gerechtvaardigde vertrouwen mocht bestaan dat wil en verklaring wél overeenstemden. In dit geval werd door het Hof geen gerechtvaardigd vertrouwen bij de vrouw aangenomen, omdat zij ter zitting had verklaard dat zij wist dat de man niet altijd meer de gevolgen van zijn handelingen kon overzien en zijn zoon bezig was een machtiging te verkrijgen om over de financiën van de man te kunnen beschikken. De vrouw moet de geldsom en de waarde van de (inmiddels doorverkochte) auto aan de bewindvoerder voldoen.

Download in pdf

Specialist(en)