Verzoek tot gezamenlijk gezag en omgangsregeling. Niet-juridische vader niet-ontvankelijk. Geen 'family life', geen schending 'private life'

20-07-2021

Voor het Tijdschrift Rechtspraak Familierecht (RFR), jaargang 2021, nummer 88, schreef Karlijn Hageraats-Bouwens een artikel over een uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden, waarin door het Hof werd bepaald dat de niet-juridisch vader niet ontvankelijk was in zijn verzoek tot gezamenlijk gezag en omgang. De biologische, maar niet juridische vader is niet-ontvankelijk in een verzoek tot gezag over zijn kind. Gezag is enkel voorbehouden aan een juridische ouder in de zin van artikel 1:199 BW. De maatstaf voor de ontvankelijkheid van de biologische, niet juridische vader is ruimer als het gaat om een verzoek omgang.

Het recht van de biologische vader tot omgang met zijn kind kan namelijk een belangrijk deel vormen van de identiteit van de vader en daarmee van zijn “private life” in de zin van artikel 8 EVRM. Dit betekent dat de verwekker, die (nog) niet in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot zijn kind, mogelijk op grond van 'private life' ontvankelijk kan zijn in het omgangsverzoek. Het enkele feit dat een vader de verwekker is van het kind is daarvoor onvoldoende. Er moet sprake zijn van feiten of omstandigheden die maken dat het contact met en toegang tot het kind een belangrijk onderdeel vormt van de identiteit van de biologische vader en daarmee van zijn privéleven. Het hof is van oordeel dat hiervan in het onderhavige geval geen sprake was.

Download in pdf

 

Specialist(en)