Is een niet-wijzigingsbeding in een gemeenschappelijk verzoekschrift geldig?

12-10-2021

Voor het Tijdschrift Rechtspraak Familierecht (RFR), jaargang 2021, nummer 113, schreef Karlijn Hageraats-Bouwens een artikel over een uitspraak van het Hof Den Haag, waarin de vraag werd behandeld of er sprake kan zijn van een rechtsgeldig niet-wijzigingsbeding voor partneralimentatie als dit is vastgelegd in een gemeenschappelijk verzoekschrift en is ingediend door een gezamenlijke advocaat namens beide partijen.

Een niet- wijzigingsbeding moet op basis van artikel 1:159 BW schriftelijk worden overeengekomen (lid 1) en binnen drie maanden nadat het niet-wijzigingsbeding is overeengekomen bij de rechtbank worden ingediend (lid 2). Het hof overweegt dat in dit geval het niet-wijzigingsbeding schriftelijk is vastgesteld in het gemeenschappelijk verzoekschrift, conform dus de eisen van artikel 1:159 BW. Dit verzoekschrift is ondertekend door de advocaat van partijen en bij de rechtbank ingediend in opdracht van partijen.

De vrouw is hierdoor naar het oordeel van het hof gebonden aan het niet-wijzigingsbeding. In dit geval werden beide partijen bijgestaan door één gezamenlijke advocaat, waardoor het Hof aan nam dat de vrouw voldoende was geïnformeerd over de juridische gevolgen van een niet-wijzigingsbeding. De rol van een dergelijke gezamenlijke advocaat in het geval van echtscheiding is tamelijk complex. Een advocaat dient immers als belangenbehartiger van zijn/haar cliënt op te treden. In het geval van een echtscheiding zullen de belangen van de beide partijen geregeld uit elkaar liggen. Om deze reden is het bijvoorbeeld vanuit de specialisatievereniging vFAS (de Vereniging voor Familie- en erfrecht Advocaten Scheidingsmediators) ook in strijd met de gedragscode om als advocaat twee partijen bij te staan in een echtscheidingsprocedure. Op een advocaat die optreedt als enige advocaat van twee partijen rust (ook volgens de Raad van Discipline) een zware zorgplicht. De advocaat moet er zeker van zijn dat beide partijen de inhoud van het echtscheidingsconvenant kunnen overzien. Indien een partij met minder genoegen neemt dan waarop deze aanspraak kan maken moet de advocaat zich ervan vergewissen dat deze partij die concessie welbewust aanvaardt.

Download in pdf

 

Specialist(en)