De haken en ogen van een ontruiming op basis van een kort gedingvonnis

20-09-2019

In Juridisch up to Date (JutD) 2019-0115, schreef Mirte Beker samen met Gertjan Hamers het artikel
'De haken en ogen van een ontruiming op basis van een kort gedingvonnis'. Een verhuurder die wordt geconfronteerd met een wanpresterende huurder heeft verschillende opties. Hij kan onder andere de huurovereenkomst opzeggen vanwege slecht huurderschap1en, indien nodig, in een bodemprocedure vorderen dat de rechter het tijdstip vaststelt waarop de huurovereenkomst eindigt. Hiernaast kan de verhuurder in een bodemprocedure ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde vorderen als de huurder tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen. Aan beide bodemprocedures kleeft het grote nadeel dat het maanden, zo niet jaren kan duren - in geval er hoger beroep en cassatie wordt ingesteld - voordat er onherroepelijk is beslist en de huurder daadwerkelijk het gehuurde moet ontruimen. Van een verhuurder, wiens huurder bijvoorbeeld de huur onbetaald laat of ernstige overlast veroorzaakt, kan vaak niet worden verlangd dat hij een dergelijke onherroepelijke beslissing afwacht. Immers, de huurachterstand loopt gedurende de procedure anders alsmaar verder op respectievelijk de overlast blijft voortduren. Een kort geding, waarin de ontruiming van het gehuurde wordt gevorderd, kan dan uitkomst bieden. De ontruiming van het gehuurde op basis van een kort gedingvonnis is echter niet zonder risico's. In deze bijdrage zullen Mirte en Gertjan, mede aan de hand van het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 mei 2019, deze risico's bespreken.

Download in pdf

Specialist(en)