Betekeningstermijn echtscheidingsverzoek. Ten onrechte geen herstelmogelijkheid geboden voor termijnoverschrijding?

30-08-2021

Voor het Tijdschrift Rechtspraak Familierecht (RFR), jaargang 2021, nummer 98, schreef Karlijn Hageraats-Bouwens deze maand een artikel over een uitspraak van het Hof Amsterdam, waarin de betekeningstermijn van het echtscheidingsverzoek door de vrouw was overschreden.

Op grond van artikel 816 lid 1 Rv moet het echtscheidingsverzoek binnen een termijn van veertien dagen worden betekend. Deze termijn had de vrouw laten verstrijken, waardoor de rechtbank in eerste aanleg de vrouw niet-ontvankelijk heeft verklaard. De vrouw stelt nu in appel dat haar ten onrechte geen herstelmogelijkheid voor het gebrek is geboden. Het Hof overweegt dat blijkens de parlementaire geschiedenis het betekeningsvoorschrift voor het echtscheidingsverzoek bestaat omdat de inschakeling van een deurwaarder waarborgen biedt dat het echtscheidingsverzoek de andere echtgenoot (tijdig) bereikt. Hoewel art. 816 lid 3 jo. 120 en 121 Rv bepalen dat gebreken aan een exploot nietigheid met zich meebrengen en kunnen worden hersteld met een herstelexploot, overweegt het hof dat een termijnoverschrijding geen gebrek in het exploot is en er dan ook niets aan het exploot valt te herstellen. Het hof komt tot de slotsom dat de rechtbank het verzoek van de vrouw terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het stond de vrouw vrij om opnieuw een verzoek in te dienen en te zorgen voor tijdige betekening aan de man.

Download in pdf

Specialist(en)