Hoge Raad ziet af van beantwoording prejudiciële vragen over hoogtechnologisch draagmoederschap wegens (concept)wetsvoorstel

17-05-2022

Er bestaan in Nederland geen wettelijke regelingen die de rechtsgevolgen van draagmoederschap regelen. Daarom heeft de rechtbank Den Haag op 17 december 2021 prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld over hoogtechnologisch draagmoederschap. Hierover informeerden wij u al in onze Legal Update van 3 maart 2022. De Hoge Raad heeft op 13 mei 2022 uitspraak gedaan. In deze Legal Update vertellen wij u meer over deze uitspraak.

Prejudiciële vragen

De Hoge Raad categoriseert de prejudiciële vragen van de rechtbank Den Haag over hoogtechnologisch draagmoederschap als volgt:

i   Vragen over conflictenrecht: Welk recht is van toepassing op bepaalde aspecten van internationaal draagmoederschap? 

ii  Vragen over erkenning: Langs welke weg en onder welke voorwaarden kan in Nederland rechtsgevolg worden toegekend aan een buitenlandse rechterlijke beslissing of een buitenlandse akte waarbij afstammingsrechtelijke relaties zijn vastgesteld tussen het kind en de wensouders?

iii Vragen over procesrecht: Dienen de buitenlandse draagmoeder en haar echtgenoot in een procedure in Nederland te worden aangemerkt als belanghebbenden in de zin van art. 798 Rv en te worden opgeroepen?

iv Vragen over de burgerlijke stand: Hoe moet de ambtenaar van de burgerlijke stand te werk gaan bij een verzoek tot inschrijving van een buitenlandse geboorteakte in de registers van de burgerlijke stand?

Afzien beantwoording prejudiciële vragen

De Hoge Raad ziet af van beantwoording van de vragen. Daartoe is volgens de Hoge Raad – samengevat – het volgende redengevend:

  • Er bestaan in Nederland nog geen wettelijke regelingen over de rechtsgevolgen van draagmoederschap.
  • Op 7 december 2016 heeft de Staatcommissie Herijking Ouderschap het adviesrapport 'Kind en ouders in de 21e eeuw' uitgebracht en geadviseerd een wettelijke regeling in te richten.
  • De Staatscommissie Internationaal Privaatrecht heeft in februari 2019 geadviseerd over de internationaalprivaatrechtelijke aspecten van de aanbevelingen en voorstellen van de Staatscommissie Herijking Ouderschap.
  • Naar aanleiding van de adviezen van de Staatscommissie Herijking Ouderschap en de Staatscommissie Internationaal Privaatrecht is in april 2020 het conceptwetsvoorstel Kind, draagmoederschap en afstamming gepresenteerd.
  • Uit het Coalitieakkoord 2021-2025 volgt dat het kabinet Rutte IV ook het rapport van de commissie Joustra (onderzoek interlandelijke adoptie in het verleden) betrekt bij de verdere behandeling van het wetsvoorstel.
  • De minister voor Rechtsbescherming heeft op 22 maart 2022 laten weten dat het (nog niet bekendgemaakte) advies van de Raad van State naar aanleiding van het conceptwetsvoorstel wordt verwerkt in het wetsvoorstel en dat het definitieve wetsvoorstel na de zomer van 2022 wordt ingediend.

Volgens de Hoge Raad beantwoordt het conceptwetsvoorstel Kind, draagmoeder en afstamming de vragen in categorie i en ii. Beantwoording van die vragen gaat op dit moment dan ook de rechtsvormende taak van de Hoge Raad te buiten, aldus de Hoge Raad, omdat binnen afzienbare termijn het definitieve wetsvoorstel wordt ingediend. De Hoge Raad volgt hierin de conclusie van AG mr P. Vlas.

De overige vragen (iii en iv) hangen nauw samen met de vragen waar het wetsvoorstel een antwoord op gaat bieden. Daarom worden ook die vragen op dit moment niet beantwoord door de Hoge Raad.

Het afzien door de Hoge Raad van beantwoording van de prejudiciële vragen, betekent voor wensouders dus nog langer onzekerheid. Het blijft voorlopig aan de rechter om in elke concrete zaak aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek van de wensouders en de verdere omstandigheden van het geval een beslissing te nemen, of om de beslissing op het verzoek in afwachting van het wetsvoorstel, aan te houden. 

Wij houden u op de hoogte van de ontwikkelingen. 

Dit is een Legal Update van Els van Bruggen en Sharon Verhoef.

Download als pdf

Specialist(en)